Posts tonen met het label verslag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verslag. Alle posts tonen

maandag 17 oktober 2011

'We zaten eventjes op dezelfde frequentie' (verslag dag 2)



foto: Kasper Vogelzang

Nieuwsgierigheid heeft ervoor gezorgd dat ik op de grond naast een man met dreadlocks ben beland. Hij heeft een verweerd gezicht, lieve ogen en een heftig verhaal. Erg duidelijk lijkt onze conversatie niet te worden. Nochtans trok hij eerder op de avond, tijdens de ‘group assembly’, mijn aandacht met een kurkdroge opmerking. Toen we de actie bespraken die morgenochtend bij de opening van de beurs zal worden gehouden.

Plots hoor ik een blond meisje met een bril een vraag stellen. Wie zijn we, wat doen we? Ik richt me op en leid haar en haar vriendinnetje naar de informatieboom. Dit is één van de vaste stekjes die de laatste 24 uur deel zijn gaan uitmaken van het vreemdsoortige dorp dat het Beursplein ondertussen is geworden. Bij de pingpongtafel staan een paar Marokkaanse jochies te praten met Spaanse toeristen. We lopen voorbij een jongen die net aan de UvA is gepromoveerd en die vanavond stevig bijdroeg aan de ‘group assembly’.

De twee meisjes bekijken grondig het foldertje van ‘Occupy Amsterdam’. Hmm, niet duidelijk één politieke strekking dus. Maar wat dan wel? Ik besluit de vraag terug te stellen. Waarom zijn zij gekomen? Het blonde meisje werkt bij de Bijenkorf. Na twee dagen wilde ze wel eens weten wie al dat vrolijke geluid maakt.

Ze gaat verder. Of ik weet dat de versterking op het plein gisteren, toen mensen door een microfoon hun protest uitten, even op dezelfde frequentie zat als de intercom van de Bijenkorf? De winkelende toeristen wisten niet wat hen overkwam. Een lach borrelt uit het diepste van mijn buik op. Enthousiast loop ik naar het mediateam, dat hopelijk morgen (maandag) om half zes echt vorm zal krijgen. Ik hoor een leuk verhaal voor een tweet, wil ik hun zeggen, maar behalve de nieuwe geluidsman (die gisteren mijn protesttekst opnam) krijg ik de aandacht niet. Alle blikken zijn fanatiek op het computerscherm gericht. Sommige mensen zijn bezig met het opzetten van een partytent. Ach, ik schrijf het zelf wel even op. Het blonde meisje krijgt mijn visitekaartje.

Wat later staat ze te praten met fotograaf Kasper. 'Vind je dat niet vreselijk?' hoor ik hem uitroepen. Het gesprek gaat over de studieschuld van het meisje, die 50.000 euro bedraagt. Daar moet ze even over nadenken. 'Ik kom later zeker nog eens langs', belooft ze. 'Want het gaat over ons allemaal, toch?' Het is nog iets te vroeg voor het idee om elke dag een kleine nieuwsuitzending van één minuut in de Bijenkorf uit te zenden. Maar misschien is het wel een leuk plan voor binnenkort. Want zelfs de winkelende mensen in het grootwarenhuis delen dezelfde frequentie. En ook met de politie zit het voorlopig wel goed.

Wie zich wil informeren over het waarom van deze beweging… hier is de tip van de dag.

zaterdag 15 oktober 2011

Occupy Amsterdam: verslag dag 1 aan de hand van persoonlijke hoogtepunten


#voorbereiding Ik knip een tasje met stoffen handvatten doormidden en schrijf er het volgende op: “The only good now listens to the past and cares about the future. No pasaran.’” Daarna steek ik mijn armen door de lusjes, zodat de slogan op mijn rug belandt.

#Spanjaardinkielzog Onderweg, op het Rokin, tikt een fietsende Spanjaard me op mijn sloganeske rug. Vanwaar die Spaanse uitspraak? Ik vertel hem heel kort iets over mijn grootvader en troon hem mee naar het Beursplein. Hij belooft langs te zullen komen.

#lievepolitie Naar aloude gewoonte, stoot mijn fiets opgewonden wat andere fietsen omver. Braaf zet ik ze allemaal weer recht en zie in mijn ooghoek twee agenten grinniken. Ik vraag ze om lief te zijn vandaag. Ze zeggen dat ze het tot nu toe allemaal 'best gezellig' vinden.

#prachtigallegaartje Ik zie baby’s, bloemen, oude mannen, verontwaardigde zestienjarigen, veel kleur en verrassend weinig dronkenlappen. Mijn hart maakt een sprongetje. Vijf van mijn 625 Facebookvrienden komen langs en wisselen elkaar af. Het moet ergens beginnen, denk ik (lichtelijk teleurgesteld).

#geduld Een halfuur lang wacht ik geduldig op de microfoon. Ik luister naar Roel van Duijn (Provo). Een jongeman vertelt aan de menigte dat ze hem op school dreigen te schorsen omdat hij posters heeft opgehangen. We beloven een mail te sturen naar het schoolbestuur - info@landstede.nl.

#protest Ik neem de microfoon en leg de slogan op mijn rug uit. Daarna lees ik ‘Protest’ voor. Ik zeg dat deze dag wel wat seks kan gebruiken en zeker geen censuur. Handengeklap. Naast mij loeit een sirene.

#tranenindeogen Een oude man knijpt na afloop mijn schouders fijn. Ze kunnen wel wat dragen, beloof ik hem met dichtgeknepen keel. Ik krijg een visitekaartje, deel er zelf de kaartjes uit die mijn liefste vorige week voor me maakte. En ben nu al benieuwd wat er zoal in de brievenbus zal vallen.

#kringgesprek Een paar vrijwilligers leggen uit hoe we zonder micro’s en met gebaren een gesprek zullen houden. De discussie die volgt is chaotisch, maar hoopgevend. Er komen vrouwen, anarchisten en marxisten aan het woord. Maar vooral veel mensen die het allemaal kotsbeu zijn. En iets nieuws willen proberen.

#Brussel Mijn neef sms’t. “3000 Brussel. Hoeveel in Amsterdam?” (Achteraf blijkt dat er in Brussel zeker 6000 mensen aanwezig waren)

#afspraak Morgen, 16 oktober in de Melkweg. En ook in de Stadsschouwburg. En elke zaterdag vanaf nu op het Beursplein. We gaan actiegroepen maken. Nadenken over werk, onderwijs, geld, verspreiding, media. En vooral: praten over hoe het anders kan.

#oudegeitenhart Twee jongemannen spreken me aan. Ze studeren film en maken een sfeerverslag. De geluidskwaliteit van mijn optreden was slecht. We trekken elkaar naar een tussenverdieping in de Bijenkorf. Daar lees ik geduldig nog eens de tekst voor. Deze keer is het geluid een stuk beter, luister maar. Mijn oudegeitenhart maakt een sprongetje.

#theinsidejob Na een korte afwezigheid keer ik terug naar het Beursplein. Daar is de duisternis gevallen. Op een groot scherm wordt “Inside job” getoond. Over de malaise in de financiële wereld. Ik kijk verbouwereerd. Matt Damon verrast me in goede zin en Obama stelt teleur. En al de rest is te grof voor woorden. Eén man in het publiek lalt onzin die een kern van waarheid betreft. Op de trappen zie ik nog steeds veel zeventigplussers zitten.

#paprikachips Er gaat een zak chips rond. Mijn linkerbuurman houdt de zak net iets te lang vast en wordt op de vingers getikt. Mijn rechterbuurman wil vooral gelukkig zijn, maar toch vond hij het belangrijk om te komen. En vlak voor mij zie ik plots Joost Baars, die net tot de raad van beheer van het mooiste literaire tijdschrift ter wereld is toegetreden.

#smerigedixies In mijn enthousiasme ga ik zonder te kijken op de bril zitten. Een kletsnat gat en geen redding nabij.

#tenten Onderweg naar mijn fiets spreek ik 3 moedige kampeerders aan. (Er waren er veel meer). Ik beloof morgen wc-papier voor hen mee te brengen. Neemt u ook een rol mee?

woensdag 13 mei 2009

Verslag Balein te water II

Balein Ivo plaatste net een mooi verslag op onze blog van een nog mooiere avond. Aan allen die er waren: merci! Aan zij die optraden: nog een dikkere merci! En zij die er niet bij waren deze keer, begin maar alvast te watertanden... Read as: u had ongelijk, waarde afwezige lezer, waarlijk ongelijk.

donderdag 18 september 2008

'Vergeten Straat' door NTGent

Ach Boon. Bij u hoeft het niet, aansprekingen. U verkiest de vraag boven het antwoord. Of klopt dit niet?

Boontje. De ‘gij’ boven de ‘u’. Dat roept ge mij in ’t Oilsjters toe. En toch. Ik zwaai niet zomaar met mijn benen, niet bij nen viezentist als gij. De schommel heeft wat duwtjes nodig. De mond van Roza is een wonde. Ik luisterde en herkende de personages uit het boek dat ik tien jaar geleden las.

Het NTGent speelde ‘Vergeten Straat’, onder leiding van Johan Simons. Dat had ge moeten zien. Als ge daarboven nog ogen hebt, dan moet ge dit Knackartikel alvast eens lezen. In deze brief op Huiverinkt, een brief die niets wil zijn, komt voor het eerst de middenweg, de twijfel van André. Zachtmoedig zonder golven.

In de recensie van Lauwaert worden poppenkoppen van de acteurs verschillende versies van jouw hoofd genoemd. Ik zag het mannetje van Liegebeest in die gedrochten, hoe heet hij alweer? Mijn buurman Blaise vroeg zich misschien af hoeveel zweet er onder de maskers vloeide. Wie van ons liegt het meest?

Vieze, die slechts voelt als hij niet drinkt? Hij heeft een pluchen penis in het stuk en ook al neukt hij vaak, hij blijft het zachtst. Hij neemt meer dan de anderen zijn masker af. Dat vond ik mooi. Wie niet denken kan, mag het hoofd in eigen handen houden. Lieg ik nu en zijt gij meer Gaston? Hij die op korte beentjes doordraaft en zijn hart niet voelt kantelen. Dikke Wis en Saedeleer zijn gierig, dom, de belgen van Jacques Brel. In kleine letters.

Wie is Roza? Jonge meisjes vindt gij in al uw boeken het gevaarlijkst. Enkel zij krijgen van u vlees rond hun botten. Levend vlees. Geen vet. Is Roza een zusje van dat lollytrutje? Is ze nog gevaarlijker omdat ze niet krijgt wat ze wil? Doet Lolita dat trouwens wel? Roza kust Gaston. En dan volgt de helleput. Of lieg ik nu?

Ik miste nog een vlinder uit het boek. Die over muren vliegt en doodgeknepen wordt. Het maakt niet uit door wie. Hij was er niet. Misschien zijn vlinders de enige soort die sterft in vergeten straten. De anderen blijven hangen, maar er dwarrelt niets. Het valt als blokken aarde op ons. Wat daar leeft.

Bedankt, Boon. Wat was u groot, wat schreef u klein en juist.

(hij die moppert dat ik de ploeg moet bejubelen; lees opnieuw, dat deed ik al)

maandag 25 augustus 2008

brief aan Alex Callier

Beste Alex Callier

Proficiat. U bent mijn tweede onbekende proefkonijnlezer. Dat bent u niet graag: onbekend. Toch bent u het hier. Waarom ik u schrijf? Goh, niets erg. Een klein ergernisje. Over terechtwijzingen moet men even nadenken. Over gerichte vragen langer. Dus zie deze brief niet als een tik tegen uw wang, maar als een vraag aan uw adres.

Misschien verstond ik u verkeerd. Wat u grapt is van zo’n fijnzinnige bitterheid, dat de gemiddelde Vlaming niet meelacht. Ik was één van die Vlamingen die zaterdagavond naar het optreden van Hooverphonic op Feest in’t Park keek. Ik heb een doorsnee gezicht. Mijn ogen zijn leeg.

Over de muziek wil ik slechts één alinea schrijven. Op zich doen middelmatige optredens geen vlieg kwaad. Niemand zweeft, niemand stort neer. Behalve u. Dat Geike zich aan een versie van ‘2 Wicky’ waagde, wil ik haar vergeven. Geike is behoorlijk mooi, haar poppenwangen ogen eerlijk en kwetsbaar. Die hoeven geen tik te krijgen. Ze kan niet helpen dat de muziek beter was, toen uw groepje nog ‘Hoover’ heette. En bovendien is ‘Mad about you’ een absolute klepper. Live verloor het lied haar pluimen, maar zelfs dat verwijt ik Geike niet.

Niet de muziek, maar uw verbale uitlatingen tussendoor trokken mijn aandacht. Voor we hierop doorgaan, schetsen we even uw toeschouwers. Ze stonden als gehypnotiseerde kippen te luisteren. Misschien had u tijdens de eerste nummers gevraagd om niet enthousiast te worden. Die nummers hoorde ik niet, uw eventuele vraag dus evenmin. Hoe het ook zij, het was erg vreemd om te merken dat iedereen zo stil was. Ik telde met een vriendin de luttele hoofden die bewogen en we lachten. Toen danste ik, want zo slecht klonk het niet. Ik stak mijn handen heel even in de lucht.

Ik weet niet of u mij aansprak, toen u plots het volgende liedje opdroeg aan het meisje achteraan. Zij die niet begreep dat dansen tijdens uw optreden ongepast was. Het kan me niet schelen wie u aansprak. Maar wat ik u dus wou vragen. Mogen we echt niet dansen tijdens optredens van Hooverphonic? Wenst u zelfs in modderige tenten een serene sfeer te behouden? Tekent u voor een ernstige, cerebrale beleving van uw muziek? Laat het me even weten. Dan maak ik gratis een petitie. ‘Tegen het dansen op Hooverphonic’.

Met vriendelijke groeten

Marie

zondag 3 augustus 2008

Schrijfworkshop voor gevorderde proefkonijnen

Buiten zijn er straatfeesten en een rommelmarkt aan de gang. De bewoners van de visstraten in Gent doen op dit moment hun uiterste best om hun kraampje droog te houden. Erg veel zin om naar buiten te gaan heb ik niet. In dit huis ontbreken geen strips of kandelaars. Ze zijn eenvoudigweg niet nodig. ‘Gloria’ schalt uit de boxen en ik vervloek nogmaals de regen. Ik wil nog even zon.

Regent het vandaag expres? Opdat ik in mijn huisje blijf en schrijf over de tweedaagse schrijfworkshop die Xavier Roelens de voorbije twee dagen in het Poëziecentrum in Gent organiseerde. ‘Schrijfworkshop voor gevorderde proefkonijnen’ prijkt bovenaan op het evaluatieformulier, dat ik daarnet meteen invulde. Anders komt het er nooit meer van. Dat is het zwaard van Damokles dat boven mijn schrijven hangt. Inkt moet op tijd gebruikt worden, want oude inkt verliest haar huiver.

Daarom besloot ik om deel te nemen aan een schrijfworkshop. Om simpelweg gedwongen te worden om twee dagen heel intensief te schrijven. Dat is alvast goed gelukt: we haalden zo’n zeven uur per dag inspiratie op, goten die inspiratie in een pasvorm, luisterden, lazen, schaafden bij, schreven opnieuw. En op het einde was er wijn en bier om dit alles door te spoelen. We sloten af in ‘het Volkshuis’ in Gent. Het perfecte café voor schrijvers met een zwak voor Vlaamse verhalen. Werkelijk alle Gentse drama’s lijken daar hun begin of einde te kennen.

De reden om deel te nemen was niet enkel het schrijven zelf. Dat ik over een bovengemiddeld talent voor het hanteren van het klavier en de pen beschik, is wat mij betreft al een tijdje duidelijk. Maar dat dit talent nog steeds op zoek is naar een serie gepaste keurslijven waaruit ik af en toe rebellerend breken kan, is evengoed zo klaar als water. Ik geloofde niet dat in een tweedaagse workshop meteen de vinger op de wonde gelegd kan worden. Dit ongeloof is niet honderdtachtig graden gedraaid, al was de analyse van mijn teksten door Xavier behoorlijk gefundeerd. Ook Begga, een jeugdboekenschrijfster die als enige mijn vooraf geschreven teksten beoordeelde, duidde aan wat ik op voorhand reeds aanvoelde, maar zelf niet goed onder woorden kan brengen, laat staan zomaar veranderen. Qua persoonlijke kritiek zat het dus meer dan goed.

De derde reden om me in te schrijven, was om te luisteren. Naar anderen, die eveneens over een bovengemiddeld talent voor de pen beschikken en vaak heel wat meer pluimen op hun palamares hebben staan. Xavier beschikt naast een algemene passie over de poëzie over een eigen bundel. Olaf Risee deelt dit enthousiasme en is redacteur van In Letterland. Bovendien schreef hij de mooiste zin tijdens de workshop. Ik zal hem niet verklappen, hopelijk doet hij dat zelf ooit. Begga bracht bij Clavis het boek ‘Blauwe Matrozen’ uit. Anna Vandesompele trad reeds op ‘De Nachten’ op en vindt steeds eenvoudige, mooie woorden voor wat ik veel te complex tracht neer te schrijven. En dan had je de architect Arnoud Rigter en Lies Van Gasse, beiden begiftigd met een hele reeks talenten. Ann Van Dessel schrijft het liefst voor zichzelf maar beschikt over een prachtige stem en uit haar pen kruimelden soms heel mooie woorden. De Turkse Yildiz gaat speels om met een taal die niet haar eerste is. En dan had je nog Bart en Jan; twee jongemannen waarmee ik minder praatte, maar naar wie ik evenzeer aandachtig luisterde. Ik stond vaak versteld van het algemene niveau. Al hadden we allemaal een andere stijl, elk individu beschikte over de kunst om taal los te weken van het algemeen gangbare.

Ik sta tegenover veel zaken skeptisch. Deze schrijfworkshop, Barack Obama, een pak melk dat al vijf dagen geopend is, een nieuw lief. Wat verstand en aangescherpte zintuigen helpen meestal wel om tot een conclusie te komen. In dit geval is het eindoordeel uitermate positief. Sorry dat dit verslag alweer nergens naartoe leidt. Wijt het aan de vermoeidheid, aan ‘het Volkshuis’, aan het feit dat ik twee dagen heel veel geschreven heb. En onthoud dat ik het inspirerend vond. Dat ik heel leuke mensen heb leren kennen. Dat ik Xavier ook via deze weg nogmaals wil bedanken. x

dinsdag 29 juli 2008

Impressies voordrachten Los Perros Calientes

'Schrijft ge morgen ne keer neer hoe het hier was?' Het werd me gisteren, op de laatste dag van de Gentse Feesten en na mijn tweede voordracht in Los Perros Calientes, zeker drie keer gevraagd. Daartoe zal ik met een houten kop en om zeven uur 's avond net één uur wakker, een poging doen. Stilistische salto's en emotionele herkenbaarheid hoeft u niet te verwachten. Maar er moet terug leven komen op deze blog. Enfin, niets moet, maar het zou wel leuk zijn.

De Gentse Feesten zijn een periode waarin ik al jarenlang geen letter op papier krijg. Echt rouwig ben ik daar niet om. Toch was het heel fijn om dit jaar twee voordrachten te kunnen doen. De Wolven van La Mancha hebben waarlijk hun best gedaan. De ontvangst was hartelijk en gemoedelijk, de pintjes goedkoop en ik mocht twee keer een voltallig, aandachtig én kritisch luisterpubliek meemaken. Dat is zeldzaam. 'Desda' in Leuven was ook een leuke plek om wat gedichten rond te strooien, maar toen vocht ik tegen koorts. Nu vocht ik tegen een kater, maar werd in dit gevecht vergezeld door warme honden en klauwende wolven. De afgelopen week werd mij een podium geboden waar ik de kans kreeg dingen te proberen die bleken te werken en die ik uitbouwen wil. Fijn is dat.

Daarom wil ik hier even mijn poëtisch naamgenootje Marie Follebout bedanken. Leve de omgekeerde sprookjes, de angstaanjagende vrouwen. En ook een dikke merci aan Bobadas, voor zijn enthousiaste voordracht, voor zijn enthousiasme tout court, en voor de frietjes met mayonaise gisterenavond. Wat had ik een honger ! Bedankt ook aan Seth, de meest ingetogene van de drie, die liever het café versierde met zijn teksten dan op het podium te klauteren. Leve de muis in de ooghoek.

En nu we toch zeer melig bezig zijn... bedankt ook aan al mijn vrienden, die vrijdag- en gisterenavond wel de weg naar mijn optreden konden vinden. Een extra bedankt aan zij die het twee keer zagen en aanstipten wat beter of slechter was. Bedankt Blaise, Francis K., Joerilief. Zachte kusjes op de lippen van al mijn mooie vriendinnen, een knipoog naar de vrienden. Het was ook fantastisch om voor het eerst een paar ex-leerlingen tussen het publiek te ontwaren. 'Werk aan die lichaamstaal, mevrouw !'

En niet te vergeten: cheers to the Dutchmen. Jullie vormden een stel mooie keldergasten, die me 's morgens meteen op een bescheiden maar verscheiden portie mannelijk naakt trakteerden. (Dat doet de dichtersogen goed.) Kan me zich een betere schare luisteraars dromen? Niemand vertelde nadien meer over eigen angsten en verlangens. Wat weer voer schenkt voor nieuwe verhalen.

Dit weekend neem ik deel aan een schrijfcursus van Xavier Roelens, wat later trek ik naar Theater aan Zee. Tussendoor hoop ik deze blog wat nieuw leven in te blablablazen.

Bedankt en kom hier dak u ne kus geef.

... x

ps Niet te vergeten: een extra merci aan Dirk Vekemans. Ik genoot nogmaals van je ongeplande optreden en het was leuk om pinten en Irish coffees met je te drinken in het feestgedruis. Er bestaat maar één remedie tegen poëzie: wegspoelen !

dinsdag 13 mei 2008

Kunstvlaai

Blogs dienen ondermeer om andere creatieve zielen te promoten, nietwaar? Daarom en ook omdat het te warm blijft om gedichten te schrijven, plaats ik graag gauw het volgende bedenksel neer.

Ik trok gisteren naar 'Kunstvlaai' in Amsterdam. Op de terreinen van de Westergasfabriek worden een week lang allerlei kunstwerken tentoongesteld. Wat ik zag, vond ik erg schraal. Naar het schijnt werd er vooraf een selectie gemaakt. Als dat zo is, dan vraag ik me echt af hoe ongeïnspireerd de andere inzendingen waren. De locatie is prachtig, het weer speelde mee, maar ik merkte vooral erg onafgewerkte en saaie werken op. Een video-opname van jongens die wat auto's trashen, een grote metalen hond wiens bek er losjes bij hing... Is dat kunst? Ik sta open voor discussie, maar niet voor regelrechte rommel of slordigheid.

Eén dame sprong eruit. Ze heet Efrat Zehavi en boetseerde ter plekke miniatuurhoofdjes van voorbijgangers, die ze een uurtje uitnodigde om met haar te praten. Ik zag slechts één 'work in progress', maar ik kan u vertellen dat de gelijkenis treffend was. Ga hier zelf maar eens kijken.

maandag 28 april 2008

impressies *ZAOEM

Ooit solliciteerde ik voor een vakantiejob in de KANTL. Het leek me de ideale manier om wat centjes bij te verdienen: omringd door stenen hoofden zorgvuldig Ivo Michiels brieven aan het klavier toevertrouwen. De zomer daarvoor had ik met deze schrijver te veel rosé gedronken in zijn Franse huis. Hij had me zijn schrijfkamer getoond en ik aaide de kat (uit dé boeken!), die zich blijkbaar enkel liet strelen door handen met ambitie. Ivo’s vrouw bekeek mijn 20-jarige huid en voorspelde me –zonder tarotkaarten- een mooie toekomst, met veel letters en betrouwbare mannen. Ik geloofde niet volledig in haar optimisme (niet onterecht, bleek later), maar toch schreef ik hen enkele weken later nog een laatste brief met wat gedichtjes erbij. Er waren dus redenen genoeg om te geloven dat ik voor het baantje geknipt was. Maar het mocht niet zijn. De enige proef bestond uit heel snel typen, zonder fouten. Ik tik best snel, maar anderen waren sneller. En over onze dronken namiddag repte ik niet. Dat was niet ‘relevant’.

Enkele maanden geleden mocht ik nogmaals de KANTL betreden. Ik was deze keer helemaal in het zwart uitgedost, want ik zou immers op foto vastgelegd worden. Ik legde mijn hoofd in mijn handpalmen en probeerde dromerig te kijken. Dichteressen dromen immers en niet zomaar: ze dromen doordacht en ondeugend tegelijk. Maar ook nu leverde het bezoekje aan de KANTL me weinig roem op. Enkele weken later werd ik immers pardoes uit het project gezet waarvoor deze fotoshoot bedoeld was. Veel meer dan ‘Exit Ongehoord’ leverde mijn bezoekje aan de KANTL deze keer dus ook niet op.

Vrijdag was ik er opnieuw en kreeg ik acht minuten de tijd om op het podium mijn woorden voor te dragen. En ook al had ik de indruk dat mijn vrienden tien euro inkom te veel vonden voor wat poëzie, ik had er zin in. Mijn liefje ging voor het eerst komen luisteren en ik kon opnieuw iets met Dirk doen. Wat het eindresultaat ook mag worden, de avonden vooraf zijn altijd fijn. Dus vrijdag, op de fiets, langs het water: ‘Haha, er valt geen kat te bespeuren op het strand, kijk daar, een zwart schaap.’ Snel klonken we onze fietsen aan elkaar vast en betraden het indrukwekkende gebouw.

Op de ontvangst valt helemaal niets aan te merken. Philip Meersman vervulde zijn rol als gastheer en ceremoniemeester met verve. Hij troonde ons mee naar boven en stelde ons voor aan de andere dichters, die nieuwsgierig van achter de potjes met snoep en nootjes opkeken. Ik telde zo’n vijftien stuks, veeleer van het andere geslacht en een stuk ouder. Weinig herkenning. Ondertussen was ik echter al even in de zaal gaan kijken. Een eenvoudige rekensom leerde me dat er meer dichters dan toeschouwers aanwezig waren. Een licht gevoel van beklemming dook op. Zo’n twintig man publiek, dat is als taalleerkracht dagelijkse kost. Van al wat ik zag (en dat is niet veel, zie rusteloosheid) kon weinig me echt bekoren. Groove G. moet blijven schrijven en vaker optreden, zijn stem is zacht en zijn poëzie brengt rust. Daarnaast ontwaarde ik in Don Fabulist een rasechte verteller. Al verstond ik van zijn koeterwaals zeer weinig, zijn verschijning op zich en de boterhammen met confituur die hij meebracht waren aandoenlijk en sprookjesachtig genoeg.

Tussendoor liep ik eventjes naar het Poëziecentrum, om daar tot de conclusie te komen dat ik Mark Insingel nog altijd even saai vind als op de universiteit, toen een groepje leerlingen hem voor Algemene Literatuurwetenschap moest interviewen. Stijn Vranken miste ik net, Tonus Oosterhoff bleek de beste verteller te zijn en Vrouwkje Tuinman en Peter Verhelst lees ik blijkbaar liever op papier…
Terug naar de Academie, om daar te ontdekken dat ik David Troch gemist had, die ik nochtans graag aan het werk wou zien. Ik kon wel nog Luk Paard meepikken en Dirk Vekemans. Deze laatste had me na mijn acht minuten even aangesproken. De directe manier waarop hij zijn mening gaf en zijn duidelijke passie voor de poëzie prikkelden mijn nieuwsgierigheid. Opnieuw blijkt nieuwsgierigheid een goede indicatie te zijn, want zijn performance kon bekoren.

Of er nog een conclusie volgt? Wel, ik voelde me vrijdag wat troosteloos. Wanneer poëzie afgewisseld wordt met muziek, zoals op de Desda-avonden, dan kan zelfs de taal voorzichtig rocken. Maar vrijdag werd er vooral gepraat en weinig geluisterd. Let op, hiermee val ik ook mijn eigen houding aan. Maar zo’n vijftien dichters op rij en daarvoor tien euro geven, dat valt moeilijk te verkopen. Misschien heeft Herman De Coninck toch een beetje gelijk, toen hij zei dat poëzie helpt als een hand op koortsige hoofden. Amper dus. Maar toch blijf ik schrijven. En ik hoop dat u hetzelfde doet.

dinsdag 8 april 2008

Portishead

"Voor alles een eerste keer". Zo luidt het spreekwoord en fluistert stilletjes ook mijn hart. Daarom schrijf ik vandaag iets dat op een muziekrecensie moet lijken. Ik vermijd het echter om playlists en dergelijke op te zoeken, want dan schep ik nog meer de illusie iets te willen neerpennen dat niet binnen mijn mogelijkheden ligt.

In mei komt Portishead naar België. Op die verdomde donderdag heb ik echter andere verplichtingen. Gisteren waren ze in Amsterdam. Ik had aanvankelijk besloten om toch maar niet de trip te maken, maar zondagavond keerde ik op m'n stappen terug en de dag nadien nam ik overhaast de trein. Leve markplaats.nl, leve impulsieve beslissingen. De groep die zowat de favoriete soundtrack was van m'n late puberteit, die moest ik toch zien, wanneer ze na meer dan een decennium besluiten om nog eens uit hun donkere grot te kruipen.

Ik heb er geen spijt van. Of dit echter aan een schitterend concert gelegen is, durf ik niet zomaar te poneren. Want Portishead was wat ik verwachtte, stelde niet teleur, maar overtrof evenmin de verwachtingen. Een gebogen Beth Gibbons, die duidelijk veel meer in contact stond met haar band dan met het publiek, kon wel degelijk bekoren. Hoe ze het doet, weet ik niet. Getormenteerde zielen spreken meer aan, schreeuwen duidelijker, zeker?

Al na het eerste nummer moest ik aan mezelf toegeven dat ik weliswaar niet helemaal kan beredeneren waarom haar gebroken stem me beroert, maar ze beroerde, da's zeker. Als zestienjarige vond ik haar teksten ontzettend intrigerend. Dat viel gisteren behoorlijk tegen. Dwalen door een bos, bang zijn om te houden van, om bemind te worden, om vergeten te worden na de dood... best mooi maar weinig vernieuwend.

Ook fijn om te ontdekken dat Portishead me met hun nieuwe nummers wat minder afkerig maakt tegenover wat in allerlei muziektijdschriften benoemd wordt met het lege 'industrial sound'. Moeten we daar fabrieken bij zien, of gekeelde kinderhalzen? Geen idee, maar de combinatie van de (eindelijk !) nieuwe geluiden met klassiekers als 'Glory Box' of 'Wandering star' maakte het mooie concert een pak weerbarstiger. Ik hou ervan als muzikanten je de oren laten spitsen.

Nog fijner is het wanneer concerten je laten leven, laten dromen, of persoonlijk dan: schrijven. En op dat vlak is er gisteren geen wereldwonder geschied, maar toch... 'Roads' blijft, hoe cliché ook, een mededinger naar mijn top tien van 'nummers die ik op m'n begrafenis wil'. Het is enkel een beetje spijtig dat ik op voorhand de exacte plaats van dit nummer had voorspeld: bij de bis-nummers.

Populaire berichten