zaterdag 24 november 2018

Nog een brief aan papa (op wat zijn drieënzeventigste verjaardag zou zijn)


Lieve papa,

Je zou vandaag drieënzeventig geworden zijn. Maar je werd slechts zevenenzestig en het kleinkind waar je zo vurig op hoopte, werd een kleine vijf jaar na jouw overlijden geboren. Over een paar dagen is hij tien maanden oud, hij trekt zich op, loopt langs de meubels en kruipt nu stilaan ook op handen en knieën in plaats van enkel op zijn buik te ‘tijgeren’. Ik denk dat je ook weerstand zou voelen bij dit woord dat de arts laatst voor zijn laag bij de grond voortbewegen gebruikte, ik mocht het van haar nog geen kruipen noemen. Maar waarom heet het dan niet ‘slangen’, of ‘hagedissen’, of een ander woord dat verwijst naar een dier dat zich onmiskenbaar op de buik voortbeweegt? Als tijgers sluipen, slepen ze hun zachte buik in de momenten voor de sprong naar hun arme doelwit misschien even over de grond, maar meestal staan ze stevig op vier dikke poten. Gekke Hollanders.

In de kast van fruitkistjes die mijn lieve man in elkaar timmerde en die een prominente plaats in de woonkamer kreeg, staan jouw combats in de linkerhoek beneden, vlak naast de boekjes van Dikkie Dik en Gonnie en Vriendjes en Rupsje-nooit-genoeg. Ade trekt ze graag uit de kast en ik laat het dan oogluikend toe dat hij even op de veters sabbelt en met zijn vingertjes aan de zolen krabt. Wat voor anderen voornamelijk vies lijkt, brengt mij grinnikend troost. Je bent zo aanwezig hier, kijk maar, je hebt je stoere laarzen uitgetrokken na een boswandeling waarbij we samen cantharellen zochten. Ik kan ze toch moeilijk ‘kisten’ noemen, want ‘opa’s kisten staan in het linkerkistje’, ook dat klinkt toch niet?

Ik heb altijd van je combats gehouden, volgens mij waren ze ook al te groot voor jouw kleine maat 39 en ze waren zeker te groot toen ik als puber naar grunge luisterde, met houthakkershemden mijn prille borsten bedekte en twee paar skisokken aantrok om met jouw legerlaarzen naar een feestje te gaan. Ze waren zo authentiek doorleefd, die combats. In je diensttijd trok je er gelukkig niet letterlijk mee ten strijde, het meest heroïsche verhaal dat ik me herinner was dat je een keer gepist hebt in het eten dat aan een gehate officier voorgeschoteld werd. Maar het kan zijn dat ik het verkeerd onthouden heb en dat uitgerekend jij de soldaat was die niet mee piste, al was je zeker ook niet het type dat de rest dan zou verklikken. Het is zwaar om te merken dat zelfs de verhalen die je best vaak verteld hebt, vervagen. Ik kan je karakter steeds minder goed reconstrueren op basis van wat je in je leven meemaakte en daardoor ontbreekt het me soms aan verhalen over jou waarin ik zelf ontbreek. Maar er blijft zoveel gevoel over, zoveel herinnering, zoveel liefde, zoveel samen.

Je kleinzoon huilt boven. Zijn vader gaat nu naar hem toe om hem in zijn armen in slaap te wiegen. Het lukte mij daarnet niet met moedermelk of ‘La chanson des vieux amants’ van Brel. Misschien zingt Frank nog een keer ‘Sweet Baby James’ van James Taylor voor hem. Ik vind het heerlijk dat ik een kind kreeg met een man die graag zingt. Mijn armhaartjes gaan rechtop staan als ik me herinner hoe je met je warme stem opera en chansons zong, in huis of in de skilift. Daarnaast vraag ik me nu pas voor het eerst af of dit een wiegenliedje is dat de grote James voor het kleine kind in hem schreef. 

Ik zou het Ade zo graag op tijd willen leren, dat de grootste kracht in jezelf je vermogen om voor jezelf te zorgen is. Daarbij begint alles, dat is het oog van de uitwaartse draaikolk die alle andere kracht brengt. Mijn leven veranderde toen ik dat begreep. Nadat ik je elke week verzorgde in de laatste maanden van je leven, zwaar over mijn grenzen ging door daar bovenop zoveel te werken dat er nog weinig momenten waren om mijn diepste wanhoop en eenzaamheid te voelen, ging je dood. Na je dood volgde de bodem. Ik bleef schrijven en zag steeds meer licht. Toen het licht echt liefde was, vond ik mijn man. Ik moest eerst mezelf vinden. Je hebt me de aanzet van deze levensles zeker tijdens je leven geleerd, maar je verdwijnen heeft me de diepe kern ervan laten ervaren.

Ondertussen ben ik fulltime moeder. En ik help mensen. Ik gids ze naar de wijsheid van hun lichaam, nodig ze uit om te voelen, om te luisteren naar de meerstemmige gezangen van hun ziel, om te schrijven en herschrijven en daardoor te helen. Het is een voorzichtige praktijk, in babyslofjes nog, zacht tijgerend. Ik hoef nog niet te springen, jouw kleinzoon dicht tegen me aan drukken als hij in de nachtelijke novemberkou aan mijn borsten drinkt, is nog even het allerbelangrijkste. 

Soms vervloek ik de resterende enkele ramen in dit sfeervolle huis. Het huis dat we vorig jaar betrokken, toen ik hoogzwanger was en we samen halsoverkop verliefd werden op het huis en nog maar eens ons hart mochten volgen. Maar het is niet zo erg, die kou 's nachts: dunne ramen brengen me in de slaap dichter bij de sterren. En van de sterren wist jij altijd al zoveel meer dan ik. Ik voel me omgeven door jouw wijsheid en als ik zoals de afgelopen nachten door de volle maan de slaap niet kan vatten, dan probeer ik deze slapeloosheid om te buigen en rust te vinden in het mysterie van leven en dood.

Ik kan nog zoveel meer schrijven. Maar is dat nodig? Ik denk dat je het goed vindt als ik nu even naar boven ga en poolshoogte neem. Als je kleinzoon slaapt, droomt hij misschien van de grootvader die hij nooit gekend heeft. Ook dat brengt troost, als ik me dat voorstel.

Ik hou van je lieve papa, bompa, opa van Ade,

Liefs,
Marie

P.S. Ik hoef niet naar boven, Lilith mag op mijn schoot blijven liggen. Het is stil geworden boven. Hij heeft hem in slaap gewiegd, ik heb hem vanavond in slaap geschreven.




zondag 13 mei 2018

Dagelijks Gedicht 441: Moederdag


Op Moederdag krijg jij je eerste tandje, of bijna, dat vermoeden we toch,
het vlijmscherpe bewijs ontbreekt nog in je mond, maar je schenkt
in afwachting flink wat kwijl en huilbuien van ontroostbaarheid en nu ook:
een klein moment om dit te schrijven, terwijl je vader je slapend op je zij
in de Maxi Cosi legde, sta ik stil bij het eerste jaar dat ik moeder ben,
moeder van een wezen buiten mijn buik, moeder van vlees en bloed,
van meer dan een lang gekoesterde droom.

Je ligt tastbaar zacht te ademen en ik kon het daarnet weer niet laten:
even mijn hand op je ruggetje leggen voor ik iets anders kon doen.

Ik kreeg geen ontbijt op bed, wel een sapje van je vader, het is echt waar
wat ze beweren: dat elke dag moederdag is en papadag je reinste onzin,
hij is dat elke dag opnieuw, niet alleen van jou, maar van drie kinderen,
de jongste krijgt op zondagochtend tandpijn, de oudste een nieuwe telefoon
van een ander merk, wat zorgt voor flinke migratieproblemen.
Ik prijs me koninklijk gelukkig: ik mag jouw mama zijn met deze vader,
hij die elke dag opnieuw overstroomt van zorgzaamheid.

Je kreunt stil, ik verroer geen vin en luister naar het geluid
van nog even verder slapen, geen noodkreet of prille, trotse p-p-p of b-b-b.

Ik kreeg vandaag van een bevriende mama een speldje met een moederpoes
dat ik nu links heb opgeprikt, want aan die kant van het hart klopt de borst
die jij zometeen mag grijpen. En als jij drinkt, zal mijn hart weer opengaan
voor jou, maar ook voor alle moeders die minder gezegend zijn:
zij die geen melk kunnen geven, zij die kinderen verloren of moeten missen,
zij die enkel in gedachten moeder zijn, al zij die zorgen voor anderen
en telkens weer liefde geven.

Het enige doel van vandaag is je voetje in gips vereeuwigen, die brede voet
waarop je leeft, op deze grond van bodemloze liefde.





donderdag 12 april 2018

Dagelijks Gedicht 404: Liliths poot op Ades voet

Op 29 januari verwelkomde ik na een bevalling van 26 uur uiteindelijk met een keizersnede onze prachtige zoon, Ade. Het Dagelijkse Gedicht dat ik er ere van zijn komst een paar weken later schreef, heb ik eerder vandaag geruisloos op dit blog gezet en kan je lezen in de vorige post.

Sinds eind januari kreeg ik niet alleen een zoontje. Ook overleed mijn schoonmoeder en keerden we met Ade na twee dagen alweer terug van onze eerste vakantiebestemming, het eiland van de oudste vrouwentempels, Malta. Bij terugkeer kreeg ik de buikgriep, alle andere gezinsleden volgden. Gisteren begroeven we na een aanrijding Jimmy, het speelse zwerfkatje dat mijn huidige man en toen nog kersverse liefde meenam uit Lesbos toen hij daar vrijwilligerswerk deed in een vluchtelingenkamp. Vannacht veranderde een aanslepende verkoudheid in een oorontsteking.

Het zijn turbulente tijden. En mijn eigen sores stellen niets voor als je kijkt welke mondiale conflicten steeds meer uit de hand lopen. Toch kan ik de laatste maanden niet meer dan elke dag proberen om tien minuten schrijftijd te vinden, voor een Dagelijks Gedicht. Ik kan niet anders dan daarin zoveel mogelijk te focussen op de kleine, mooie momenten die elke dag wel biedt. Gisteren schreef ik uiteraard een gedicht voor Jimmy. En vorige week werd ik betoverd door Lilith die tijdens de borstvoeding haar poot op Ades voetjes legde. Daar gaat gedicht 404 over.




-->
404

ze merkt de kleine lijntjes die de onderkant van je grootste teentjes doorkruisen niet op,
ze heeft je teentjes nooit met het puntje van haar tong geteld, ze kan niet gissen of je voeten
even breed zullen worden als die van je vader, of dat ze met het opgroeien de slankheid
van je moeders voeten zullen erven, die zo smal zijn dat ze uit elk muiltje schuiven

- en toch vond ze haar prins

behoedzaam komt ze naast je liggen als je drinkt, vandaag begroet ze je niet met kopjes,
ze strekt haar zachte voorpoot met ingetrokken nagels uit en legt die over jouw voetje neer,
het voetje dat het blauw-wit gestreepte sokje verloor, het gelukkige rechtervoetje
dat nooit eerder op zo’n poezelige manier warm werd gehouden



Dagelijkse Gedicht 337: 29 januari, de geboorte van Ade


Ade, liefje, wat heb ik gedroomd van hoe je in water en een draaikolk van liefde,
uit mijn vagina glijdt, hoe ik betoverd in je ogen kijk, jij in de mijne en hoe jij
vervolgens op mijn buik gelegd wordt, mijn geur herkent en nadat je even huilt
kruipend op zoek gaat naar mijn tepel – ik droomde wat de natuur bedoeld heeft.

Ik heb ons ook verbeeld als twee spinnende poezen, jij een welp die op de savanne
uit mijn dierlijk moederlijf glipt en tussen mijn warme poten zacht schoongelikt wordt.
Het meest tastbare dat uit dit visioen geboren werd, is je mooie geboortekaart
en vooral je naam, lieve koninklijke Ade, kroon op onze liefde.

Je koos echter voor de keizerlijke intrede, nadat je hartslag samen met je hoofd
alle kanten op ging en je de synthetische weeënopwekkers maar niks vond.
Ik doorstond voor jou het gesnauw van de anesthesist, overwon mijn angst
voor verdoving en liet mijn buik dwars opensnijden om jou te kunnen ontmoeten.

Je weegt bij geboorte drieduizendzeshonderd gram, je meet wel twee centimeter meer
dan ze in het ziekenhuis denken: geen vijftig maar tweeënvijftig centimeter,
je scoort één negen en twee tienen op je eerste testen, je wordt bij me weggehaald
terwijl ze me dichtnaaien, ik zie nog net hoe je niet huilt als je rustig in je vaders armen ligt.

Het rillen van mijn verdoofde, vermoeide lijf houdt op als jij aan mijn tepels wordt gelegd
en ik eindelijk het lied van de oude geliefden uit mijn geboorteland voor je zing.
Ik heb een filmpje nodig om dit moment weer terug te halen, maar nu weet ik het weer,
vanuit het wolkige bewustzijn weet ik dat het klopt en dat jij, mijn zoon, beresterk bent.

Ook weet ik dat ik van je hou, dat je wonderlijk mooi bent en dat het vanaf nu
mijn voornaamste taak is: je te zogen en van je te houden, steeds meer,
met een onvoorwaardelijkheid die zich mag wortelen in jouw hart en het mijne,
want die kloppen, lieve zoon, dat klopt.

Al snel komen je zussen langs die soms half en vaker heel zullen voelen,
je trotse extra tante Liesbeth, je volle tante, bomma en extra oma.
Ik voel mijn benen niet en blijf maar rillen, enkel jij, mijn liefje, kan mij
huid op huid tot bedaren brengen, als je dichtbij me ligt, worden we rustig.


-->

donderdag 25 januari 2018

Gedichtendag 2018: Dagelijks Gedicht 333


333

De baby danst nog in mijn buik, hij koestert grotere ambities
dan indalen, eerder komen dan nodig of het zoveelste gedicht zijn
op Gedichtendag – zijn poëzie hecht niet aan gewoontes.

Het wachten krijgt de smaak van vrouwenmantel en andere oude wijsheid,
het hart van de ananas en onvindbaar frambozenblad stellen we uit
tot na dit weekend, als ongeduld legitiem wordt - kan dat ooit?

Geen enkele houding past me nog, gelukkig is er naast het lijf de taal
om dat heel even te vergeten en kan ik wakend toekijken hoe een man
om wat te doen te hebben, het huis nog mooier maakt dan het al was.

Stapels boeken worden verschoven, erfstukken van hun plaats gehaald,
zodat planken het laatste likje mahoniehouten verf krijgen
en het Mozesmandje nog even een harige, slaperige bezoeker.

Zolang de baby er nog niet is, staan we andere ensceneringen toe
om de tijd te doden: een trompet van één van beide dode grootvaders,
een laken uit een vorig leven en een spinnende kat.

zondag 21 januari 2018

Tien jaar Huiverinkt: Dagelijks Gedicht 329

Boomstam in het duingebied van Vogelenzang


329

Als mijn kind zou besluiten om vandaag alsnog uit mijn buik in het warme water
of in ieder geval op de koude wereld te glijden, dan zou hij naast het grootste wonder
in mijn leven tot nu toe ook exact tien jaar jonger zijn dan Huiverinkt, de online verzameling woorden die ik op mijn zesentwintigste in een januarinacht bij elkaar begon te sprokkelen.

Wat hebben beide creaties met elkaar gemeen? Ze onstonden allebei uit liefde,
de ene voor een man en het leven, de ander voor het woord en het leven,
en daarnaast als uitlaatklep voor onvermogen, terwijl ik een kind van vlees en bloed
alleen kan verwekken met een blik vol hoop op de toekomst en vertrouwen.

Toenemende verrechtsing, de vluchtelingencrisis, nalatigheid om voor het klimaat te zorgen?
Je zou kunnen zeggen: de een maakte ik tegen beter weten in, met de ander hoop
ik al tien jaar meer te weten te komen en me te wapenen, maar misschien werkt het op
een goudeerlijk oerniveau wel precies omgekeerd. Beide spiegelen ze mij:

de trots en de onvolkomenheden die veel dieper gaan dan zichtbare sporen op de huid.
Beide laten me zweten, huilen, lachen en leven. Met beide laat ik iets na,
maar ze volgen ook onmiskenbaar hun eigen spoor en ze vormen allebei
belangrijke lessen in loslaten, in houden van de ander, met en ondanks alles.

Tijdens een ultrakorte wandeling in winterse duinen om het indalen te bevorderen
viel mijn oog op een bescheiden holte in een boom die een eigen weg opwaarts groeit  
ik schatte de omtrek, dacht aan een pompelmoes en babyhoofd en haalde mijn camera boven,
-->
zou deze neiging eerder toeschrijven aan een schrijversblik dan een gevoel voor humor.

Populaire berichten