vrijdag 5 mei 2017

Gedicht 068 van de Dagelijkse Gedichten


De alternatieve Dodenherdenking die ook aandacht schenkt aan actueel geweld en recente oorlogsslachtoffers, werd last-minute afgelast. Vorig jaar schreef ik een uitermate positief stuk over dit initiatief dat gestart werd door de geëngageerde dominee Rikko Voorberg. Dat het dit jaar om veiligheidsoverwegingen niet door kon gaan - de organisatoren ontvingen een misselijkmakende hoeveelheid bedreigingen - gaat niet in mijn koude kleren zitten.

Gisterenavond woonde ik uiteindelijk de voorstelling van de bundel 'ik hier jij daar' bij, een samenwerking van de Nederlandse Anne Vegter en de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun. Ik ken geen enkele dichter die zo tastbaar en poëtisch, zo fijngevoelig en nietsontziend over geweld en trauma schrijft als Almadhoun. Het gedicht dat ik na afloop neerpende, publiceer ik voorlopig niet. Wat hij me tijdens het signeren vertelde, is immers aan hem om in woorden te gieten en zo met de wereld te delen.

Mijn gastland Nederland is de commotie rond Dodenherdenking een dag later al weer aan het wegdrinken op Bevrijdingsdag. Dit jaar lijkt het ritme van deze tweedaagse nog ongepaster dan anders. Ik bleef thuis en pak de eerste verhuisdozen in. Vier robuuste stoelen worden straks door een 'statushouder' opgehaald.

Sinds een aantal dagen duiken de overleden broer en zus van mijn Joodse grootmoeder in mijn gedichten op, ik noem ze 'okselkinderen', naar hun favoriete schuilplaats. Ze ontbraken in de droom die ik vannacht had. De taferelen zijn hen helaas niet vreemd.


068

Een lege stad tot de hoogste nok gevuld met angst
en opgejaagd wild dat over elkaar tuimelt.
Mijn zus en ik op de vlucht. We hoorden stemmen
op vervallen muren terugkaatsen en
door verlaten gebouwen galmen:

'Ik krijg geld terug van de belastingen',
'Op Canal Digitaal alleen de spannendste thrillers'
'Stap de deur niet uit in een ongestreken kledingstuk'
en andere echo's die gek van onrust maakten,
cellofaan om het verleden spanden;

klanken zonder prijskaartje, vacuüm vervreemd.

Plots voor ons: een muur die nog rechtstond, een schakelaar.
In de andere stand hoorden we de botten kraken,
de bloedvergieten, het brandende haar knisperen.
We knipperden en knipperden maar er was geen weg
die voor ons uit liep,

ook stilte

kapot ge


schoten


'ik hier jij daar' verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam 2017
Uiteraard ten zeerste aanbevolen.

woensdag 26 april 2017

Gedicht 057 van de Dagelijkse Gedichten

Bron afbeelding: http://www.gezondheidenco.nl/wp-content/uploads/2013/08/hoofdluis2.jpg

Ik houd sinds twee maanden een dagboek bij, in dichtvorm. Hannah Zeeverkoper en ik sturen deze gedichten dagelijks naar elkaar. Ze bieden een mooi verslag van een transformerende tijd, maar geven me zelf ook verrassend inzicht in het cyclische karakter van emoties. En hoe kleine dingen zo veelbetekenend kunnen zijn, en omgekeerd. Trump, Le Pen, voorlopig hou ik ze kordaat uit m'n gedichten en het is bovenal een opluchting dat ik daar weinig moeite voor hoef te doen. Ik wilde aanvankelijk geen van deze gedichten online posten, maar af en toe ontstaat er op de korte momenten dat ik voor een opengeklapte laptop verslag doe van een dag, toch iets wat leuk is om te delen. Hier is gedicht 057 (twee dagen later is de jeuk godzijdank echt verdwenen):


Online zoekt een Belgische muzikant naar bevruchte eieren
voor zijn broedse Brahma-kippen, de hartverwarmende ongerustheid
om moederkloeken leidt de aandacht af van het krioelend kleins
dat de afgelopen vierentwintig uur bestreden werd
met tea tree, azijn, zonnebloemolie en lavendel.

Of de luizen naast ontraceerbaar ook echt verdwenen zijn?
Ik krab mezelf bedenkelijk op het hoofd en voel gegeneerde voorpret
bij het voornemen morgen bij de drogist te grappen
dat er inderdaad één nadeel is aan verliefd worden op een vader
met dochters die van knuffelen, stoeien en kopjes geven houden.

Gelukkig was lavendel ook de favoriete geur van mijn prinsenbeest,
Terwijl bij Paisley Park toch bogen verschenen zonder regen,
er dichter bij huis sneeuw viel in dit kille april, omkranst zijn geur me,
prikkelt een lang vergeten strijd weer even mijn zintuigen
en vermogen om klein onheil slechts jeuk te laten zijn,


niets groter te maken dan het is.

zondag 22 januari 2017

Nog een brief aan papa (bijna vier jaar later)



Dag lieve papa,

Deze woorden tik ik in een Limburgs klankbad, de troubadour tokkelt op zijn gitaar, Frank zingt mee in zijn taaltje van acht kilometer verderop en steekt ondertussen kaarsjes aan. Ik schrijf je deze brief slechts een uur voor de vijftien gasten aankomen, want ik moest echt even wat nieuwe woorden schrijven. Moedeloosheid bekroop me daarnet, toen ik digitaal door mijn oeuvre van de laatste tien jaar bladerde, een samengeraapte verzameling teksten waarvan het merendeel in vergeten mapjes belandde en een fractie steeds opnieuw voorgelezen wordt. Weinig hoort nog echt bij mij, bij wie ik nu ben, papa.

En als ik dit zo opschrijf, besef ik dat ik voor het eerst sinds je dood vier jaar geleden echt aan een nieuw hoofdstuk ben begonnen. Terwijl miljoenen mensen ter wereld zich verenigen in de Women's Marches, kijk ik dankbaar om me heen, naar de tastbare gebaren van liefde die in mijn leven kwamen van zodra ik écht besefte dat feminisme bij de eigen haard begint. Ik begon met het trekken van grenzen naar anderen die me vanuit onvermogen niet zien of respecteren, grenzen die al jarenlang in krijtlijnen om mee heen stonden, maar nog nooit eerder rechtlijnig voor zichzelf spraken. En van zodra ik dat deed, werd ik ten dans gevraagd door de meest daadkrachtige, liefdevolle feminist die ik ooit ontmoette. Zijn twee ranke puberdochters kwamen als extra verwarmend zonlicht met hem mee. Ik kan niet anders dan zelf stralen, hier wordt duistere zwaarte als vanzelf aan de winteravond gegeven.

Ik verhuis binnenkort naar dit Haarlemse huis, papa, van zodra er een extra verdieping is gebouwd, en dat dat zo snel gebeurt, voelt helemaal niet gek. Het voelt nu al als thuis, dit huis, al vergis ik me nog van keukenlade en heeft mijn verwarde hoofd nog niet alle lichtschakelaars en stopcontacten in kaart, mijn hart heeft zich hier al bij de eerste kennismaking genesteld onder een dekentje, met een kruik en warme kop thee binnen handbereik. Nee, de moedeloosheid die ik daarnet voelde toen ik naar geschikte teksten voor vanavond zocht, is niet de emotie die bij 21 januari 2017 past.

Ik volg liever de rode lijnen in de oude woorden, van geloof, hoop en liefde, woorden die me traag maar gestaag leidden naar zelfrespect, en dan verder, naar de wederzijdse liefde die deze avond vormgaf. Ze gaan nog veel verder, die lijnen, tot aan grillige rotskusten op Griekse eilanden, waar aangespoelde kleuters en ondergesneeuwde iglotentjes deel uitmaken van een bewust disfunctioneel afschrikbeleid. Concreet gaat één lijn naar Lesbos, waar ik over twee weken heen ga, met mijn lief, een handvol fantastische vrienden en collega's en elf studenten. We zullen er samen complexere vraagstukken aanpakken terwijl we het letterlijk broodnodige vrijwilligerswerk doen, omdat officiële instanties het menselijk leed als afweermechanisme voor nieuwe vluchtelingen inzetten en hun eigen nalatigheid vervolgens uitleggen met termen als 'politieke neutraliteit'. 'Wir haben es nicht gewusst.' Zelfs als ik Duits kon, wil ik dit nooit zeggen als ik terugblik op wat ik zelf deed toen deze enorme humanitaire crisis speelde. Ook het onvermogen bij het grote leed dat zo lang de bovenhand had en vaak door mijn woorden sijpelde, mag stilaan naar zo'n mapje dat het verleden documenteert.

Het zwerfkattinnetje dat Frank uit Lesbos meenam en vervolgens op androgyne wijze omdoopte tot Jimmy, zit terwijl ik schrijf in de badkamer te janken, opgesloten met wat eten en een kattenbak. Ze mag mijn kousen niet kapot maken en laat zich trager civiliseren dan de wilde liefde die sinds drie maanden in mijn leven is. Of ik zal het juister zeggen: de liefde is nog steeds wild, maar laat zich beter dan de kat in vertrouwde lepels leggen. Toen ik vannacht voor de derde nacht op rij een nachtmerrie kreeg, waarin ook deze liefde een leugen leek, was er niet veel nodig om wakker te worden. Ik opende mijn ogen even en zocht zijn warme schoot. Als ik zeg dat ik me bij hem thuis voel, papa, dan bedoel ik ook echt 'thuis'. De wijze, oude vrouw die in mij schuilt, neemt het kind, de dochter, bij de hand. Samen voelen ze zich veilig, samen maken ze via dromen duidelijk welke wonden ik nog moet verzorgen.

Wat is het de voorbij jaren koud geweest, papa. Wat heb ik gehuild, pijn gehad. Ik ben boos geweest, triest, woedend, radeloos. Ik ben over grenzen gegaan, steeds weer, en nog een keer, maar nu voel ik me sterk, zelfs in momenten van uitputting voel ik me sterker dan ooit. Zelfs tegen beter weten in, zelfs met een president aan de macht die over vrouwen zegt 'grab them by the pussy'. Zelfs met een minister voor ontwikkelingssamenwerking die bij vrieskou belooft om honderdduizend euro extra naar de Griekse eilanden te sturen, een bedrag waarvan we met z'n achttienen een vijfde hopen te verzamelen.

Nee, de zelfs is een zeker. Zeker met dit alles, moet er liefde zijn. Kan je het zien, papa? Hoe deze schreeuw om liefde door miljoenen wordt gevoeld? Hoe het ook klopt, dat ik zo geknokt heb en dwars door alles heen ben blijven geloven dat deze liefde mogelijk was? Omdat het niet mijn liefde is, niet de zijne. Het is 'zelfs' niet onze liefde, maar wel 'zeker' liefde die nog veel groter is.

Live 4 Love, papa, Live & Die 4 Love


Marie


Populaire berichten