zaterdag 13 april 2019

Afscheidsbrief aan Roland Zeldenrust





Lieve Roland, kanjer,

Je overleed donderdagavond, exact een jaar nadat Jimmy werd aangereden, het wilde, rossige katje dat bij mijn man op schoot kroop in een visrestaurant op Lesbos en dat hij vervolgens in een truttig mandje naar het voor haar veel te keurige, brave Nederland meenam. Een dolende, dollende en liefdevolle geest, steeds klaar om tijdens het spelen vuur te spuwen. Onstuimige Jimmy hield ervan stoute dingen te doen, zoals met haar nagels wild om zich heen slaan tijdens het ravotten en dus ook op een ochtend in april buitelend de randweg oplopen terwijl de auto’s voorbij raasden. En dit jaar ging jij, meneer Zeldenrust, op dezelfde datum, de drummer met de meest geniale en toepasselijke naam denkbaar… Ja, de gedachte dat jullie ronkende, duivelse energieën elkaar gevonden hebben in een nieuwe vorm, brengt troost. Voor beiden voelt de verleden tijd gebruiken naast onwennig ook oneerlijk. Aangezien ik jou niet in mijn tuin kan begraven en geen bizarre, gretig groeiende plant op je lijf kan planten zodat je wildheid in een andere vorm doorleeft, zit er niks anders op dan je aan een razend tempo een laatste brief te schrijven. En voor zover het kan kloppen, klopt dit ook, mijn afscheid aan jou, een ratelende solo in de leegte, geschreven op het ritme van het hart.

Ook al hoorde ik pas vrijdag dat je donderdagavond overleden was, ik wist het donderdagavond intuïtief al. Je zocht me die nacht urenlang op in mijn dromen en vroeg me zelfs of je een gids van me mocht worden tijdens het geven van reikibehandelingen. Die nieuwe samenwerking moest uiteraard op jouw voorwaarden gebeuren: je zou geen blad voor de mond nemen en me steeds de waarheid vertellen, zonder zweverigheid of de stinkende wonden die zachte heelmeesters achterlaten. We lachten onze grote tanden bloot om deze heerlijke tegenstrijdigheid. In de gesprekken met de dode Roland is werkelijk alles mogelijk, onze schaamteloze vriendschap die twee jaar duurde kan verder bestaan in een nog vrijere vorm. Dus tuurlijk mag het, lieve kanjer, natuurlijk mag je een brutale gids van me worden. En ik zal de weinige keren dat ik haring eet, aan jou denken. Ik zal aan je denken met een zilte smaak in mijn mond, of tijdens de meest onverwachte, aardse momenten.

Lieve Roland, shit. Ik voel me verweesd, kan mijn gevoel maar moeizaam duiden, de tranen zijn er maar weigeren voluit over mijn wangen te stromen. Waarschijnlijk was ons contact de laatste vier jaar te verwaterd om nu aan anderen te vertellen dat ik een goede vriend verloor. Maar toch was je mijn vriend, de eerste die nu doodgaat. Er stierven klasgenootjes, leiders van de scouts, vrienden van vrienden maakten een eind aan hun leven, er werden baby’s dood geboren, in de herfst verongelukte een leeftijdsgenoot met wie ik enkele zomers terug naar een huwelijk in Zuid-Frankrijk reisde. Ja, ik ben ondertussen al wel met zo’n dertig doden op Facebook bevriend. Maar dat jij me nooit meer zal zeggen dat je me mist, dat je me nooit meer zal vertellen dat ik stomme keuzes maak, dat je nooit meer zal verklappen hoe bang je bent voor wat komen zal of boos om wat gebeurde, dat je nooit meer zal tikken dat je me wil beschermen en dat ik alles tegen je kan zeggen, dat vind ik nu plots moeilijk om te aanvaarden, ook al was ons contact de laatste jaren erg minimaal.

Er ratelt iets in mijn hart en dat maakt me al twee dagen onrustig. Ik vermoed dat ik je harder mis dan verwacht. En dat is niet verwonderlijk. Je stond heel dichtbij toen het leven me naar adem liet happen, toen ik rilde van de kou en doorholde om de pijn maar niet te voelen. Het begon op het einde van 2012: je stuurde een vriendschapsverzoek op Facebook, toen de wereld toch niet verging, maar mijn vader wel op sterven lag en jij al enkele jaren bezig was met je strijd tegen kanker, je ‘worsteling op leven en dood’. Iets – ik weet niet meer wat - was uit mijn pen gerold en had je aandacht getrokken: daarom wilde je me leren kennen, niet om de gemeenschappelijke vrienden. De klik was er meteen en we deelden veel: een besef van hoe duister het leven is balancerend op de randen van de dood, een wil om te benoemen wat niet klopt, Joodse wortels en intergenerationeel oorlogstrauma, een liefde voor muziek, een haat-liefde verhouding met Amsterdam, een geloof in hoe de passies van mensen de wereld draaiende en brandende houden. Het vonkje was meteen groot genoeg om samen online de diepte in te duiken, niet veel later ook ‘onlife’. We knuffelden elkaar steeds warm en streken bij elke ontmoeting steevast over elkaars benige rug.

Ik ging in de begintijd van onze vriendschap elke week een paar dagen naar mijn vaderland België, om voor mijn papa te zorgen die verlamd was door ALS, toen al voeding kreeg via een sonde en zijn vermogen om te praten kwijt was geraakt. De vastberadenheid waarmee voor mijn vader gezorgd werd, raakte je diep. Je was zelf net aan de dood ontsnapt en je wist hoe relaties in zware tijden in een ander licht komen te staan. Terwijl mijn vriendinnen de luiers van hun baby’s verschoonden, was ik in een wekelijkse strijd met mijn vader verwikkeld, die te trots was om de zorg te aanvaarden die hij in flink hulpeloze staat nodig had. Ik vloekte in de chat, ik wanhoopte en riep met uitroeptekens dat ik het niet meer aankon. Jij luisterde, belde als dat nodig was ook laat in de avond, draaide je geen seconde weg voor de rauwe, onsmakelijke verhalen die ik vertelde. Je was de vriend die er toen het meest voor me was, na slapeloze nachten waarin ik angstvallig luisterde naar de ademhaling van mijn vader was je vaak de enige buitenstaander die bleef vragen of ik in die helse nachten zelf een beetje geslapen had. En ik wist ook wat het zwaarst op jouw schouders drukte.

Een paar weken na het overlijden van mijn vader zocht ik je samen met mijn zus op in het besneeuwde Berlijn. Na afloop droegen alle poppen van je toen vierjarige dochter onze namen. We kregen grauwe tanden van de rode wijn die we samen dronken, we wreven elkaars handen warm, luisterden met je dochter naar icaros uit de Amazone tot ze zacht in slaap viel op je borst. Ik herinner me dat ik toen al de tweestrijd in mezelf voelde die onze vriendschap van in het begin bemoeilijkte. Ik deelde je boosheid en vond het net als jij makkelijker om te zien wat voor de ander goed was dan helder te doen en laten wat voor mezelf nodig was. En toch wilde ik ook streng voor je zijn, de sigaretten uit je handen trekken, je eigenhandig naar kundige sjamanen in de Andes sturen, ik zocht naar manieren om je zo lang mogelijk in leven te houden, je te motiveren nog beter voor jezelf te zorgen, zonder dat ik daarbij te belerend overkwam. Dat lukte amper. En terwijl je in het begin steeds als eerste de boze open brieven die ik schreef las, ging je me na een tijd minder aanvuren en stonden we verder van elkaar: ik postte muziek die jij zielloos vond, jij verkondigde politieke meningen die mij teleurstelden. Nadat ik een keer wat over Nirvana schreef, zette je alle Facebookmeldingen uit. Dat ik naar zo’n ‘oppervlakkige’ muziek luisterde, vond je onbegrijpelijk, of dat maakte je mij en jezelf in ieder geval wijs. Misschien verdroeg je van mij minder omdat je me graag zag, zo gaat dat vaak. Ik heb het je nooit gevraagd. En omdat ik zeker was van onze warme basis, maakte ik me ook niet druk over de afstand die ontstond. Of toch te weinig, denk ik nu.

Nadat je twee jaar lang heel trouw de wisselende berichten over je oorlog met de zich door je lijf verplaatsende en soms tijdelijk verdwijnende kanker met me deelde, werd het stiller. Toen ik stapelverliefd werd op de man die nu de vader van mijn kind is hadden we al geen contact meer. Ja, toen ik eindelijk de man vond die je me gunde, konden we samen ook niet langer lachen om mijn mislukte romances. Ik wilde niet meer boos zijn en zeker niet meer op jou. Ons contact stokte, je reageerde niet meer op mijn laatste berichten en ik kreeg enkel nog op je tijdslijn hoogte van de stand van zaken. Met pijn in het hart las ik hoe de kanker de laatste jaren verder woekerde, hoe je strijdvaardigheid steeds meer terrein verloor aan het onvermijdelijke.

Lieve Roland, uiteraard is deze brief een surrogaatkus, een lapkus. Dat snap je toch wel? Uiteraard zou ik je het liefst nog een keer in mijn armen hebben gehad. Maar dat kan nu niet meer, ouwe rakker. Beloof je me snel nog eens te komen spoken in mijn dromen? Wees dan wel voorzichtig als je uit het raam van mijn slaapkamer glipt. Op de randweg rijden de auto’s hard. Ik weet te weinig over het leven na de dood om uit te sluiten dat spoken harde klappen kunnen krijgen. Kom gerust onaangekondigd langs, of als ik geroffel op de deuren hoor, zal ik weten dat het jouw drumsticks zijn.

En weet dat ik je naast rust ook toewens wat je gretige hart wil. Desnoods een mooie portie rusteloosheid, desnoods de kans om steeds opnieuw te dolen en thuis te komen bij wie jou liefheeft. Ik ben één van die velen, niet ondanks, nee, zonder gemaar, zonder concessies. Lieve meneer Zeldenrust, ik zie je graag. En nu rest me niks anders dan je vaarwel te zwaaien met deze pen van mij, die vanavond geen wapen, maar een veer is waar droeve inkt uit druipt.

Sterkte ook aan je nabestaanden, je kinderen, je moedige geliefde die je zo bleef steunen en verzorgen, je vrienden, al wie zich aan je vuur kon warmen en mocht branden.

Dikke kus, kanjer,
Ik heb je lief,

Marie
x

maandag 11 februari 2019

Ik ben trots, maar waarom?




Ik ben trots omdat ik geen auto heb. Ik ben trots omdat ik als enige kan rijden. Ik ben trots omdat ik alles met de fiets en trein doe. Ik ben trots omdat we al een jaar niet met het vliegtuig reizen. Ik ben trots omdat ik super betaalbare tickets naar Bali heb gevonden. Ik ben trots op alle KLM-huisjes op mijn boekenkast. Ik ben trots omdat we deze zomer in eigen land blijven. Ik ben trots omdat ik nooit met een vervuilende cruise mee zal varen.
Ik ben trots omdat ik gestopt ben met koffie. Ik ben trots dat ik maar één kopje koffie per dag drink. Ik ben trots omdat mijn koffiebonen door een boer verbouwd worden die daar eerlijk geld mee verdient. Ik ben trots omdat ik enkel lokale dranken drink. Ik ben trots omdat ik mijn koffie niet meer heet drink als er kinderen in de buurt zijn. Ik ben trots omdat ik mijn alcoholconsumptie binnen de perken kan houden. Ik ben trots omdat ik geen alcohol drink. Ik ben trots omdat ik enkel alcohol drink als ik in gezelschap ben. Ik ben trots omdat ik een wijnkenner ben en mijn neus ophaal voor goedkope whiskey.
Ik ben trots omdat ik geen suiker meer eet. Ik ben trots omdat ik geen toegevoegde suiker meer eet. Ik ben trots omdat ik geen suiker meer geef aan mijn kleinkinderen. Ik ben trots omdat mijn kleinkind zo genoot van mijn zelfgebakken appeltaart. Ik ben trots omdat ik geen rietsuiker meer koop. Ik ben trots omdat ik alle troep met kristalsuiker weiger. Ik ben trots omdat Belgen de lekkerste chocola maken. Ik ben trots omdat ik al een jaar lang geen Toblerone gekocht heb. Ik ben trots omdat ik mijn haar met een stuk zeep was en producten met palmolie weer uit de badkamer.
Ik ben trots omdat ik elke dag een boom knuffel. Ik ben trots omdat ik een petitie tekende tegen het kappen van bomen in het park. Ik ben trots omdat ik nooit hartjes in basten kras. Ik ben trots omdat ik nooit muntjes in de Trevi-fontein gooide. Ik ben trots omdat ik muntjes aan zwervers geef. Ik ben trots omdat ik nooit geld aan zwervers geef, maar altijd iets om te eten. Ik ben trots omdat ik een stad woon waar geen zwervers te zien zijn.
Ik ben trots omdat ik vluchtelingenwerk heb gedaan. Ik ben trots omdat ik buurtwerk heb gedaan. Ik ben trots omdat ik mezelf heel. Ik ben trots omdat ik altijd klaarsta voor anderen. Ik ben trots omdat ik me steeds beter afsluit voor het leed waar ik toch niets aan kan doen. Ik ben trots omdat ik weet dat een storm begint met een vleugelslag.
            Ik ben trots op het circuit in Zandvoort. Ik ben trots op het uitgestrekte duinlandschap om de hoek. Ik ben trots dat ik met mijn vader mooie vuurpijlen in de tuin afstak. Ik ben trots omdat ik erg anti-vuurwerk ben en weet hoe vleermuizen en vogels erdoor verdwalen en zelfs sterven.
Ik ben trots omdat ik tampons gebruik en geen vieze maandverbanden. Ik ben trots dat ik maandverband gebruik en geen tampons, broeihaarden van chemicaliën en bacteriën. Ik ben trots omdat ik menstruatiecups gebruik. Ik ben trots omdat ik tampons gebruik en niet meedoe aan de onzin van menstruatiecups. Ik ben trots dat ik mijn bekkenbodemspieren train met yoni-eieren van jade. Ik ben trots dat ik dat durf toe te geven. Ik ben trots dat ik geen rare hippie ben en dat ik niet meedoe aan rages van menstruatiecups en yoni-eieren.
            Ik ben trots omdat ik #metoo-verhalen deelde. Ik ben trots omdat ik een realiteitsbesef heb en niet zeik over irritant gedrag van mannen.
Ik ben trots omdat ik geen vlees eet. Ik ben trots omdat ik maar één keer per week vlees eet. Ik ben trots omdat ik enkel dieren eet die echt geleefd hebben. Ik ben trots omdat ik geen vlees, vis of eieren eet en ook melkproducten opzij schuif. Ik ben trots omdat ik mijn eieren in de lente om de hoek koop en de kippen die ze leggen in de ogen kan kijken, zowel links als rechts. Ik ben trots omdat ik mijn kat granen geef. Ik ben trots omdat ik weet dat een kat vlees nodig heeft. Ik ben trots dat ik geen huisdieren heb en dus ook nooit vlees hoef te kopen.
Ik ben trots dat ik niet actief ben op sociale media. Ik ben trots omdat ik authentiek mezelf probeer te zijn op sociale media. Ik ben trots omdat ik mijn sociale media profielen niet gebruik en enkel gluur bij anderen. Ik ben trots omdat ik mijn eigen geluk nooit afmeet aan dat van anderen. Ik ben trots omdat ik op Facebook verklap dat ik anale seks heb. Ik ben trots dat ik nooit vuile was buitenhang. Ik ben trots dat mijn moeder actief is op Facebook. Ik ben trots dat ik mijn moeder heb geblokkeerd op Facebook.
Ik ben trots omdat ik kwetsbaar ben. Ik ben trots omdat ik huil. Ik ben trots omdat ik niet huil. Ik ben trots omdat ik sterk ben.
Ik ben trots omdat ik rimpels heb. Ik ben trots omdat ik nog maar zo weinig rimpels heb. Ik ben trots op mijn grijze haar. Ik ben trots dat ik nog geen grijs haar heb. Ik ben trots op mijn borsten die hebben gevoed. Ik ben trots op mijn stevige borsten. Ik ben trots op mijn vel dat nog zo ongehavend is. Ik ben trots op mijn keizersnede. Ik ben trots op mijn platte buik. Ik ben trots op mijn buikje. Ik ben trots op mijn spiegelbeeld.
Ik ben trots om dat ik een gevulde boekenkast heb. Ik ben trots omdat ik op een e-reader lees en een opgeruimd huis heb. Ik ben trots omdat ik geen smartphone heb. Ik ben trots omdat ik nog steeds een Iphone 4s heb. Ik ben trots omdat ik een Fairphone heb. Ik ben trots omdat ik nog steeds Snake speel op mijn Nokia. Ik ben trots omdat mijn twaalfjarig kind geen smartphone heeft. Ik ben trots omdat mijn zoontje van één de televisie aan en uit kan zetten. Ik ben trots dat ik mijn kinderen niet op Facebook zet. Ik ben trots dat ik mijn kinderen enkel met een smiley voor hun gezicht op Facebook zet. Ik ben trots op mijn kinderen, dus ik zet ze op Facebook. Ik ben trots dat ik geen kinderen heb. Ik ben trots omdat we wegwerpluiers gebruiken. Ik ben trots omdat we ons pampers kunnen permitteren en droge billen zonder uitslag het allerbelangrijkste vinden. Ik ben trots omdat onze baby een dubbele kin heeft en meerdere vetlaagjes in zijn ledematen. Ik ben trots omdat onze baby slank is. Ik ben trots omdat mijn kind een zenmeester is. Ik ben trots omdat mijn kind geen boeddha is. Ik ben trots omdat mijn kindje in een bed gelegd kan worden en slaapt. Ik ben trots omdat mijn kind enkel aan de borst in slaap valt en daar alle tijd krijgt om de indrukken van de dag te verwerken. Ik ben trots omdat we ons niet laten vangen door gender-verwachtingen en ons zoontje ook poppen geven om mee te spelen. Ik ben trots omdat ons zoontje sterk is, iedereen omver trekt en met auto’s speelt.
Ik ben trots omdat ik dit jaar geen nieuwe kleren koop. Ik ben trots omdat ik enkel tweedehandskleren koop. Ik ben trots omdat ik weer in een kleiner maatje pas. Ik ben trots omdat ik weer in een groter maatje pas.
Ik ben trots omdat ik niet roddel. Ik ben trots omdat ik enkel roddel over mensen die echt onaardig zijn. Ik ben trots dat ik me niet druk maak. Ik ben trots dat ik mijn grenzen beter bewaak. Ik ben trots dat ik niet boos word. Ik ben trots dat ik boos word. Ik ben trots dat ik niet veroordeel. Ik ben trots dat ik durf te erkennen dat ik veroordeel.
Ik ben trots omdat ik zoveel dingen belangrijk vind. Ik ben trots omdat ik humor heb en van alles de pijnlijke kantjes kan vijlen. Ik ben trots dat ik kan relativeren. Ik ben trots omdat ik consequent ben. Ik ben trots omdat ik schrijf. Ik ben trots omdat ik zwijg.




Eerlijkheid gebiedt mij te vermelden dat deze tekst sterk geïnspireerd werd door Kinderen, koken, kerk, keuzes, keuzes, keuzes, een tekst uit 2013 van de Vlaamse blogger Michel Vuijlsteke.





dinsdag 5 februari 2019

Een brief aan mijn zoontje op zijn eerste verjaardag








Lieve, liefste Ade,

Hoe kan de eerste alinea van een brief ter ere van je eerste verjaardag klinken? Het ritme kan toch niet kloppen zonder de beginzinnen te besteden aan de prachtige weerborstel op je kruin? Wat ik ook aan je wil vertellen (en dat is véél!), mijn gedachten glijden steeds af naar de stromende draaikolk die een groot deel van je hoofdhaar een paar cijfers verder de klok opdraait voor de zwaartekracht er vat op krijgt. Met de klok mee, een kruintje van de toekomst, met zwierig en licht krullend haar dat we goud noemen.

Die aanblik van je kruin is al een jaar mijn epicentrum, de eerste maanden stonden er nog donshaartjes op. Toen zat er op je achterhoofd een kale plek, maf genoeg, want je lag nooit graag op je rug en toen je op je drie maanden kon rollen, lieten we je al op je buik slapen. Dat die kruin het absolute centrum van mijn wereld is, mag stilaan veranderen, maar tegelijkertijd hoef ik dat niet te forceren en help jij ook om dit levenslange proces van loslaten op een natuurlijk tempo te laten gebeuren. Het levert nu je sinds kort twee dagen per week naar de kinderopvang gaat tranen op, vooral bij jou en soms bij mij, maar voorlopig geen trauma’s of gekke krampachtige spagaten.

Als ik de draaiende beweging van je haren volg, dan dwalen mijn gedachten de laatste weken steeds vaker af naar wat er verder in de wereld gebeurt, naast dat jij er al een jaar bent en dat ik je dolverliefde moeder mag zijn. Dat gebeurt vanzelf. Ik heb nu vooral een goed geheugen voor de klimaatslogans die de Belgische spijbelende jeugd al een paar donderdagen op rij in de Brusselse straten scandeert en daar grinnik ik stil om, terwijl jij in slaap valt. Ik lees weer vaker de kranten, volg het journaal niet langer enkel vanuit mijn ooghoeken terwijl ik je voed, maar de woede om politieke gebeurtenissen lijkt al een jaar lang beduidend flink getemd door hormonen en moederliefde en dat is een vreemde gewaarwording voor iemand met zo’n grote honger naar nieuws. De laatste tijd voel ik de ergernis en strijdlust samen met jouw exploratiedrang groeien. Jij stapt bijna en ik ga weer aan het werk.

Jouw gevoel voor humor groeit ook: je schaterlacht als je vader je kousenbroek op zijn hoofd zet tijdens het verschonen van je luier, als ik je smakeloze speltwafel aan de kat aanbied die er snuivend haar snuit voor ophaalt of als ik een mandarijnschil op haar rug leg waarmee ze enkele meters rondwandelt voor die van haar vacht tuimelt. Ook schaterlachte je laatst toen we samen televisie keken en Hakim van Sesamstraat nieuwe deuren toverde omdat de sleutel in zijn hand niet op die ene deur paste, hoeveel hij ook morrelde en trok. Dat is overigens een gouden levensles: als een sleutel niet past op een deur, ga dan niet vruchteloos op zoek naar de juiste sleutel en probeer de deur al evenmin open te beuken. Maar verzin nieuwe deuren, andere wegen. Als het niet klopt, dan klopt het niet. Als je je ergens niet welkom voelt, dan is het hoogstwaarschijnlijk ook niet jouw thuis.

Deze brief voelt nog een beetje onwennig. Ik ben bedreven in brieven aan de doden, en dan vooral die aan je opa, mijn papa, één van de drie grootouders die je helaas enkel via verhalen zal leren kennen. Brieven aan overledenen mogen immers ongegeneerd over jezelf gaan, want doden zijn bovenal denkbeeldige spiegels, verguld met lijsten van talloze herinneringen. Maar woorden aan zo’n springlevend leven, zulke nieuwsgierige oogjes die me ongedwongen aankijken en bevragen, die zijn nieuw voor mij. Toch heb ik je al eerder een brief geschreven, toen ik vorige winter nog hoopte dat je thuis in het warme water van een bad geboren zou worden. Maar de hypnobirthing-afspeellijst die ik samenstelde nadat we laat in de zwangerschap nog verhuisden naar dit oude, sfeervolle huis dichtbij de duinen, die lijst die dertig lange uren duurt, bleek een goede voorspeller van de uitputtingsslag die jouw geboorte werd. Je bleef zwemmen, zag het absoluut niet zitten om met dat prachtige kruintje van jou klem te zitten in mijn bekken en doordat je niet indaalde en je hartje ook niet van kunstmatige weeënopwekkers hield, kwam je uiteindelijk na honderden vergeefse weeën en twee lange nachten met een keizerlijke intrede ter wereld, op 29 januari 2018, om half vijf in de ochtend.

Je beweeglijkheid was al voelbaar toen je in mijn buik zat en dat je een krachtig kindje bent, wist ik ook al toen je nog in het vele vruchtwater zwom en mij zeer regelmatig een flinke stamp gaf. Die explosieve energie en je grote drang naar bewegingsvrijheid zijn tekenend voor je eerste levensjaar. Je bent enorm nieuwsgierig en slapen vind je, zeker overdag, een zinloos tijdverdrijf waartegen je je met elke vezel in je lijfje verzet. Naar een slaapritme zijn we onophoudelijk op zoek en als we denken er één gevonden te hebben, laat je mijn tepel los vlak voor de slaap je vangt en begin je een opgewonden monoloog met alweer nieuwe klanken. De laatste weken roep ik weer vaker je vader om hulp en je voelt je al van in het begin zo geborgen bij hem, dat je ook na een jaar steeds weer lijkt te vergeten dat er uit zijn tepels geen melk komt.

Gelukkig deel je niet alleen het geboorteuur met je moeder, maar lijk je ook nu al een nachtraaf, je vindt het ook fijner om ’s avonds wat langer op te blijven. De dagen dat je ervoor kiest om voor half acht weer aan de dag te beginnen, zijn gelukkig zeldzaam, maar dit opschrijven werkt misschien als een vloek. In de week van je eerste verjaardag was je vaak opvallend vroeg wakker. Last van de doorkomende vijfde tand of gewoon goesting in het leven? Ik weet het niet, maar als je iets meer en makkelijker zou slapen, liefje, dan zou het leven nog zoveel leuker zijn. Want als Ade slaapt, dan wordt hij beter, als lieve Ade slaapt, voelt hij zich goed. Ja, als Ade slaapt, dan groeien bloemen, dan zingen sterren, dan ontstaan er vreugdevuren over de hele planeet. Dit en duizenden variaties zing ik je al maanden in een verzonnen melodietje toe. Soms helpt het en geef je je over aan de slaap, maar meestal strek je nog een keert je nekje, alsof je wil kijken of er op het bed inderdaad bloemen groeien terwijl je slaapt.

Ik was een eerste versie van deze brief begonnen tijdens het late slaapje in je vaders armen op je verjaardag. We schonden die dag met plezier de regel dat je een baby beter niet na half vijf laat slapen, omdat hij dan ’s avonds de slaap niet vat. Op je verjaardag was het juist heel leuk dat je langer opbleef, want je halfzussen en hun mama kwamen langs om je eerste verjaardag te vieren. We zongen voor je en jij luisterde ademloos, met dezelfde intensiteit als waarmee je kijkt naar je zusje die de sterren uit de hemel danst en onlangs tijdens een eerste wedstrijd met haar groep meteen de eerste prijs wegkaapte. Dansen, zingen, muziek luisteren: je vindt het prachtig en je voelt het absoluut als er iets te vieren valt, zeker als jij die reden bent. Pas om half tien viel je in slaap, met een buikje vol frietjes, appeltaart en een extra toetje, een dessertje van moedermelk. Voor je eerste ‘echte’ verjaardagsfeest op zondag deed je ’s middags een hazenslaapje, werd om twee uur wakker voor de eerste van wel dertig gasten kwamen en vervolgens heb je urenlang genoten van al die aandacht en cadeaus. Moedermelk interesseerde je niet, de olijven en aardbeien en taart waren zoveel interessanter. Achter de bank staan nog steeds cadeautjes te wachten op jouw gretige nieuwsgierigheid.

Op de nieuwe crèche kreeg je uiteraard een kroon op je verjaardag. Tijden veranderen, maar simpele kinderkronen zien er al zoveel generaties hetzelfde uit: een nietje in de band die om het hoofd spant en daarop worden twee banen die elkaar kruisen vastgemaakt, in tweekleurig karton. Als je wat ouder bent, zal je je kroon ook zelf mogen versieren. Ik hoop dat je daar plezier aan zult beleven, want vingerverf vind je vooralsnog griezeliger dan heel veel mensen bij elkaar - of Trump, Theo Francken of andere monsters op televisie. De rechthoekige kleurtjes van was gooi je keihard op de grond. De sporen die je achterlaat interesseren je vooralsnog beduidend minder dan de doelen die je uitkiest en waar je met swingende heupjes en aan een indrukwekkend tempo op afgaat. Gelukkig maar. Je toekomstgerichtheid en levenslust tonen zich gelukkig ook in een huid die zich razendsnel herstelt. Op vier januari kreeg jij na een slapeloze nacht waarin je al geteisterd werd door de buikgriep, hete thee over je heen. Tweedegraadsbrandwonden lieten ons verschillende bezoekjes aan het ziekenhuis en het brandwondencentrum brengen. Je interesse in lopen verdween even snel als de smeltende sneeuw op straat en ook in eten had je geen trek. Nooit eerder dit jaar ben ik zo dankbaar geweest dat ik nog borstvoeding geef als de afgelopen maand, toen uitdroging een reëel risico was.

Jouw eerste levensjaar speelde zich af in een cocon, maar het was evengoed een heftig jaar, met veel veranderingen en als er al een roze wolk was, dan gingen we op die wolk aan een rotvaart ook een paar keer overkop. Zes weken nadat je geboren was, stierf je oma, de mama van je papa, twee weken nadat ze jou voor de eerste en enige keer ontmoet had. Het universum van een demente tachtiger en een nieuwsgierige baby van vier weken leek tijdens die ontmoeting hetzelfde. Jullie keken elkaar met open ogen aan en lachten onophoudelijk. Zij keek naar je en vroeg me elke vijf minuten of het geen tijd was om ‘haar’ nog eens aan de borst te leggen, terwijl ik je nog maar net gevoed had. Het had geen zin te benadrukken dat je een piemeltje hebt, je was die dag haar meisje, haar kleinste en vijftiende kleinkind.

Ik heb ongelofelijk veel bewondering voor de zachtheid waarmee je vader afscheid van haar heeft genomen, voor de waardigheid waarmee hij zijn verdriet draagt en met golven toelaat. Het overmeestert hem zelden en als dat gebeurt, maakt het verdriet gracieuze tekeningen op zijn gezicht. De elegantie maakt zijn pijn niet kleiner, wel zachter. Hij had al voor ze stierf in liefde gevoeld dat het mooi was geweest, en dat hij als jongste van zeven kinderen klaar was om wees te worden en zijn lieve moeder te laten gaan. We hoorden van haar overlijden toen we net twee dagen op Malta waren, het eerste reisje buiten je vaderland dat we met je maakten, zelfs voor het eerste bezoekje aan je moederland met Pasen. We keerden meteen naar Nederland terug en je vader verzorgde je oma, maakte haar samen met je tante voor de laatste keer mooi. Hij trok op de uitvaart niet het trouwpak van zijn vorige huwelijk aan dat de moeder van z’n dochters in alle haast per ongeluk had meegenomen, maar een fleurig, kleurrijk hemd en helderblauwe broek. Hij zong ‘Geneet van ‘t laeve’ met Limburgse tongval terwijl de aanwezigen huilden en lachten en jij aan de borst dronk.

Wat is er dit jaar nog gebeurd? We hebben in augustus de hitte in Overveen verruild voor Japanse hitte en taifoens. Dat werd een heel bijzondere en ook ambitieuze reis die zich niet in een alinea laat samenvatten. Wat waren we blij dat je zo’n sociaal baby’tje bent en dat jij ervoor zorgde dat we dagelijks kleine gesprekjes hadden met de ondoorgrondelijke Japanners. Toen je zes maanden was, was je zo benieuwd naar al dat vreemde eten. Je proefde naast rijst en peperdure, alvast geschilde appelkwartjes ook zeewier en gember en dingen waarvan ik nu de naam niet meer kan herhalen. Ik was twee maanden eerder, toen je vier maanden oud was, overigens enorm opgelucht dat je nieuwsgierigheid het won van je gehechtheid aan de moederborst en je razend geïnteresseerd was in worteltjes en avocado en ik eindelijk niet meer elke negentig minuten je honger met mijn vermagerende lijf moest stillen. Maar ik ben ook ijdel en klaag ook niet te luid, want op je eerste verjaardag droeg ik voor het eerst in twintig jaar weer een broek in maatje 34.

Ik wilde deze brief aanvankelijk laten gaan over wat je mij al geleerd hebt, want dat is zo ongelofelijk veel. Maar ik wil nog zoveel andere dingen doen, lezen, schrijven, even tegen je vader aan te kruipen. Mag het kort, mijn lieve Ade, dit slot van een brief die sowieso eindeloos is? Je nodigt me uit om dicht bij mijn natuur te leven, ik ben het laatste jaar bovenal een zoogdier geweest, dat overloopt van melk en liefde voor jou. Sinds jij er bent, heb ik nog minder geduld met al het menselijk gekronkel dat ons verder van deze natuur af probeert te brengen. Jouw recht op moedermelk stond steeds voorop en ik voelde daarin veel steun van je lieve vader. Het heeft tot een paar memorabele conflicten geleid, op de opleiding die ik dit jaar afrondde en op de eerste crèche, waar de gekolfde melk in de koelkast bleef staan en ik gevraagd werd om je uit het zicht van anderen te voeden, toen ik je na een lange dag uitgehongerd aantrof. Je leert me voor onze band op te komen, je leert me grenzen trekken en prioriteiten stellen. In een huis met twee puberende meiden, met akelige nepnagels in de boekenkast en bierkroontjes op de vloer na nachtelijke feestjes, is opvoeden een moeilijke evenwichtsoefening, zeker als jij samen met je uitgaande zussen aan onze nachtrust knabbelt. Maar wat groei je op in een warm huis, waar zoveel wordt gelachen, gedanst, gepraat, geluisterd en gekoesterd.

Je leert me wat belangrijk is. En wat is dat anders dan liefde? Niemand liet me ooit zo stilstaan bij de vraag wat ik wil doen in dit leven, behalve dan houden van en koesteren. Nee, niet ‘behalve dan’. Jij stelt mij door je komst telkens weer die vraag, hoe ik mijn leven zo kan leiden dat ik bovenal kan houden van en koesteren. Mijn lieve Ade, gefeliciteerd. Je bent een liefdesbaby, een zonnetje, een als waterman vermomde leeuw. Je bent krachtig, grappig, schalks, nieuwsgierig, lief. Je kriebelt en aait me, je daagt me uit en troost me, stelt me gerust. Je bent mijn lieve, lieve zoontje.


Drie dikke kussen en een vlinderkusje op je wang,

je mama Marie


Populaire berichten