maandag 8 juni 2015

Open brief aan CMR-secretaris Pieter Claeys

Bron afbeelding: krapuul.nl
Beste Pieter,
Gewaardeerde collega,
Yo ket!


We delen een aantal zaken, zijn beiden actief binnen medezeggenschapsraden van de Hogeschool van Amsterdam en vinden het superbelangrijk dat niemand bang is en iedereen zich uit durft te spreken. Daarnaast hebben we een hart voor onderwijs, een hart dat de tong makkelijk als springplank gebruikt en wel vaker het hoofd op hol brengt. We legden onze hoeden in Amsterdam en maakten van deze stad onze huidige uitvalsbasis, maar onze voeten groeiden in hetzelfde vaderland op. Waarschijnlijk maakte jij in de Franse les ook kennis met ‘J’accuse’ van Emile Zola en begrijp je vanzelf dat deze open brief niet bedoeld is om gelijk te halen, of de discussie onder je brief op Folia te herhalen, maar wel om zaken aan te kaarten en breed bespreekbaar te maken.

Ik gniffel al als ik aan de reacties denk. Twee Rethink HvA-sympathisanten die een discussie openbaar voeren? ‘Ze graven hun eigen graf.’ Ik zie dat anders. Dit is publiekelijk herdenken zonder te begraven. Akkoord, Rethink HvA is al vier maanden lang een kleine groepering, levendig gehouden door een kleurrijke kern die elkaar door de Maagdenhuisbezetting beter leerde kennen en - vooral in de avonduren - in gesprek gaat over het onderwijs waarvan we dromen. Meer dan veertig mensen mochten we op één avond nog niet verwelkomen en het zou me verwonderen als we op 23 juni in een groter gezelschap de Zomervlam aansteken. Maar elke bijeenkomst krijgen we nieuwe gezichten te zien en hoe bemoedigend is het dat naast Edgar du Perron ook al studenten uit verschillende hoeken van de HvA aanschoven, én van de UvA? Als ik één ding geleerd heb de voorbije maanden is het wel hoe groot onze overeenkomsten zijn – zelfs los van monsterfusies. UvA en HvA, bestuurders en achterban. Maar met een foute woordkeuze en rare focus verwateren deze overeenkomsten. Dat is erg spijtig.

Polderende Nederlanders worden af en toe een beetje ongemakkelijk van debatten, valt je dat ook op? Ik krijg soms de indruk dat discussies bovenal beleefd moeten blijven, besluiten vooral politiek veilig. Daar heeft de HvA echt last van. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met beleefdheid – ik roep niet tot barricaderen op - maar beleefdheid maakt lang niet alles goed. Inhoud boven vorm, visie boven strategie, deep democracy boven machiavellisme, zeggenschap boven gezellige onderonsjes, komen we nog steeds overeen in wat we het belangrijkst vinden? Ik zet het Rebel Local-bier alvast koud.

Het doorschieten in de vorm en van daaruit te sterk leunen op een behoefte om te classificeren, meetbaar te maken, te stroomlijnen en de scherpe kantjes er voor de lieve vrede afvijlen: het is een groot gevaar dat binnen grote organisaties altijd op de loer ligt en dat op alle niveaus. Ik zie met lede ogen toe hoe de HvA op verschillende plekken haar getalenteerde en kritische medewerkers - die bovendien graag gezien zijn door studenten - zonder een heldere reden de laan uitstuurt. Ik merk hoe curriculumvernieuwingen gebouwd worden op sloganeske taal, ontmoette personeelsadviseurs die geen idee hebben van de juridische bescherming die leden van medezeggenschapsraden genieten, ben al tijdje tevergeefs op zoek naar een interne sollicitatiecode die ervoor zorgt dat de juiste mensen de juiste jobs krijgen, gebaseerd op inhoud en niet het mooie, maar onvoorspelbare weer. Toen ik onlangs ongeruste studenten wees op het bestaan van een opleidingscommissie, kreeg ik te horen dat ik studenten ‘opjutte’. Ik praatte genoeg met jou om te weten dat je deze verhalen ook kent, dat je ze aan kunt vullen en dat we ons vaak om dezelfde zaken heel terecht druk maken.

Maar uit je laatste blogpost blijkt dat die verontwaardiging zich toch even op andere kwesties richt. Jij bent kwaad op de actiegroepen die de toegang tot het Maagdenhuis blokkeerden om ontslagen bij de UvA aan te kaarten. Je vindt het niet kunnen dat algemene mailinglijsten gehackt worden. Ik geef toe, Pieter, je hebt een punt. De timing kon beter, de vorm ook. Op je blog vinden we het voorstel voor de nieuwe benoemingsprocedure voor CVB-leden die door de medezeggenschapsraden van de HvA en UvA gezamenlijk is opgesteld. Er zijn signalen om in een constructieve sfeer te geloven en absoluut redenen genoeg om die sfeer samen te bewaken. Dat neemt echter niet weg dat naast het veroordelen van de vorm, gelijktijdig de inhoud herkend kan worden.

Help je mee? Heb geen angst voor ‘terreur’, ontmasker de intimidatie. Maak je nog drukker om waardevolle medewerkers die moeten vertrekken dan om de vorm die actiegroepen kiezen om dit aan te kaarten. Inventariseer met de CMR én domeinraden de misstanden in het personeelsbeleid en bouw vanuit die stevige basis en met de achterban erbij, de goede relatie met de rector verder uit. De handen in elkaar, helemaal akkoord, maar wel met het grote doel voor ogen, voorbij onderonsjes, desnoods af en toe in de publieke arena of in een hoopvolle pennenstrijd. De lat ligt hoger dan wanneer jij op mijn schouders staat, ket, dat beloof ik je.

Kies met andere woorden mee voor de inhoud en hou in de gaten dat die voorop staat. Jij struikelt over de mokerslag in de e-mail, maar struikelen we beiden niet vooral over beleidsstukken waar we last-minute even met een hamer op mogen slaan, een krabbel onder mogen zetten? Een onderwijsklimaat waarin innovatie van onderop ontstaat, waar talent gewaardeerd wordt en studenten zich gezien en betrokken voelen, waarin de noden van een veranderende wereld worden meegenomen in curriculumhervormingen. Een onderwijsinstelling waar we ons veilig, gewaardeerd en gemotiveerd voelen en samenwerking toegejuicht wordt. Doe je mee?


Met vriendelijke groet,
Je Rebelgische collega,
Marie


P.S. Tip tap top, de datum… Grapje, ik bedoel: een antwoord zou tof zijn!
P.P.S. Laat Folia eens een nieuwe foto van je maken, for God's sake. Of zal ik dat doen, bij het vuur?






zondag 17 mei 2015

Beyond Bullshit: een spiegel voor festival Beyond



Bepakt met een tas vol poëzie verliet ik gisteren de pendelbus die me naar het festivalterrein van het uitverkochte Beyond-festival in Spaarnwoude had gebracht. Enthousiast had ik HvA-studenten, waarmee ik in maart een weekend offline onlife was gegaan in de Duitse natuur, gevraagd of ze ook zouden komen. Het leek me leuk; een festival waar bezoekers gevraagd werd hun telefoon thuis te laten en zo ruimte te maken voor verwondering, nieuwe vriendschappen en eigen creativiteit. Ik had verlekkerd naar de liefelijke pastelfilmpjes gekeken, waarin Beyond-ambassadeurs al weken idealistische uitgangspunten verkondigden en had tevens braaf een boompje aangeschaft bij aankoop van het busticket. ‘Schuldgevoel over CO2-uitstoot wegkopen’, fluisterde de cynicus. Maar een mens moet ergens beginnen. En festivals waar duizenden jonge mensen rondlopen zijn daar helemaal geen slechte plek voor. Dat moet Beyond ook gedacht hebben. Marketing voor een andere wereld, voor een ander festival? Graag. Maar dit is oude wijn in nieuwe zakken. Of eigenlijk een stel grove leugens bij elkaar.

Bij de ingang kreeg elke bezoeker een paspoort, ‘making everyone a true beyonder’. Zelfs over mijn lijk mag er geen nieuwe stempel geplaatst worden. Maakt het me een echte Beyonder? Nee, het maakt me één van de vijfduizend mensen die goedgelovig in de nieuwste marketingtruc van UDC is getrapt. Deze investeerder van Beyond wil met het Amsterdamse bedrijf ‘Insight’ de grootste dance organisator van Nederland worden. Dit is niet het enige echte ‘inzicht’ dat ik na afloop van Beyond in de mailtjes van gedupeerden of op tijd afgeknapte idealisten aantrof.

Het eerste donkerbruine vermoeden dook al bij de ingang op. Iedereen werd gefouilleerd. Flesjes water moesten weg. Zelfs mandarijntjes belandden onherroepelijk in de vuilnisbak, terwijl op de website aangekondigd was dat je snoepgoed mocht meenemen om aan je nieuwe vriendjes uit te delen. Wie eerlijk toegaf een gram wiet te hebben meegenomen? Sorry, ook afgeven. Niet omdat we verder aangemoedigd werden nuchter te blijven: binnen waren genoeg kraampjes waar je je lazarus kon zuipen aan peperdure drankjes. Met het paspoort in de hand wandelde ik verder. Everybody is a VIP and gets to go backstage. Boven de ingang toch een VIP-ruimte met free wifi (huh?), reclame voor grote merken en een stel witte hemdjes. Een hockeymeisje liep op ons vriendengroepje toe en drukte een ticket in de hand. ‘Voor de VIP-room, omdat jullie bij de eerste honderdvijftig bezoekers zijn.’ We gooiden het ticket weg. Everybody is a VIP, right?

Voorbij de VIP kon je bandjes en muntjes van andere festivals wisselen. ‘De VIP is maar een act’, zuchtten omstaanders opgelucht. Het Parool noemt dit, geheel in lijn met de ambassadeurs, een 'mindfuck', festivalbezoekers halen opgelucht adem en prijzen hun eigen gevoel voor humor en relativeringsvermogen, dat Beyond hen kundig voorspiegelde. Eén van de mailtjes die ik gisterenavond kreeg, licht echter toe dat het VIP-deck gehost werd door Familiar Forest, een bedrijf dat feestjes organiseert voor een selectief groepje mensen. Via een exclusieve mailinglist waren honderdtwintig mensen uitgenodigd om een dag ‘gratis’ te komen drinken. De honderdvijftig Beyonders die ook dit deck mochten beklimmen, waren dus de échte act, niet de muntjes en bandjes die je aan de ingang kon ruilen. Een uur later probeerden twee vriendinnen alsnog op het VIP-deck te raken. Ik deed niet mee, omdat het hele tafereel mij toen al in het beste geval een misplaatst sociaal experiment leek. Verwonderd zag ik hoe een vriendin hardhandig van de trap werd gedragen. De poëzie in mijn tas zou ik niet bovenhalen, daar was het hele festival te luidruchtig voor. Maar in mijn hoofd groeide de nieuwsgierigheid.

Ik wil niet eens zeuren over peperdure prijzen of plastieken wegwerpbekers op het gras. Over lange rijen bij de ECO-toiletten of hoe ‘eco’ ze werkelijk zijn. Ook wil ik niet eens suggereren mensen tijdens het lange wachten ludiek te informeren over het fosfaatprobleem dat deze toiletten in het beste geval proberen aan te pakken. Ook wil ik amper aandacht vragen voor de bepiste bril die ik na een halfuur aanschuiven aantrof. Of voor de jongen bij de toiletten die met een zak vol wc-rollen stond te flierefluiten en die weigerde me een rol te geven, omdat de nieuwe rollen pas vijf minuten later zouden worden uitgedeeld.

Ik wil niet eens lang zeuren over de onbetaalde vrijwilligers of de kakofonie van de verschillende podia die tegen elkaar opbotsten. Over de gitaar die verzoop in het geweld van platte beats. Over de klassieke zangeres die bij één van de ambassadeurs noodgedwongen het ritme van stampende techno van het volgende podium aan moest houden. De poëzie in mijn tas bleef onaangeroerd. Nergens vond ik een rustige plek om voor te lezen of reiki te geven. Ook de instrumenten en i ching-munten die mijn vrienden meebrachten, moesten het onderspit delven voor de oordopjes die wél werden bovengehaald. Wat blijkt? Elke stage werd gehost door een andere partij, Familiar Forest en hun wansmakelijke ‘act’ incluis. (hier stonden nog een paar 'inzichten' die maar door echte journalisten ontdekt moeten worden). De ambitie van Beyond? Als nieuwste voorbeeld van repressieve tolerantie in een hoorcollege belanden? Misschien. Maar vooral heel, heel veel geld vangen. Niet alleen met Dance Valley, Dutch Valley, Latin Village. Nu ook met Beyond.


Gelukkig heeft karma een paar ghostwriters in dienst. Ik hoop op een paar gedupeerden die elkaar vinden. Of op een échte onderzoeksjournalist, niet een naïeveling die haar kersverse vrienden op Beyond poëzie wilde voorlezen.

vrijdag 27 maart 2015

Aantekeningen bij een stroomstoring


Trams staan kriskras als verwarde dieren in de stad. Mensen banen zich een weg naar diffuse oversteekplaatsen. Kleur zelf de lichten in, verbind van stip tot stip tot horizon. De revolutie wordt niet volmondig bezongen maar met zoenen op mondhoeken bezegeld. Morgen staat de lente hoog en zal de zon beginnen. Zondag wordt de eerste lange dag. Kruip alvast op handen en poten uit schuilplaatsen. Verzamel rond het vuur, geef elkaar signalen met wapperende handen. Boven je hoofd trekken vogels terug. Zoek ‘vlucht’ op in het woordenboek en glimlach. Dit is een tijd waarin elke minuut nieuwe betekenissen ontstaan.

woensdag 25 maart 2015

Rethink HvA en fonkelende ogen




Toen ik vanochtend de wifi op mijn telefoon aanzette, stroomde dezelfde foto meteen een paar keer binnen. Mijn naam was blijkbaar één van de drie namen die onder het kopje ‘Rethink HvA’ vermeld werden in Folia, het blad van de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam. Pieter – ook Belg - en Gerlof, beiden collega’s in de medezeggenschapsraden, omringden me. Welbespraakte vlegels met een hart voor onderwijs en een brede blik op de wereld, het gezelschap was dus niet het probleem van de gedeelde stempel. Al is het natuurlijk een gemiste kans dat Rethink HvA niet geïntroduceerd werd als een diverse club medewerkers én studenten, die zowel offline als online een open, inhoudelijke dialoog houden over het hbo-onderwijs (en -bestuur) van de toekomst. Dat het forum op één weekend door een student uit de grond gestampt werd, is veelzeggender dan drie namen van medewerkers bij elkaar. Maar de ‘revolutie’ moet blijkbaar namen krijgen, nog voor ze tijd krijgt haar draagvlak en taal te vinden, of zelfs haar bestaansrecht breed kan polsen. De 'branding' gebeurt voor de ‘temperaturecheck’.

Ik voelde weerstand bij de stempel omdat ik meteen mijn naam door de ogen van mijn eigen bazen zag. Daar was Marie weer, de opstandige rebel, outcast en verzetsmadam die haar gevechten niet goed weet te kiezen. Eén derde van de papieren outing van ‘Rethink Hva’. De visie? Ach…  de rol is duidelijk, het kamp: dat van de tegenstander. Zucht. Sta mij, voor ik verder ga, één tegenwerping toe. Meer dan rebel ben ik dwars(verband)denker en samenwerker. En daarna één generalisatie: Nederland houdt nog meer dan mijn vaderland van vorm, kaders, duidelijke rolverdelingen. Dit doorgeslagen Verlichtingsdenken merk je overal en zorgt voor apolitieke kroeggesprekken, voor een voorzichtig publiek debat waarin het gros van de meningsverschillen beleefd wordt gemedieerd. Ook de openbare ruimte, de fysieke uiting van het poldermodel, is tot in het hygiënische en uiterst voorzichtig geneutraliseerd. Je neemt in deze ruimte best niet te veel rollen aan, want dat maakt het stempelen zo complex. Herinvoering van intuïtie en ander onbenoembaars, het voelt soms als roepen in een kurkdroge woestijn, maar het is nodig. Is het gek dat ik mijn hartje al meermaals ophaalde aan het Maagdenhuis en daar aan de lippen hing van denkers als Joris Luyendijk? Is het gek dat ik nu pas de wervelende hoofdstad uit mijn jeugddromen herken? Dat ik de brandende noodzaak voel om onderwijs samen te zien als iets wat ver voorbij rationele kaders gebeurt?

Weg met strakke rolverdelingen. Ook bij onderwijs geldt: vernieuwing vind je voorbij het hokjesdenken. Bovendien eist deze kantelende wereld dat je veel rollen aan kán nemen. Sterker: ik geloof dat hoger onderwijs moet voorbereiden op multidisciplinaire samenwerking in een – in grote mate onvoorspelbaar – beroepenveld, dat je daarover moet nadenken als je onderwijs vormgeeft. Dat deze flexibele houding niet per se betekent dat je te veel petten draagt. Ik geloof dat (mede)zeggenschap in het onderwijs een nieuwe adem krijgt door initiatieven als De Nieuwe Universiteit en Rethink HvA, dat deze allianties elkaar niet ondermijnen, maar ondersteunen. Dat deze ‘blending world’ bovendien niet enkel uitnodigt tot ‘blended learning’, maar ook tot open vizier, kruisbestuivingen, hybride identiteiten en diverse communicatiekanalen.

Ik vervul met enthousiasme mijn taak als lid van de domeinraad. In die raad ben ik inderdaad vaak de brutale Belg. Maar natuurlijk prikken ook mijn ogen van ontroering als ik in de Duitse natuur aan het kampvuur gesprekken voer met studenten. Ik geloof in de mogelijkheden van MOOC’s, maar ook in socratische gesprekken, in de eeuwenoude kracht van verhalen. In visie, in het beste van twee of meerdere werelden. Ik geef nu elf jaar les en noem die lessen het meest geslaagd als ze niet enkel mijn studenten, maar ook mij uit de comfortzone halen. Af en toe val ik bijna in slaap van mijn eigen lessen: wanneer ik nog eens hetzelfde verhaal herkauw. Om deze langdradigheid te beperken, kruip ik morgen in de huid van interviewer en vraag ik collega Daniel van Middelkoop honderduit over zijn visie op rendementsdenken in het HBO. Vraag de aanwezigen nadien wat je met open gesprekken over onderwijs kan doen, terwijl in een ander deel van de stad dezelfde vraag op een andere manier wordt ingestoken. Misschien klinkt het antwoord wel even veelzijdig als wanneer je een kind vraagt wat het met paperclips kan doen. Veelzijdig en verfrissend dus.

Vorige week belandde ik in een brainstorm met jonge medewerkers van de UvA en HvA. Ook Huib de Jong, eindbaas bij de HvA, nam deel. Hij sprak in een kring over grensoverschrijdende samenwerking. De stoelen waarop we zaten waren even hoog. Een andere bestuurder boog zich over een flipovervel toen we bij een pizzapunt, los van formele rollen die we gewoontegetrouw aannemen (hij die van bestuurder, ik die van brutale Belg) nadachten over creativiteit in het onderwijs. Onze ogen fonkelden. Natuurlijk betekent deze alinea niet dat ik het altijd met bestuurders eens ben. Maar ik probeer de zachte blik te houden, een hoofd te hebben dat ook het onmogelijke voor mogelijk houdt. Ik weet: bevlogenheid vind je niet in logo’s, maar in visie. Niet in mantra’s, maar in de idealen waarmee deze mantra’s gezongen worden. Verbinding vind je in de mens, niet in de cijfers. De mens vind je voorbij de rol die het meest vertrouwd is.

Rethink HvA? Zeven stellingen tot nu toe. Vertrekpunten voor een brede discussie. Misschien vindt een of andere rebel wel dat het er acht moeten zijn. Of zes. Misschien is die rebel wel een bestuurder. Of een minister de rebel. Afspraak aan het kampvuur? Dit verhaal is niet af. Het is meer dan mijn verhaal. Of dat van Rethink HvA.



zondag 1 maart 2015

Tegenlicht Meet Up in Zwolle ('Hoe echt is echt'): interview met Andreas Yperman / Marie Meeusen

Een paar weken geleden sprak ik in Zwolle over mijn alterego-ervaringen op de Tegenlicht Meet Up 'Hoe echt is echt'. Het gesprek dat ik na afloop van de uitzending met het publiek voerde, werd een intense en verhelderende discussie over onder andere onze relatie met technologie, identiteit, de kracht van kunst en genderissues. Ayu Polak legde de inspirerende namiddag op film vast. Nadien werd ik nog geïnterviewd door tafelheer Jeroen Bloemsma. Dit filmpje is het resultaat.



O ja, het verhaal van Andreas kan je nog steeds lezen op zijn blog, De Doos van Andreas. En Ayu heeft ook een Facebookpagina.

Populaire berichten