Posts tonen met het label hva. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hva. Alle posts tonen

vrijdag 13 mei 2016

Verkiezingen Centrale Medezeggenschapsraad: mijn gedroomde HvA

Beste HvA-collega's - maar ook geïnteresseerde studenten,

Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren, dat weet ik na twaalf jaar onderwijservaring - waaronder twee jaar raadswerk voor de faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie - maar al te goed. Maar ik weet als Belg ook dondersgoed dat deze uitspraak komt uit een gedicht van Elsschot over een disfunctioneel huwelijk. De wereld zit in een grootschalige en steeds sneller gaande transformatie. Autoriteit zoals we die kennen valt weg en het draagvlak voor nieuwe vormen van onderwijs en democratie is nog wankel - toch voelen velen van ons dat die vernieuwing steeds nodiger wordt. Het draagvlak en de visie daarop dus ook.

Mijn verkiezingsprogramma voor de CMR is met opzet een uitgesproken idealistische stip op de horizon. Toch wil ik zonder schroom benadrukken dat idealen ons dagelijkse handelen zouden moeten voeden en dat iedereen die op automatische piloot in het onderwijs staat, beter heel goed naar zichzelf kijkt. Daarom deel ik graag hier mijn visie op de HvA van mijn dromen met jullie - de visie die ook sterk mijn huidige werk aan de HvA bepaalt. Ik heb deze opsomming recht uit het hart en hoofd opgeschreven. De lijst is niet exhaustief en onvermijdelijk beperkend. Uiteraard heb ik ook een visie op zaken als studeren met een functiebeperking (zie paars liedje op het einde), DLWO en SIS, samenwerking met de UvA of bestuurlijke kwesties. Wil je met mij in gesprek gaan? Graag! Ik ben tijdens de verkiezingsperiode (17 mei - 27 mei) vaak te vinden in het Learning Lab op de FabCityCampus. Mijn aanwezigheid daar is absoluut niet de belangrijkste reden om een bezoekje te brengen, maar kan dat ene fietstochtje misschien triggeren?

Groet,
Marie

1. HvA-onderwijs en onderzoek zijn contextrijk, ambitieus en staan in de wereld. Onderwijs en onderzoek doen meer dan ‘klaarstomen voor / toepasbaar zijn in het bedrijfsleven’. De verantwoordelijkheid voor een sterk veranderende wereld is het belangrijkste, overkoepelende uitgangspunt.

2. Medezeggenschap wordt verankerd in alle lagen van de onderwijsinstelling en waarborgt bovenal de kwaliTIJD van onderwijs en onderzoek. Studenten worden betrokken bij curriculumwijzigingen. 

3. Onderwijs en onderzoek zijn interdisciplinair en intercultureel. Eilandjes en hiërarchische bolwerken worden omgebouwd tot een landschap waar handen in elkaar worden geslagen en bruggen worden gebouwd.

4. Zowel het personeelsbeleid als het onderwijs zijn een talentenbeleid waarin studenten én medewerkers in hun kracht gezien en uitgedaagd worden. Flexibiliteit gaat niet over cijfers en vorm, maar over inhoud en talenten. De uitgangspunten van Talent Factory (samenwerking HvA/UvA) worden verder uitgerold: er is voor iedere medewerker 15 % ‘vrije ruimte’. Talenten worden flexibel ingezet en uitgewisseld. Bij belangrijke uitdagingen gaat de HvA in eerste instantie uit van het potentieel bij het eigen personeel.

5    5. De HvA biedt een aantrekkelijk sportbeleid, een duurzame en gezonde cateringservice voor medewerkers en studenten, maar ook bezinningsruimtes om te mediteren, te bidden of tot rust te komen.

6    6. Blended learning en individuele leerroutes combineren het beste van de toekomst met eeuwenoude methodes zoals socratische gesprekken. Technologie is geen doel of goddelijke oplossing, maar een middel. De noodzaak tot veranderen zorgt voor innovatie, niet omgekeerd. De studieprogramma's bieden experimenteerruimte. Ook in het beroepsonderwijs is er plek voor bildung, dialoog, reflectie en maatschappelijke analyse.

7    7. Studieloopbaancoaching voor studenten en het functioneringsbeleid voor medewerkers staan niet in teken van efficiëntie of disciplinering. Een veilige, stimulerende werk- en studieomgeving heeft oog voor de mens achter de student/medewerker. Intuïtie krijgt net als eigenwijsheid ruimte in het onderwijs. 

8    8. Racisme, seksisme en discriminatie zijn aanwezig, maar dan wel als belangrijke gespreksonderwerpen in een onderwijsinstelling die diversiteit ademt en inzet op internationalisering. Er is een goed, veilig netwerk voor wie zich aan de HvA gediscrimineerd of geïntimideerd voelt.

9.  OnderwijskwaliTIJD staat centraal. Het bestuur functioneert faciliterend en waarborgt het talentenbeleid op alle niveaus. Bestuurlijke beslissingen en aanbestedingen worden transparant en tijdig met de hele onderwijsgemeenschap gedeeld. 

10. Wrijving is een belangrijke katalysator voor verandering. Lijstjes zijn nooit exhaustief en ideeën gaan pas leven in een dialoog.


Aanvullend:

-          Over seksisme en censuur: Open brief aan HvA-decanen Ietje Veldman en Jean Tillie 
       Over medezeggenschap en inspraak: Liever kritische rebellen dan papieren tijgers (Folia)










maandag 14 maart 2016

Open brief aan HvA-decanen Ietje Veldman en Jean Tillie naar aanleiding van mooie borsten op Folia-cover


Marie Meeusen als Andreas Yperman (foto: Kasper Vogelzang)


Beste Ietje Veldman en Jean Tillie,

De aanspreking van deze open brief had wat sleutelwerk nodig. Ik schreef immers uit gewoonte eerst de mannennaam neer. Onze taal en omgang zijn zo 'gender biased' – of noem het gerust fallocentrisch - dat zelfs een feministische docent(e) bij de HvA zichzelf meermaals per dag op de schrijvende vingers tikt of haar woorden inslikt en met omgekeerde tong hetzelfde probeert te zeggen. Ik schrijf jullie uiteraard naar aanleiding van de blote borsten op de cover van Folia, het tijdschrift dat op jullie faculteiten werd weggehaald voor de open dag voor aankomende studenten begon.

Ook bij de faculteit Techniek zou er sprake zijn van gelijkaardige angstreacties, check het overzicht van de gebeurtenissen dat CMR-lid en collega Pieter Claeys maakte. Een collega bij Communication & Multimedia Design mailde me: ‘De magazines werden bij ons vrijdagmiddag weggehaald, ik liep er toevallig langs toen het gebeurde’. ‘Bij ons’, dat is waarschijnlijk het Theo Thijssenhuis, of misschien het Benno Premselahuis, in ieder geval een gebouw van de faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie, een plek waar jonge mensen worden klaargestoomd voor een carrière in de media. Wordt aan studenten van de communicatie- en mediaopleidingen in het eerste jaar al duidelijk gemaakt dat de cover van een onafhankelijk blad als Folia iets anders is dan een HvA-logo? Ik mag het hopen. Wat bedoelt u, mevrouw Veldman, decaan van de Faculteit Onderwijs en Opvoeding, met de opmerking ‘deze cover geeft niet weer wie wij zijn’? Nee, gelukkig maar. Dat zou wel een heel slechte zaak zijn.

Even terug in de tijd, naar een incident uit mijn eigen kindertijd op een basisschool in de provincie Antwerpen. Ik was een jaar of tien, hooguit elf, had in ieder geval niet meer dan het begin van borstjes en verkleedde me op elk carnavalsfeest steevast als brutale piraat. Sommige meisjes in mijn klas hadden wel al een noemenswaardige boezem. Op de eerste hete lentedag in mei of juni - het was vast drie graden warmer dan in het winderige Amsterdam - kregen we tijdens de pauze een ijsje. Omdat het zweet onder onze oksels plekken maakte in onze kleren, trokken we onze t-shirts uit. Maar dat mocht niet meer. Of beter gezegd: het werd verboden aan de helft van de klas. Ik begreep er niks van en organiseerde met de meisjes een optocht. In ontbloot bovenlijf trokken we de speelplaats over, terwijl we slogans als ‘wij hebben ook recht op een blote borstkas’ scandeerden. Ik herinner me mild berispende, maar bovenal onbeholpen reacties van de leerkrachten. Misschien gaf één leerkracht ons een bemoedigende knipoog. Ik herinner me geen straf, maar evenmin een gesprek over wat gebeurd was, laat staan dat we werden voorbereid op een leven waarin meisjes steeds minder om hun krachten en talenten gezien en vaker tot hun lichaam gereduceerd worden – of de blik erop: een keurslijf van schoonheidsidealen, geboden en waarschuwingen. 

We zijn ondertussen zo’n vijfentwintig jaar verder. Pas toen ik de dertig naderde en zeker nadat ik een aantal weken een mannelijk alter ego aannam op het internet, kreeg ik echt oog voor het institutionele seksisme waar de samenleving van doordrongen is. Aan de universiteit was het me niet eens opgevallen dat zowat alle grote denkers en schrijvers in de cursussen en literatuurlijsten mannen waren. Toen ik voor mijn eerste lesopdracht solliciteerde, vertelde de directeur mij dat ik op 1 september mocht beginnen, maar dan wel ‘in andere kledij dan deze strandkledij’. Omdat het misselijkmakend heet was toen ik het gesprek met hem voerde, droeg ik een t-shirt dat mijn gebruinde schouders toonde. Ik kreeg een hele reeks kledingvoorschriften mee die ik geacht werd over te brengen aan de leerlingen. Jongens mochten vooral geen pet op in de les, maar voor de meisjes was het lijstje met voorschriften beduidend langer. Aan hen moest ik duidelijk maken dat het hun verantwoordelijkheid om hun lichaam, dat onherroepelijk steeds opnieuw geobjectiveerd en geseksualiseerd zou worden, voor deze mechanismen te behoeden door het te bedekken. Ik moest ze met andere woorden vertellen zich te conformeren aan bepaalde processen zonder ze in vraag te stellen. Vrouwen kregen in België pas stemrecht in 1948, zo’n dertig jaar na Nederland. Dat leek me altijd al absurd laat, maar er is in de lesprogramma’s die ik geacht werd te onderwijzen amper fundamentele aandacht besteed aan de culturele of historische context van ons scheve, zwart-witte en zelfgenoegzame wereldbeeld.

Het begon me dus stilaan te dagen dat ik als jonge vrouw minder bij inhoudelijke gesprekken betrokken werd, dat ik net iets harder tegen onzekerheid moest vechten, dat de vrije androgynie van de kindertijd onherroepelijk veranderd was in een duiveltje in mijn hoofd dat op geregelde tijd fluisterde ‘dat ik een meisje was’. Het duurde bedroevend lang voor ik dit allemaal in kaart kreeg en dan moest ik er nog de juiste woorden voor vinden. We leven toch in een vrije wereld en hoeven geen hoofddoek op? De hypocrisie, de dubbele moraal is zo alomtegenwoordig, dat het elke dag opnieuw een alert bewustzijn vereist. ‘Je suis Charlie’? Laat me niet lachen. Af en toe ben ik Charlotte, vaker ben ik Andreas.

Aan de HvA werd ik bij de loononderhandelingen (onbestaande in het Vlaamse onderwijs) lager ingeschaald dan mannelijke docenten van dezelfde leeftijd, met dezelfde of zelfs minder werkervaring. Ik ben nochtans nog steeds die brutale piraat, dus aan mijn radde tong zal het niet gelegen hebben. Op wekelijkse basis hoor ik opmerkingen die mannelijke collega’s erg vreemd zouden doen opkijken. ‘Je moet beschermd worden tegen je eigen idealisme’ bijvoorbeeld, of: ‘voor een Belgische vrouw spreek jij je wel erg duidelijk uit.’ Ik zie ook op de HvA een wereld waarin vrouwen blondines en brunettes worden genoemd, emotioneel, labiel en minder goed in staat tot rationeel denken of onderlinge solidariteit. Opvallend vaak laten mannen je bij kritiek op hen onder het mom van spiegelen twijfelen aan de legitimiteit van je kritiek - of reduceren ze het tot een emotionele en dus ongefundeerde reactie. Op mannen kan je bouwen, zij beschermen elkaars netwerken, worden bij hun functie genoemd en hebben nu eenmaal moeite om met elkaar over emoties te praten, dat is genetisch bepaald of ligt aan (het gebrek aan) een stofje in hun hersenen. Het hokjes denken is zo eindeloos dat ik er meestal knipogend mee omga; ik maak af en toe gemeende complimentjes over de kledij van mannelijke leidinggevenden of zwaai de deur voor een mannelijke student open. In de les tik ik studenten op de vingers die alleen mannelijke bazen op een bedrijfswebsite aan het woord laten, ik vraag door als een app blauw of roze vormgegeven wordt, strak of dromerig – omdat het ‘voor jongens/meisjes’ is.

Begrijpt u, mevrouw Veldman, waarom ik het belangrijk vind dat aankomende onderwijzers en opvoeders wél op tijd beginnen met het gesprek dat ik in mijn kindertijd gemist hebt en dat ik, nadat het vertraagd op gang kwam, anno 2016 nog heel vaak zelf moet aanzwengelen? Snapt u hoe belangrijk het is om het niet uit de weg te gaan, dat het zelfs cruciaal is dat de HvA zich profileert als plek waar dit gesprek in een veilige, reflectieve context kan plaatsvinden? Meneer Tillie, uw mening staat niet voor het eerst behoorlijk lijnrecht op de mijne, maar het verdient een pluim dat u op televisie deze mening durft te verkondigen. Ik hoop wel u er zich bewust van bent dat als mevrouw Veldman haar mening in een praatshow had verteld, haar op sociale media misschien dingen waren toegewenst die ik in deze beschaafde brief niet wil herhalen, zaken die helemaal niets te maken hebben met de mening die ze heeft.

Mag ik u, meneer Tillie, als decaan van de faculteit Maatschappij en Recht, en voorvechter van een 'neutrale onderwijscontext' vragen om u te verdiepen in de ideeën van Pascal Gielen? ‘We need friction instead of consensus and culture of economics’ – ik kijk ernaar uit om een keer met u door te praten, misschien maken we op de FabCityCampus grondig kennis met elkaar? Een collega van uw faculteit vroeg tijdens een vergadering waar in het onderwijsprogramma op deze campus ruimte is voor contemplatie. Ik vermoed dat hij niet enkel in stilte wil nadenken, maar ook met studenten het gesprek aan wil gaan over het Europa van de toekomst en hoe studenten zich kunnen verhouden tot een wereld die in een moeilijke spagaat zit. Een spagaat van bedrijven enerzijds en mensen anderzijds, een spagaat van een neoliberale, uitgeholde ideologie waarin verschillende signalen van inspirerend ‘commonisme’ opduiken. Die hoopgevende signalen zie je zelfs in Afrikaanse landen waar vrouwen in sommige streken met blote borsten rondlopen en op geheel andere wijze aan hun uiterlijk status verlenen.

Mag ik jullie tot slot vragen om twee kwesties te agenderen in het decanenoverleg met rector Huib de Jong? De eerste is een lunchpauze. Tijdens zo’n wonderlijk eenvoudig uurtje worden belangrijke banden gesmeed en essentiële gesprekken gevoerd. Het biedt mogelijkheden om bij uw personeel en studenten te peilen naar hoe bepaalde kwesties leven op de HvA. Het zou, zeker bij uitglijders als deze, goed zijn voor jullie draagvlak. Dan hoef je niet langer op je eentje de goede ideeën uit te zetten – ze vallen zonder draagvlak toch niet in vruchtbare aarde. Bij slechte ideeën kan je dan zeggen: ‘het was een gezamenlijke beslissing, we hebben erover gepraat.’ En agendeer daarnaast nogmaals die bezinningsruimte, nu bij de UvA het kwartje wel is gevallen. Ik zou er als drukke docent graag een verloren halfuurtje mediteren, tijdens de lunchpauze bijvoorbeeld. En al die studenten die je vreesde af te schrikken met blote borsten op de cover, maar die nu misschien wegblijven omdat ze geen zin hebben in een gesloten angstcultuur waarin wrijvingen worden vermeden, kunnen diezelfde ruimte dan gebruiken om hun geloof vorm te geven of yoga-oefeningen te doen. Take my word for it: met die openheid trek je studenten aan. Dat heeft niets te maken met de scheiding van kerk en staat, dat heeft te maken met leven in 2016, met openheid en weigeren in hokjes te denken.

Denk nooit in anderen hun plaats - maar denk wel vooruit. Kon u vermoeden dat een angstreactie zoveel meer ophef zou veroorzaken dan twee mooie borsten en een themanummer over feminisme? Ik wel. En nog benieuwder dan naar het Folia-nummer en de Boobie Bible ben ik naar het HvA-brede gesprek dat hopelijk volgt. 


Met open groet en op eigen titel,

Marie Meeusen

Rebelg
Docent Communication & Multimedia Design
Secretaris Faculteitsraad Digitale Media & Creatieve Industrie

Contactpersoon FDMCI en interdisciplinaire mensen- en ideeënverbinder voor FabCityCampus

maandag 8 juni 2015

Open brief aan CMR-secretaris Pieter Claeys

Bron afbeelding: krapuul.nl
Beste Pieter,
Gewaardeerde collega,
Yo ket!


We delen een aantal zaken, zijn beiden actief binnen medezeggenschapsraden van de Hogeschool van Amsterdam en vinden het superbelangrijk dat niemand bang is en iedereen zich uit durft te spreken. Daarnaast hebben we een hart voor onderwijs, een hart dat de tong makkelijk als springplank gebruikt en wel vaker het hoofd op hol brengt. We legden onze hoeden in Amsterdam en maakten van deze stad onze huidige uitvalsbasis, maar onze voeten groeiden in hetzelfde vaderland op. Waarschijnlijk maakte jij in de Franse les ook kennis met ‘J’accuse’ van Emile Zola en begrijp je vanzelf dat deze open brief niet bedoeld is om gelijk te halen, of de discussie onder je brief op Folia te herhalen, maar wel om zaken aan te kaarten en breed bespreekbaar te maken.

Ik gniffel al als ik aan de reacties denk. Twee Rethink HvA-sympathisanten die een discussie openbaar voeren? ‘Ze graven hun eigen graf.’ Ik zie dat anders. Dit is publiekelijk herdenken zonder te begraven. Akkoord, Rethink HvA is al vier maanden lang een kleine groepering, levendig gehouden door een kleurrijke kern die elkaar door de Maagdenhuisbezetting beter leerde kennen en - vooral in de avonduren - in gesprek gaat over het onderwijs waarvan we dromen. Meer dan veertig mensen mochten we op één avond nog niet verwelkomen en het zou me verwonderen als we op 23 juni in een groter gezelschap de Zomervlam aansteken. Maar elke bijeenkomst krijgen we nieuwe gezichten te zien en hoe bemoedigend is het dat naast Edgar du Perron ook al studenten uit verschillende hoeken van de HvA aanschoven, én van de UvA? Als ik één ding geleerd heb de voorbije maanden is het wel hoe groot onze overeenkomsten zijn – zelfs los van monsterfusies. UvA en HvA, bestuurders en achterban. Maar met een foute woordkeuze en rare focus verwateren deze overeenkomsten. Dat is erg spijtig.

Polderende Nederlanders worden af en toe een beetje ongemakkelijk van debatten, valt je dat ook op? Ik krijg soms de indruk dat discussies bovenal beleefd moeten blijven, besluiten vooral politiek veilig. Daar heeft de HvA echt last van. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met beleefdheid – ik roep niet tot barricaderen op - maar beleefdheid maakt lang niet alles goed. Inhoud boven vorm, visie boven strategie, deep democracy boven machiavellisme, zeggenschap boven gezellige onderonsjes, komen we nog steeds overeen in wat we het belangrijkst vinden? Ik zet het Rebel Local-bier alvast koud.

Het doorschieten in de vorm en van daaruit te sterk leunen op een behoefte om te classificeren, meetbaar te maken, te stroomlijnen en de scherpe kantjes er voor de lieve vrede afvijlen: het is een groot gevaar dat binnen grote organisaties altijd op de loer ligt en dat op alle niveaus. Ik zie met lede ogen toe hoe de HvA op verschillende plekken haar getalenteerde en kritische medewerkers - die bovendien graag gezien zijn door studenten - zonder een heldere reden de laan uitstuurt. Ik merk hoe curriculumvernieuwingen gebouwd worden op sloganeske taal, ontmoette personeelsadviseurs die geen idee hebben van de juridische bescherming die leden van medezeggenschapsraden genieten, ben al tijdje tevergeefs op zoek naar een interne sollicitatiecode die ervoor zorgt dat de juiste mensen de juiste jobs krijgen, gebaseerd op inhoud en niet het mooie, maar onvoorspelbare weer. Toen ik onlangs ongeruste studenten wees op het bestaan van een opleidingscommissie, kreeg ik te horen dat ik studenten ‘opjutte’. Ik praatte genoeg met jou om te weten dat je deze verhalen ook kent, dat je ze aan kunt vullen en dat we ons vaak om dezelfde zaken heel terecht druk maken.

Maar uit je laatste blogpost blijkt dat die verontwaardiging zich toch even op andere kwesties richt. Jij bent kwaad op de actiegroepen die de toegang tot het Maagdenhuis blokkeerden om ontslagen bij de UvA aan te kaarten. Je vindt het niet kunnen dat algemene mailinglijsten gehackt worden. Ik geef toe, Pieter, je hebt een punt. De timing kon beter, de vorm ook. Op je blog vinden we het voorstel voor de nieuwe benoemingsprocedure voor CVB-leden die door de medezeggenschapsraden van de HvA en UvA gezamenlijk is opgesteld. Er zijn signalen om in een constructieve sfeer te geloven en absoluut redenen genoeg om die sfeer samen te bewaken. Dat neemt echter niet weg dat naast het veroordelen van de vorm, gelijktijdig de inhoud herkend kan worden.

Help je mee? Heb geen angst voor ‘terreur’, ontmasker de intimidatie. Maak je nog drukker om waardevolle medewerkers die moeten vertrekken dan om de vorm die actiegroepen kiezen om dit aan te kaarten. Inventariseer met de CMR én domeinraden de misstanden in het personeelsbeleid en bouw vanuit die stevige basis en met de achterban erbij, de goede relatie met de rector verder uit. De handen in elkaar, helemaal akkoord, maar wel met het grote doel voor ogen, voorbij onderonsjes, desnoods af en toe in de publieke arena of in een hoopvolle pennenstrijd. De lat ligt hoger dan wanneer jij op mijn schouders staat, ket, dat beloof ik je.

Kies met andere woorden mee voor de inhoud en hou in de gaten dat die voorop staat. Jij struikelt over de mokerslag in de e-mail, maar struikelen we beiden niet vooral over beleidsstukken waar we last-minute even met een hamer op mogen slaan, een krabbel onder mogen zetten? Een onderwijsklimaat waarin innovatie van onderop ontstaat, waar talent gewaardeerd wordt en studenten zich gezien en betrokken voelen, waarin de noden van een veranderende wereld worden meegenomen in curriculumhervormingen. Een onderwijsinstelling waar we ons veilig, gewaardeerd en gemotiveerd voelen en samenwerking toegejuicht wordt. Doe je mee?


Met vriendelijke groet,
Je Rebelgische collega,
Marie


P.S. Tip tap top, de datum… Grapje, ik bedoel: een antwoord zou tof zijn!
P.P.S. Laat Folia eens een nieuwe foto van je maken, for God's sake. Of zal ik dat doen, bij het vuur?






Populaire berichten