Posts tonen met het label Rethink HvA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rethink HvA. Alle posts tonen

maandag 14 maart 2016

Open brief aan HvA-decanen Ietje Veldman en Jean Tillie naar aanleiding van mooie borsten op Folia-cover


Marie Meeusen als Andreas Yperman (foto: Kasper Vogelzang)


Beste Ietje Veldman en Jean Tillie,

De aanspreking van deze open brief had wat sleutelwerk nodig. Ik schreef immers uit gewoonte eerst de mannennaam neer. Onze taal en omgang zijn zo 'gender biased' – of noem het gerust fallocentrisch - dat zelfs een feministische docent(e) bij de HvA zichzelf meermaals per dag op de schrijvende vingers tikt of haar woorden inslikt en met omgekeerde tong hetzelfde probeert te zeggen. Ik schrijf jullie uiteraard naar aanleiding van de blote borsten op de cover van Folia, het tijdschrift dat op jullie faculteiten werd weggehaald voor de open dag voor aankomende studenten begon.

Ook bij de faculteit Techniek zou er sprake zijn van gelijkaardige angstreacties, check het overzicht van de gebeurtenissen dat CMR-lid en collega Pieter Claeys maakte. Een collega bij Communication & Multimedia Design mailde me: ‘De magazines werden bij ons vrijdagmiddag weggehaald, ik liep er toevallig langs toen het gebeurde’. ‘Bij ons’, dat is waarschijnlijk het Theo Thijssenhuis, of misschien het Benno Premselahuis, in ieder geval een gebouw van de faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie, een plek waar jonge mensen worden klaargestoomd voor een carrière in de media. Wordt aan studenten van de communicatie- en mediaopleidingen in het eerste jaar al duidelijk gemaakt dat de cover van een onafhankelijk blad als Folia iets anders is dan een HvA-logo? Ik mag het hopen. Wat bedoelt u, mevrouw Veldman, decaan van de Faculteit Onderwijs en Opvoeding, met de opmerking ‘deze cover geeft niet weer wie wij zijn’? Nee, gelukkig maar. Dat zou wel een heel slechte zaak zijn.

Even terug in de tijd, naar een incident uit mijn eigen kindertijd op een basisschool in de provincie Antwerpen. Ik was een jaar of tien, hooguit elf, had in ieder geval niet meer dan het begin van borstjes en verkleedde me op elk carnavalsfeest steevast als brutale piraat. Sommige meisjes in mijn klas hadden wel al een noemenswaardige boezem. Op de eerste hete lentedag in mei of juni - het was vast drie graden warmer dan in het winderige Amsterdam - kregen we tijdens de pauze een ijsje. Omdat het zweet onder onze oksels plekken maakte in onze kleren, trokken we onze t-shirts uit. Maar dat mocht niet meer. Of beter gezegd: het werd verboden aan de helft van de klas. Ik begreep er niks van en organiseerde met de meisjes een optocht. In ontbloot bovenlijf trokken we de speelplaats over, terwijl we slogans als ‘wij hebben ook recht op een blote borstkas’ scandeerden. Ik herinner me mild berispende, maar bovenal onbeholpen reacties van de leerkrachten. Misschien gaf één leerkracht ons een bemoedigende knipoog. Ik herinner me geen straf, maar evenmin een gesprek over wat gebeurd was, laat staan dat we werden voorbereid op een leven waarin meisjes steeds minder om hun krachten en talenten gezien en vaker tot hun lichaam gereduceerd worden – of de blik erop: een keurslijf van schoonheidsidealen, geboden en waarschuwingen. 

We zijn ondertussen zo’n vijfentwintig jaar verder. Pas toen ik de dertig naderde en zeker nadat ik een aantal weken een mannelijk alter ego aannam op het internet, kreeg ik echt oog voor het institutionele seksisme waar de samenleving van doordrongen is. Aan de universiteit was het me niet eens opgevallen dat zowat alle grote denkers en schrijvers in de cursussen en literatuurlijsten mannen waren. Toen ik voor mijn eerste lesopdracht solliciteerde, vertelde de directeur mij dat ik op 1 september mocht beginnen, maar dan wel ‘in andere kledij dan deze strandkledij’. Omdat het misselijkmakend heet was toen ik het gesprek met hem voerde, droeg ik een t-shirt dat mijn gebruinde schouders toonde. Ik kreeg een hele reeks kledingvoorschriften mee die ik geacht werd over te brengen aan de leerlingen. Jongens mochten vooral geen pet op in de les, maar voor de meisjes was het lijstje met voorschriften beduidend langer. Aan hen moest ik duidelijk maken dat het hun verantwoordelijkheid om hun lichaam, dat onherroepelijk steeds opnieuw geobjectiveerd en geseksualiseerd zou worden, voor deze mechanismen te behoeden door het te bedekken. Ik moest ze met andere woorden vertellen zich te conformeren aan bepaalde processen zonder ze in vraag te stellen. Vrouwen kregen in België pas stemrecht in 1948, zo’n dertig jaar na Nederland. Dat leek me altijd al absurd laat, maar er is in de lesprogramma’s die ik geacht werd te onderwijzen amper fundamentele aandacht besteed aan de culturele of historische context van ons scheve, zwart-witte en zelfgenoegzame wereldbeeld.

Het begon me dus stilaan te dagen dat ik als jonge vrouw minder bij inhoudelijke gesprekken betrokken werd, dat ik net iets harder tegen onzekerheid moest vechten, dat de vrije androgynie van de kindertijd onherroepelijk veranderd was in een duiveltje in mijn hoofd dat op geregelde tijd fluisterde ‘dat ik een meisje was’. Het duurde bedroevend lang voor ik dit allemaal in kaart kreeg en dan moest ik er nog de juiste woorden voor vinden. We leven toch in een vrije wereld en hoeven geen hoofddoek op? De hypocrisie, de dubbele moraal is zo alomtegenwoordig, dat het elke dag opnieuw een alert bewustzijn vereist. ‘Je suis Charlie’? Laat me niet lachen. Af en toe ben ik Charlotte, vaker ben ik Andreas.

Aan de HvA werd ik bij de loononderhandelingen (onbestaande in het Vlaamse onderwijs) lager ingeschaald dan mannelijke docenten van dezelfde leeftijd, met dezelfde of zelfs minder werkervaring. Ik ben nochtans nog steeds die brutale piraat, dus aan mijn radde tong zal het niet gelegen hebben. Op wekelijkse basis hoor ik opmerkingen die mannelijke collega’s erg vreemd zouden doen opkijken. ‘Je moet beschermd worden tegen je eigen idealisme’ bijvoorbeeld, of: ‘voor een Belgische vrouw spreek jij je wel erg duidelijk uit.’ Ik zie ook op de HvA een wereld waarin vrouwen blondines en brunettes worden genoemd, emotioneel, labiel en minder goed in staat tot rationeel denken of onderlinge solidariteit. Opvallend vaak laten mannen je bij kritiek op hen onder het mom van spiegelen twijfelen aan de legitimiteit van je kritiek - of reduceren ze het tot een emotionele en dus ongefundeerde reactie. Op mannen kan je bouwen, zij beschermen elkaars netwerken, worden bij hun functie genoemd en hebben nu eenmaal moeite om met elkaar over emoties te praten, dat is genetisch bepaald of ligt aan (het gebrek aan) een stofje in hun hersenen. Het hokjes denken is zo eindeloos dat ik er meestal knipogend mee omga; ik maak af en toe gemeende complimentjes over de kledij van mannelijke leidinggevenden of zwaai de deur voor een mannelijke student open. In de les tik ik studenten op de vingers die alleen mannelijke bazen op een bedrijfswebsite aan het woord laten, ik vraag door als een app blauw of roze vormgegeven wordt, strak of dromerig – omdat het ‘voor jongens/meisjes’ is.

Begrijpt u, mevrouw Veldman, waarom ik het belangrijk vind dat aankomende onderwijzers en opvoeders wél op tijd beginnen met het gesprek dat ik in mijn kindertijd gemist hebt en dat ik, nadat het vertraagd op gang kwam, anno 2016 nog heel vaak zelf moet aanzwengelen? Snapt u hoe belangrijk het is om het niet uit de weg te gaan, dat het zelfs cruciaal is dat de HvA zich profileert als plek waar dit gesprek in een veilige, reflectieve context kan plaatsvinden? Meneer Tillie, uw mening staat niet voor het eerst behoorlijk lijnrecht op de mijne, maar het verdient een pluim dat u op televisie deze mening durft te verkondigen. Ik hoop wel u er zich bewust van bent dat als mevrouw Veldman haar mening in een praatshow had verteld, haar op sociale media misschien dingen waren toegewenst die ik in deze beschaafde brief niet wil herhalen, zaken die helemaal niets te maken hebben met de mening die ze heeft.

Mag ik u, meneer Tillie, als decaan van de faculteit Maatschappij en Recht, en voorvechter van een 'neutrale onderwijscontext' vragen om u te verdiepen in de ideeën van Pascal Gielen? ‘We need friction instead of consensus and culture of economics’ – ik kijk ernaar uit om een keer met u door te praten, misschien maken we op de FabCityCampus grondig kennis met elkaar? Een collega van uw faculteit vroeg tijdens een vergadering waar in het onderwijsprogramma op deze campus ruimte is voor contemplatie. Ik vermoed dat hij niet enkel in stilte wil nadenken, maar ook met studenten het gesprek aan wil gaan over het Europa van de toekomst en hoe studenten zich kunnen verhouden tot een wereld die in een moeilijke spagaat zit. Een spagaat van bedrijven enerzijds en mensen anderzijds, een spagaat van een neoliberale, uitgeholde ideologie waarin verschillende signalen van inspirerend ‘commonisme’ opduiken. Die hoopgevende signalen zie je zelfs in Afrikaanse landen waar vrouwen in sommige streken met blote borsten rondlopen en op geheel andere wijze aan hun uiterlijk status verlenen.

Mag ik jullie tot slot vragen om twee kwesties te agenderen in het decanenoverleg met rector Huib de Jong? De eerste is een lunchpauze. Tijdens zo’n wonderlijk eenvoudig uurtje worden belangrijke banden gesmeed en essentiële gesprekken gevoerd. Het biedt mogelijkheden om bij uw personeel en studenten te peilen naar hoe bepaalde kwesties leven op de HvA. Het zou, zeker bij uitglijders als deze, goed zijn voor jullie draagvlak. Dan hoef je niet langer op je eentje de goede ideeën uit te zetten – ze vallen zonder draagvlak toch niet in vruchtbare aarde. Bij slechte ideeën kan je dan zeggen: ‘het was een gezamenlijke beslissing, we hebben erover gepraat.’ En agendeer daarnaast nogmaals die bezinningsruimte, nu bij de UvA het kwartje wel is gevallen. Ik zou er als drukke docent graag een verloren halfuurtje mediteren, tijdens de lunchpauze bijvoorbeeld. En al die studenten die je vreesde af te schrikken met blote borsten op de cover, maar die nu misschien wegblijven omdat ze geen zin hebben in een gesloten angstcultuur waarin wrijvingen worden vermeden, kunnen diezelfde ruimte dan gebruiken om hun geloof vorm te geven of yoga-oefeningen te doen. Take my word for it: met die openheid trek je studenten aan. Dat heeft niets te maken met de scheiding van kerk en staat, dat heeft te maken met leven in 2016, met openheid en weigeren in hokjes te denken.

Denk nooit in anderen hun plaats - maar denk wel vooruit. Kon u vermoeden dat een angstreactie zoveel meer ophef zou veroorzaken dan twee mooie borsten en een themanummer over feminisme? Ik wel. En nog benieuwder dan naar het Folia-nummer en de Boobie Bible ben ik naar het HvA-brede gesprek dat hopelijk volgt. 


Met open groet en op eigen titel,

Marie Meeusen

Rebelg
Docent Communication & Multimedia Design
Secretaris Faculteitsraad Digitale Media & Creatieve Industrie

Contactpersoon FDMCI en interdisciplinaire mensen- en ideeënverbinder voor FabCityCampus

maandag 8 juni 2015

Open brief aan CMR-secretaris Pieter Claeys

Bron afbeelding: krapuul.nl
Beste Pieter,
Gewaardeerde collega,
Yo ket!


We delen een aantal zaken, zijn beiden actief binnen medezeggenschapsraden van de Hogeschool van Amsterdam en vinden het superbelangrijk dat niemand bang is en iedereen zich uit durft te spreken. Daarnaast hebben we een hart voor onderwijs, een hart dat de tong makkelijk als springplank gebruikt en wel vaker het hoofd op hol brengt. We legden onze hoeden in Amsterdam en maakten van deze stad onze huidige uitvalsbasis, maar onze voeten groeiden in hetzelfde vaderland op. Waarschijnlijk maakte jij in de Franse les ook kennis met ‘J’accuse’ van Emile Zola en begrijp je vanzelf dat deze open brief niet bedoeld is om gelijk te halen, of de discussie onder je brief op Folia te herhalen, maar wel om zaken aan te kaarten en breed bespreekbaar te maken.

Ik gniffel al als ik aan de reacties denk. Twee Rethink HvA-sympathisanten die een discussie openbaar voeren? ‘Ze graven hun eigen graf.’ Ik zie dat anders. Dit is publiekelijk herdenken zonder te begraven. Akkoord, Rethink HvA is al vier maanden lang een kleine groepering, levendig gehouden door een kleurrijke kern die elkaar door de Maagdenhuisbezetting beter leerde kennen en - vooral in de avonduren - in gesprek gaat over het onderwijs waarvan we dromen. Meer dan veertig mensen mochten we op één avond nog niet verwelkomen en het zou me verwonderen als we op 23 juni in een groter gezelschap de Zomervlam aansteken. Maar elke bijeenkomst krijgen we nieuwe gezichten te zien en hoe bemoedigend is het dat naast Edgar du Perron ook al studenten uit verschillende hoeken van de HvA aanschoven, én van de UvA? Als ik één ding geleerd heb de voorbije maanden is het wel hoe groot onze overeenkomsten zijn – zelfs los van monsterfusies. UvA en HvA, bestuurders en achterban. Maar met een foute woordkeuze en rare focus verwateren deze overeenkomsten. Dat is erg spijtig.

Polderende Nederlanders worden af en toe een beetje ongemakkelijk van debatten, valt je dat ook op? Ik krijg soms de indruk dat discussies bovenal beleefd moeten blijven, besluiten vooral politiek veilig. Daar heeft de HvA echt last van. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met beleefdheid – ik roep niet tot barricaderen op - maar beleefdheid maakt lang niet alles goed. Inhoud boven vorm, visie boven strategie, deep democracy boven machiavellisme, zeggenschap boven gezellige onderonsjes, komen we nog steeds overeen in wat we het belangrijkst vinden? Ik zet het Rebel Local-bier alvast koud.

Het doorschieten in de vorm en van daaruit te sterk leunen op een behoefte om te classificeren, meetbaar te maken, te stroomlijnen en de scherpe kantjes er voor de lieve vrede afvijlen: het is een groot gevaar dat binnen grote organisaties altijd op de loer ligt en dat op alle niveaus. Ik zie met lede ogen toe hoe de HvA op verschillende plekken haar getalenteerde en kritische medewerkers - die bovendien graag gezien zijn door studenten - zonder een heldere reden de laan uitstuurt. Ik merk hoe curriculumvernieuwingen gebouwd worden op sloganeske taal, ontmoette personeelsadviseurs die geen idee hebben van de juridische bescherming die leden van medezeggenschapsraden genieten, ben al tijdje tevergeefs op zoek naar een interne sollicitatiecode die ervoor zorgt dat de juiste mensen de juiste jobs krijgen, gebaseerd op inhoud en niet het mooie, maar onvoorspelbare weer. Toen ik onlangs ongeruste studenten wees op het bestaan van een opleidingscommissie, kreeg ik te horen dat ik studenten ‘opjutte’. Ik praatte genoeg met jou om te weten dat je deze verhalen ook kent, dat je ze aan kunt vullen en dat we ons vaak om dezelfde zaken heel terecht druk maken.

Maar uit je laatste blogpost blijkt dat die verontwaardiging zich toch even op andere kwesties richt. Jij bent kwaad op de actiegroepen die de toegang tot het Maagdenhuis blokkeerden om ontslagen bij de UvA aan te kaarten. Je vindt het niet kunnen dat algemene mailinglijsten gehackt worden. Ik geef toe, Pieter, je hebt een punt. De timing kon beter, de vorm ook. Op je blog vinden we het voorstel voor de nieuwe benoemingsprocedure voor CVB-leden die door de medezeggenschapsraden van de HvA en UvA gezamenlijk is opgesteld. Er zijn signalen om in een constructieve sfeer te geloven en absoluut redenen genoeg om die sfeer samen te bewaken. Dat neemt echter niet weg dat naast het veroordelen van de vorm, gelijktijdig de inhoud herkend kan worden.

Help je mee? Heb geen angst voor ‘terreur’, ontmasker de intimidatie. Maak je nog drukker om waardevolle medewerkers die moeten vertrekken dan om de vorm die actiegroepen kiezen om dit aan te kaarten. Inventariseer met de CMR én domeinraden de misstanden in het personeelsbeleid en bouw vanuit die stevige basis en met de achterban erbij, de goede relatie met de rector verder uit. De handen in elkaar, helemaal akkoord, maar wel met het grote doel voor ogen, voorbij onderonsjes, desnoods af en toe in de publieke arena of in een hoopvolle pennenstrijd. De lat ligt hoger dan wanneer jij op mijn schouders staat, ket, dat beloof ik je.

Kies met andere woorden mee voor de inhoud en hou in de gaten dat die voorop staat. Jij struikelt over de mokerslag in de e-mail, maar struikelen we beiden niet vooral over beleidsstukken waar we last-minute even met een hamer op mogen slaan, een krabbel onder mogen zetten? Een onderwijsklimaat waarin innovatie van onderop ontstaat, waar talent gewaardeerd wordt en studenten zich gezien en betrokken voelen, waarin de noden van een veranderende wereld worden meegenomen in curriculumhervormingen. Een onderwijsinstelling waar we ons veilig, gewaardeerd en gemotiveerd voelen en samenwerking toegejuicht wordt. Doe je mee?


Met vriendelijke groet,
Je Rebelgische collega,
Marie


P.S. Tip tap top, de datum… Grapje, ik bedoel: een antwoord zou tof zijn!
P.P.S. Laat Folia eens een nieuwe foto van je maken, for God's sake. Of zal ik dat doen, bij het vuur?






woensdag 25 maart 2015

Rethink HvA en fonkelende ogen




Toen ik vanochtend de wifi op mijn telefoon aanzette, stroomde dezelfde foto meteen een paar keer binnen. Mijn naam was blijkbaar één van de drie namen die onder het kopje ‘Rethink HvA’ vermeld werden in Folia, het blad van de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam. Pieter – ook Belg - en Gerlof, beiden collega’s in de medezeggenschapsraden, omringden me. Welbespraakte vlegels met een hart voor onderwijs en een brede blik op de wereld, het gezelschap was dus niet het probleem van de gedeelde stempel. Al is het natuurlijk een gemiste kans dat Rethink HvA niet geïntroduceerd werd als een diverse club medewerkers én studenten, die zowel offline als online een open, inhoudelijke dialoog houden over het hbo-onderwijs (en -bestuur) van de toekomst. Dat het forum op één weekend door een student uit de grond gestampt werd, is veelzeggender dan drie namen van medewerkers bij elkaar. Maar de ‘revolutie’ moet blijkbaar namen krijgen, nog voor ze tijd krijgt haar draagvlak en taal te vinden, of zelfs haar bestaansrecht breed kan polsen. De 'branding' gebeurt voor de ‘temperaturecheck’.

Ik voelde weerstand bij de stempel omdat ik meteen mijn naam door de ogen van mijn eigen bazen zag. Daar was Marie weer, de opstandige rebel, outcast en verzetsmadam die haar gevechten niet goed weet te kiezen. Eén derde van de papieren outing van ‘Rethink Hva’. De visie? Ach…  de rol is duidelijk, het kamp: dat van de tegenstander. Zucht. Sta mij, voor ik verder ga, één tegenwerping toe. Meer dan rebel ben ik dwars(verband)denker en samenwerker. En daarna één generalisatie: Nederland houdt nog meer dan mijn vaderland van vorm, kaders, duidelijke rolverdelingen. Dit doorgeslagen Verlichtingsdenken merk je overal en zorgt voor apolitieke kroeggesprekken, voor een voorzichtig publiek debat waarin het gros van de meningsverschillen beleefd wordt gemedieerd. Ook de openbare ruimte, de fysieke uiting van het poldermodel, is tot in het hygiënische en uiterst voorzichtig geneutraliseerd. Je neemt in deze ruimte best niet te veel rollen aan, want dat maakt het stempelen zo complex. Herinvoering van intuïtie en ander onbenoembaars, het voelt soms als roepen in een kurkdroge woestijn, maar het is nodig. Is het gek dat ik mijn hartje al meermaals ophaalde aan het Maagdenhuis en daar aan de lippen hing van denkers als Joris Luyendijk? Is het gek dat ik nu pas de wervelende hoofdstad uit mijn jeugddromen herken? Dat ik de brandende noodzaak voel om onderwijs samen te zien als iets wat ver voorbij rationele kaders gebeurt?

Weg met strakke rolverdelingen. Ook bij onderwijs geldt: vernieuwing vind je voorbij het hokjesdenken. Bovendien eist deze kantelende wereld dat je veel rollen aan kán nemen. Sterker: ik geloof dat hoger onderwijs moet voorbereiden op multidisciplinaire samenwerking in een – in grote mate onvoorspelbaar – beroepenveld, dat je daarover moet nadenken als je onderwijs vormgeeft. Dat deze flexibele houding niet per se betekent dat je te veel petten draagt. Ik geloof dat (mede)zeggenschap in het onderwijs een nieuwe adem krijgt door initiatieven als De Nieuwe Universiteit en Rethink HvA, dat deze allianties elkaar niet ondermijnen, maar ondersteunen. Dat deze ‘blending world’ bovendien niet enkel uitnodigt tot ‘blended learning’, maar ook tot open vizier, kruisbestuivingen, hybride identiteiten en diverse communicatiekanalen.

Ik vervul met enthousiasme mijn taak als lid van de domeinraad. In die raad ben ik inderdaad vaak de brutale Belg. Maar natuurlijk prikken ook mijn ogen van ontroering als ik in de Duitse natuur aan het kampvuur gesprekken voer met studenten. Ik geloof in de mogelijkheden van MOOC’s, maar ook in socratische gesprekken, in de eeuwenoude kracht van verhalen. In visie, in het beste van twee of meerdere werelden. Ik geef nu elf jaar les en noem die lessen het meest geslaagd als ze niet enkel mijn studenten, maar ook mij uit de comfortzone halen. Af en toe val ik bijna in slaap van mijn eigen lessen: wanneer ik nog eens hetzelfde verhaal herkauw. Om deze langdradigheid te beperken, kruip ik morgen in de huid van interviewer en vraag ik collega Daniel van Middelkoop honderduit over zijn visie op rendementsdenken in het HBO. Vraag de aanwezigen nadien wat je met open gesprekken over onderwijs kan doen, terwijl in een ander deel van de stad dezelfde vraag op een andere manier wordt ingestoken. Misschien klinkt het antwoord wel even veelzijdig als wanneer je een kind vraagt wat het met paperclips kan doen. Veelzijdig en verfrissend dus.

Vorige week belandde ik in een brainstorm met jonge medewerkers van de UvA en HvA. Ook Huib de Jong, eindbaas bij de HvA, nam deel. Hij sprak in een kring over grensoverschrijdende samenwerking. De stoelen waarop we zaten waren even hoog. Een andere bestuurder boog zich over een flipovervel toen we bij een pizzapunt, los van formele rollen die we gewoontegetrouw aannemen (hij die van bestuurder, ik die van brutale Belg) nadachten over creativiteit in het onderwijs. Onze ogen fonkelden. Natuurlijk betekent deze alinea niet dat ik het altijd met bestuurders eens ben. Maar ik probeer de zachte blik te houden, een hoofd te hebben dat ook het onmogelijke voor mogelijk houdt. Ik weet: bevlogenheid vind je niet in logo’s, maar in visie. Niet in mantra’s, maar in de idealen waarmee deze mantra’s gezongen worden. Verbinding vind je in de mens, niet in de cijfers. De mens vind je voorbij de rol die het meest vertrouwd is.

Rethink HvA? Zeven stellingen tot nu toe. Vertrekpunten voor een brede discussie. Misschien vindt een of andere rebel wel dat het er acht moeten zijn. Of zes. Misschien is die rebel wel een bestuurder. Of een minister de rebel. Afspraak aan het kampvuur? Dit verhaal is niet af. Het is meer dan mijn verhaal. Of dat van Rethink HvA.



Populaire berichten