Posts tonen met het label feminisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feminisme. Alle posts tonen

vrijdag 12 augustus 2016

Nog een brief aan papa (drieënhalf jaar later, flink lang en met belangrijke vragen)


Dag lieve papa,

Ik schrijf je deze brief vanuit Italië. Je bent drieënhalf jaar niet meer in het tastbare nu. Mijn laatste trip naar dit land is alweer zes jaar geleden, toen was er van je nakende dood nog geen sprake. Over dit meer in de buurt van Rome, waar gezinnen elkaar kopje onder duwen, lijkt het grootste deel van de dag een roze gloed te hangen. Het is een moeilijk verwoordbare glans, maar omdat mijn reisgenote hem ook opmerkt, moet hij wel bestaan buiten de boeken die we schrijven en de brieven die we lezen. Verder is het leven hier opvallend tastbaar: een oudere broer legt met dramatische gebaren aan zijn zusje uit hoe het praktische leven in elkaar steekt, zij draait haar pruillipje een kwartslag van hem weg, samen oefenen ze het theater van later. Herdershonden waken tussen gestapelde hooibalen over schapen, mijn voeten mogen niet op de gietijzeren stoel rusten. Elegantie en haar bijhorende verhoudingen worden zorgvuldig bewaakt, het gros van de taferelen voelt vertrouwd, eeuwenoud.  Ze worden alleszins niet zichtbaar in vraag gesteld.

Denk je dat ik je het meest mis in deze geliefde, zuiderse sferen? Zo is het niet, ik weet immers dat we ons samen zouden laven aan het zinnelijke leven hier, jij zou ook de zoetwatervisjes lekker vinden die ik deze week toch een keertje at, omdat ze vast gelukkig leefden en ik hier niet wil vervallen in strengheid als die me onmiskenbaar tekortdoet. Wat ik niet kan inschatten, is wat je van deze nieuwe, bijna consequent vegetarische en nuchtere levensstijl zou vinden. Zou je het onzin noemen, of daarentegen goed begrijpen hoe een zuivere levensstijl de beste manier blijkt om belangrijke gebeurtenissen een plek te geven? Want dat, papa, is wat ik doe. Het leven nodigt me sinds mijn laatste brief aan jou vooral uit om - op soms hallucinante wijze - de genderverhoudingen onder de loep te nemen, in mezelf, in mijn relaties maar zeker ook in de wereld om me heen.  

Een aantal Betekenisvolle Mannen bekleden een prominente plaats in deze zoektocht. Twee daarvan zijn dood: jij en sinds april ook Prince. Bij de dood van mijn Funky Kleintje schrok ik van de hevigheid waarmee ik rouwde om iemand die ik niet persoonlijk kende. Gelukkig snapte ik snel waarom zijn overlijden zoveel impact had: het paarse web van betekenissen dat ik de laatste zeventien jaar in me opnam is naast complex ook ontzettend invloedrijk. In Sexuality, het tweede nummer van de plaat uit mijn geboortejaar - zingt hij C'mon everybody, yeah, this is your life. I'm talking about a revolution we gotta organize. We don't need no segregation, we don't need no race. New age revelation, I think we got a case. Prince, de paarse gitaarheld die geile nummers schreef? Ja, maar hij raakte in zijn songs via seksualiteit de maatschappij aan, haar politieke structuren en daarnaast ook de spirituele ruimte die lichamelijke worstelingen gewicht- en eindeloos omvat, een hoge ruimte waar we via ons lijf uit de meest roestige patronen kunnen ontsnappen.  

Nu ik zie hoe invloedrijk de boodschappen van meerstemmigheid, androgynie, vrijheid en zelfexpressie zijn geweest, zie ik ook hoe ze me steunen in het verwerken van vernedering, misbruik, grensoverschrijdend gedrag, hoe ze lelijk dichtgegroeide wonden op muzikale wijze openmaken, zodat ik ze eindelijk kan ontsmetten. Ik durf zelfs te beweren dat Prince me tot vandaag motiveert om geen relatie aan te gaan waarin ik overduidelijk tot archetype word gereduceerd. Nee, liever geen relatie dan eentje waarin ik van bij aanvang in de rol word geplaatst van moeder (de reddingsboei en boksbal), hoer (de vrouw die naast geneukt ook vernederd moet worden), de damsel in distress (het meisje dat zorgen nodig heeft) of stoute Eva (de oorzaak van alle zonden en kwaad). Waarom vertel ik je dit? Is dit wel een onderwerp om postuum met mijn vader te bespreken? Nee, niet per se, daarvoor heb ik genoeg talisvrouwen. De talismannen die ik bij me draag, gooi ik af en toe met geweld tegen de muur. Van de scherven maak ik dan nieuwe zinnen, opnieuw gelijmd zien die er anders en hoopgevend uit. Rouw is net als liefdesverdriet de verwerking van een complex gezamenlijk verleden: dat werkt niet enkel in mooie fases, maar vooral in vruchtbare wrijving, in contrasterende fragmenten.

In deze persoonlijke zoektocht denk ik pas nu écht na over de positie van de vrouw in de maatschappij, het universele verhaal. De archetypes vind je immers op zowat elke straathoek, in talloze huiskamers, in amper aangeraakte taboes, voorbij herhaalde clichés. Niet de loonkloven zijn het boeiendst, maar de eeuwenoude wortels die ze hebben. En wat ik je wil vertellen is dit: ik mis je nu niet zozeer om de herinneringen, om de afdalingen die we op de latten maakten, om de zomerse beklimmingen en het wijntje achteraf. Onze vader-dochterrelatie voelt stevig en dus weinig problematisch in deze patriarchale wereld. Maar ik besef dat we het echte gesprek, dat de bodem van ons vaderland voedt en ons tevens overstijgt, maar voor een klein deel konden voeren door je vroegtijdige overlijden. Welke dijkbreuken zijn vruchtbaar, papa, wat is het verschil tussen stuiptrekkingen en het begin van een einde dat zich onheilspellend aandient? Hoe kies ik de golven waartegen ik me niet kan verzetten, hoe word ik door hun kracht voortgestuwd, hoe ontvouw ik me als vrouw zonder te buigen voor de archetypes die me overal begluren? Wie ben ik, naast dochter, naast vrouw? Hoe wil de wereld kantelen?

Mijn reisgenote, de filosofe, en ik slapen vannacht voor het laatst in een kelderverdieping die door een welgesteld Romeins paar met vijf kinderen tot vakantiewoning is omgetoverd. Het is een ietwat bizarre schuilplaats waar jij je neus voor zou ophalen, die we niemand aan zouden raden maar die wel precies past bij wat we deze zomer nodig hebben: een fysieke ruimte om wat plaatsvond in ons leven en in de wereld te rangschikken, opnieuw te overwegen, daarbij soms ook wat tastbaar is vloeibaar te maken. Krekels horen we hier niet, er is te veel licht om de meteorenregens te zien, maar buiten beukt de wereld onvermoeibaar tegen vertrouwde kaders. En wat er echt toedoet, bereikt ons wel. Via de reisgenote die een krantenartikel doorstuurt, weet ik dat dit weekend op de Olympische Spelen de Indiase sprintster Dutee Chand rent, die de gendertest vanwege te hoge testosteronlevels succesvol aanvocht.

Papa, ik heb mijn nieuwe naaldhakken aangetrokken om deze brief te schrijven. Misschien begrijp jij met weinig woorden waarom, maar toch vraag ik me af of je de echte beweegredenen vat. Ik ben immers meer dan een kokette dochter die je hoofdschuddend laat lachen om haar capriolen. Ik ben een vrouw, die naar rolverdelingen kijkt, ze liever knipogend uitdaagt dan volledig verbant. Als jij met mij in deze kelder zat, dan zouden we doen wat we zo graag deden: via boeken het leven bespreken. In ‘I love Dick’ wordt de auteur en het tevens getrouwde hoofdpersonage Chris Kraus stapelverliefd op Dick, een vage kennis van haar man. In het boek extrapoleert ze haar verliefdheid tot een erudiet onderzoek van starre genderverhoudingen in de intellectuele kunstscene. Het boek verscheen in 1997, maar de observaties zijn twintig jaar later pijnlijk herkenbaar. De onontkoombare verliefdheid die haar in haar greep heeft, laat flink wat lezers (tja, vooral mannen) de feministische kracht van dit boek publiek in vraag stellen. Want hoewel de schrijfster adembenemend scherp is in haar denken, vraagt ze Dick tijdens de enige vrijpartij of ze zijn 'lap dog' mag zijn. Omdat deze slaafse vraag zowat de enige is die ze niet verder uitpluist, stelt ze in deze (bewust)blinde vlek de schijnwerper genadeloos scherp op de lezer. Ik begrijp haar, herken haar zelfs. Dat verwart me en deze verwarring is niet alleen van mij. Maar wat belangrijker is, is dit: in begrip zit, hoe verward ook, naast mededogen de mogelijkheid tot dialoog, tot verandering. Zolang we kunnen praten, is verwarring ok, zelfs eeuwenoude machtsverhoudingen zijn dan toegestaan.

Maar toch. Ik zou het je graag vragen – of je begrijpt dat dit boek dagen na de laatste pagina doorwoekert, of je het ook onaanvaardbaar vindt dat Dick zijn langverwachte antwoord uiteindelijk niet aan Chris, maar aan haar man richt, die overigens van in het begin actief betrokken is bij de verliefdheid van zijn vrouw. Voel je de eeuwenoude vrouwenpijn die in dit boek sloop, papa? Snap je hoe ook die pijn door de dikke muren van mijn zonovergoten schuilgarage breekt? Jij hield niet van de boeken van Paul Auster en ik herinner me vaag waarom. Maar ik heb je nooit kunnen vragen waarom Auster niet 'de man van Siri Hustvedt' wordt genoemd, een auteur wier boeken mij veel meer bij de keel grijpen, maar helaas pas na je dood.  

Als een burgerlijke madonna zag ze eruit, een soort non in de hooggesloten jurk, en haar welwillendheid gaf al haar bewegingen een aura van moederlijkheid. Deze zin plukte ik uit Reis naar het verleden, een novelle die Stefan Zweig tijdens het interbellum schreef. Volgens de achterflap gaat het verhaal over een passionele liefde, maar het tedere liefdesobject van het mannelijke personage wordt naast madonna, non en moeder ook meermaals engel en matrone genoemd, een vrouw die ‘straalde in een sfeer waar geen begeerlijkheid bestond’ en dus duidelijk meer respect verdiende dan de ‘naaimeisjes’ die voor hem de benen openden.

Bah. Ik ga zo meteen nog wat Prince luisteren. Misschien leg ik wel ‘Little Red Corvette’ op, een nummer dat met wat kwade wil een ietwat seksistische jeugdzonde genoemd kan worden. Maar hij temt de rode liefdesmachine niet zomaar, papa. ‘He’s gonna try to tame’. En in die twee extra werkwoorden ligt de ademruimte die ook deze kelderverdieping biedt, de ruimte om via onderhandelingen tot de meest vruchtbare, eerlijke rolverdeling te komen voor de personages die we buiten de dikke muren neerzetten. Je weet dat ik hou van kunst die me uitnodigt om als volwaardige gesprekspartner aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. En ja, ik schrijf het liefst vanuit mijn navel, vandaag is die van een rouwende dochter. Het spijt me dat het niet wat grootser lukt. Maar ik omarm je. En in die leegte pak ik ook de hele wereld vast, is dat goed?

Staan de verhoudingen van mannen en vrouwen vast? Ik denk het niet. Eigenlijk weet ik het wel zeker: sinds je stierf lijkt dit alles steeds meer op losse schroeven te staan, al zijn er nog genoeg patriarchen die luidkeels het tegendeel beweren. Ik geloof hen niet meer. Zelfs de gebaren waarmee oudere broers hun zusjes de wereld uitleggen, zullen veranderen.

Deze brief wordt nu echt te lang, papa en jij bent steeds langer dood. Met een kwartslag gedraaid pruillipje wend ik me dus tot de mannen in mijn leven. Ik overhandig ze boeken op hoge, glanzende poten. Zolang we nadien maar kunnen praten over hoe het anders kan, symfonischer, vuriger, beduidender, evenwichtiger, ons voelen, ons denken, ons samenzijn.

Er hangt een roze gloed over deze brief. Ik vind er nog geen woorden voor.

Liefs,

Marie

maandag 14 maart 2016

Open brief aan HvA-decanen Ietje Veldman en Jean Tillie naar aanleiding van mooie borsten op Folia-cover


Marie Meeusen als Andreas Yperman (foto: Kasper Vogelzang)


Beste Ietje Veldman en Jean Tillie,

De aanspreking van deze open brief had wat sleutelwerk nodig. Ik schreef immers uit gewoonte eerst de mannennaam neer. Onze taal en omgang zijn zo 'gender biased' – of noem het gerust fallocentrisch - dat zelfs een feministische docent(e) bij de HvA zichzelf meermaals per dag op de schrijvende vingers tikt of haar woorden inslikt en met omgekeerde tong hetzelfde probeert te zeggen. Ik schrijf jullie uiteraard naar aanleiding van de blote borsten op de cover van Folia, het tijdschrift dat op jullie faculteiten werd weggehaald voor de open dag voor aankomende studenten begon.

Ook bij de faculteit Techniek zou er sprake zijn van gelijkaardige angstreacties, check het overzicht van de gebeurtenissen dat CMR-lid en collega Pieter Claeys maakte. Een collega bij Communication & Multimedia Design mailde me: ‘De magazines werden bij ons vrijdagmiddag weggehaald, ik liep er toevallig langs toen het gebeurde’. ‘Bij ons’, dat is waarschijnlijk het Theo Thijssenhuis, of misschien het Benno Premselahuis, in ieder geval een gebouw van de faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie, een plek waar jonge mensen worden klaargestoomd voor een carrière in de media. Wordt aan studenten van de communicatie- en mediaopleidingen in het eerste jaar al duidelijk gemaakt dat de cover van een onafhankelijk blad als Folia iets anders is dan een HvA-logo? Ik mag het hopen. Wat bedoelt u, mevrouw Veldman, decaan van de Faculteit Onderwijs en Opvoeding, met de opmerking ‘deze cover geeft niet weer wie wij zijn’? Nee, gelukkig maar. Dat zou wel een heel slechte zaak zijn.

Even terug in de tijd, naar een incident uit mijn eigen kindertijd op een basisschool in de provincie Antwerpen. Ik was een jaar of tien, hooguit elf, had in ieder geval niet meer dan het begin van borstjes en verkleedde me op elk carnavalsfeest steevast als brutale piraat. Sommige meisjes in mijn klas hadden wel al een noemenswaardige boezem. Op de eerste hete lentedag in mei of juni - het was vast drie graden warmer dan in het winderige Amsterdam - kregen we tijdens de pauze een ijsje. Omdat het zweet onder onze oksels plekken maakte in onze kleren, trokken we onze t-shirts uit. Maar dat mocht niet meer. Of beter gezegd: het werd verboden aan de helft van de klas. Ik begreep er niks van en organiseerde met de meisjes een optocht. In ontbloot bovenlijf trokken we de speelplaats over, terwijl we slogans als ‘wij hebben ook recht op een blote borstkas’ scandeerden. Ik herinner me mild berispende, maar bovenal onbeholpen reacties van de leerkrachten. Misschien gaf één leerkracht ons een bemoedigende knipoog. Ik herinner me geen straf, maar evenmin een gesprek over wat gebeurd was, laat staan dat we werden voorbereid op een leven waarin meisjes steeds minder om hun krachten en talenten gezien en vaker tot hun lichaam gereduceerd worden – of de blik erop: een keurslijf van schoonheidsidealen, geboden en waarschuwingen. 

We zijn ondertussen zo’n vijfentwintig jaar verder. Pas toen ik de dertig naderde en zeker nadat ik een aantal weken een mannelijk alter ego aannam op het internet, kreeg ik echt oog voor het institutionele seksisme waar de samenleving van doordrongen is. Aan de universiteit was het me niet eens opgevallen dat zowat alle grote denkers en schrijvers in de cursussen en literatuurlijsten mannen waren. Toen ik voor mijn eerste lesopdracht solliciteerde, vertelde de directeur mij dat ik op 1 september mocht beginnen, maar dan wel ‘in andere kledij dan deze strandkledij’. Omdat het misselijkmakend heet was toen ik het gesprek met hem voerde, droeg ik een t-shirt dat mijn gebruinde schouders toonde. Ik kreeg een hele reeks kledingvoorschriften mee die ik geacht werd over te brengen aan de leerlingen. Jongens mochten vooral geen pet op in de les, maar voor de meisjes was het lijstje met voorschriften beduidend langer. Aan hen moest ik duidelijk maken dat het hun verantwoordelijkheid om hun lichaam, dat onherroepelijk steeds opnieuw geobjectiveerd en geseksualiseerd zou worden, voor deze mechanismen te behoeden door het te bedekken. Ik moest ze met andere woorden vertellen zich te conformeren aan bepaalde processen zonder ze in vraag te stellen. Vrouwen kregen in België pas stemrecht in 1948, zo’n dertig jaar na Nederland. Dat leek me altijd al absurd laat, maar er is in de lesprogramma’s die ik geacht werd te onderwijzen amper fundamentele aandacht besteed aan de culturele of historische context van ons scheve, zwart-witte en zelfgenoegzame wereldbeeld.

Het begon me dus stilaan te dagen dat ik als jonge vrouw minder bij inhoudelijke gesprekken betrokken werd, dat ik net iets harder tegen onzekerheid moest vechten, dat de vrije androgynie van de kindertijd onherroepelijk veranderd was in een duiveltje in mijn hoofd dat op geregelde tijd fluisterde ‘dat ik een meisje was’. Het duurde bedroevend lang voor ik dit allemaal in kaart kreeg en dan moest ik er nog de juiste woorden voor vinden. We leven toch in een vrije wereld en hoeven geen hoofddoek op? De hypocrisie, de dubbele moraal is zo alomtegenwoordig, dat het elke dag opnieuw een alert bewustzijn vereist. ‘Je suis Charlie’? Laat me niet lachen. Af en toe ben ik Charlotte, vaker ben ik Andreas.

Aan de HvA werd ik bij de loononderhandelingen (onbestaande in het Vlaamse onderwijs) lager ingeschaald dan mannelijke docenten van dezelfde leeftijd, met dezelfde of zelfs minder werkervaring. Ik ben nochtans nog steeds die brutale piraat, dus aan mijn radde tong zal het niet gelegen hebben. Op wekelijkse basis hoor ik opmerkingen die mannelijke collega’s erg vreemd zouden doen opkijken. ‘Je moet beschermd worden tegen je eigen idealisme’ bijvoorbeeld, of: ‘voor een Belgische vrouw spreek jij je wel erg duidelijk uit.’ Ik zie ook op de HvA een wereld waarin vrouwen blondines en brunettes worden genoemd, emotioneel, labiel en minder goed in staat tot rationeel denken of onderlinge solidariteit. Opvallend vaak laten mannen je bij kritiek op hen onder het mom van spiegelen twijfelen aan de legitimiteit van je kritiek - of reduceren ze het tot een emotionele en dus ongefundeerde reactie. Op mannen kan je bouwen, zij beschermen elkaars netwerken, worden bij hun functie genoemd en hebben nu eenmaal moeite om met elkaar over emoties te praten, dat is genetisch bepaald of ligt aan (het gebrek aan) een stofje in hun hersenen. Het hokjes denken is zo eindeloos dat ik er meestal knipogend mee omga; ik maak af en toe gemeende complimentjes over de kledij van mannelijke leidinggevenden of zwaai de deur voor een mannelijke student open. In de les tik ik studenten op de vingers die alleen mannelijke bazen op een bedrijfswebsite aan het woord laten, ik vraag door als een app blauw of roze vormgegeven wordt, strak of dromerig – omdat het ‘voor jongens/meisjes’ is.

Begrijpt u, mevrouw Veldman, waarom ik het belangrijk vind dat aankomende onderwijzers en opvoeders wél op tijd beginnen met het gesprek dat ik in mijn kindertijd gemist hebt en dat ik, nadat het vertraagd op gang kwam, anno 2016 nog heel vaak zelf moet aanzwengelen? Snapt u hoe belangrijk het is om het niet uit de weg te gaan, dat het zelfs cruciaal is dat de HvA zich profileert als plek waar dit gesprek in een veilige, reflectieve context kan plaatsvinden? Meneer Tillie, uw mening staat niet voor het eerst behoorlijk lijnrecht op de mijne, maar het verdient een pluim dat u op televisie deze mening durft te verkondigen. Ik hoop wel u er zich bewust van bent dat als mevrouw Veldman haar mening in een praatshow had verteld, haar op sociale media misschien dingen waren toegewenst die ik in deze beschaafde brief niet wil herhalen, zaken die helemaal niets te maken hebben met de mening die ze heeft.

Mag ik u, meneer Tillie, als decaan van de faculteit Maatschappij en Recht, en voorvechter van een 'neutrale onderwijscontext' vragen om u te verdiepen in de ideeën van Pascal Gielen? ‘We need friction instead of consensus and culture of economics’ – ik kijk ernaar uit om een keer met u door te praten, misschien maken we op de FabCityCampus grondig kennis met elkaar? Een collega van uw faculteit vroeg tijdens een vergadering waar in het onderwijsprogramma op deze campus ruimte is voor contemplatie. Ik vermoed dat hij niet enkel in stilte wil nadenken, maar ook met studenten het gesprek aan wil gaan over het Europa van de toekomst en hoe studenten zich kunnen verhouden tot een wereld die in een moeilijke spagaat zit. Een spagaat van bedrijven enerzijds en mensen anderzijds, een spagaat van een neoliberale, uitgeholde ideologie waarin verschillende signalen van inspirerend ‘commonisme’ opduiken. Die hoopgevende signalen zie je zelfs in Afrikaanse landen waar vrouwen in sommige streken met blote borsten rondlopen en op geheel andere wijze aan hun uiterlijk status verlenen.

Mag ik jullie tot slot vragen om twee kwesties te agenderen in het decanenoverleg met rector Huib de Jong? De eerste is een lunchpauze. Tijdens zo’n wonderlijk eenvoudig uurtje worden belangrijke banden gesmeed en essentiële gesprekken gevoerd. Het biedt mogelijkheden om bij uw personeel en studenten te peilen naar hoe bepaalde kwesties leven op de HvA. Het zou, zeker bij uitglijders als deze, goed zijn voor jullie draagvlak. Dan hoef je niet langer op je eentje de goede ideeën uit te zetten – ze vallen zonder draagvlak toch niet in vruchtbare aarde. Bij slechte ideeën kan je dan zeggen: ‘het was een gezamenlijke beslissing, we hebben erover gepraat.’ En agendeer daarnaast nogmaals die bezinningsruimte, nu bij de UvA het kwartje wel is gevallen. Ik zou er als drukke docent graag een verloren halfuurtje mediteren, tijdens de lunchpauze bijvoorbeeld. En al die studenten die je vreesde af te schrikken met blote borsten op de cover, maar die nu misschien wegblijven omdat ze geen zin hebben in een gesloten angstcultuur waarin wrijvingen worden vermeden, kunnen diezelfde ruimte dan gebruiken om hun geloof vorm te geven of yoga-oefeningen te doen. Take my word for it: met die openheid trek je studenten aan. Dat heeft niets te maken met de scheiding van kerk en staat, dat heeft te maken met leven in 2016, met openheid en weigeren in hokjes te denken.

Denk nooit in anderen hun plaats - maar denk wel vooruit. Kon u vermoeden dat een angstreactie zoveel meer ophef zou veroorzaken dan twee mooie borsten en een themanummer over feminisme? Ik wel. En nog benieuwder dan naar het Folia-nummer en de Boobie Bible ben ik naar het HvA-brede gesprek dat hopelijk volgt. 


Met open groet en op eigen titel,

Marie Meeusen

Rebelg
Docent Communication & Multimedia Design
Secretaris Faculteitsraad Digitale Media & Creatieve Industrie

Contactpersoon FDMCI en interdisciplinaire mensen- en ideeënverbinder voor FabCityCampus

Populaire berichten