dinsdag 30 september 2008

G.B.W. nogmaals

Ze kende ooit een jongen. Men noemde hem een Man. Hij vond zichzelf maar klein. En daarom harkte hij de bloemen uit haar handen. Hij beminde met schuim op de lippen en hield van schouders breken. En beloven dat er vleugels komen. Temde zijn angst door dromen omver te lopen. Daar lag het paard gekanteld in het bos. Rond het lijk groeien zwammen.

Toen gooide hij haar armen weg en schrok hij centimeters op. Een huilend gebrek aan rechtmatigheid. De eigenaar, verward, fluisterde hem klein en ongeschonden. Dichtte ogen toe. ’s Ochtends gaven ze elkaar weer sprookjesnamen. Want de uren na de strijd waren roze en veelbelovend. Na het paard kwamen er drie zonen met wilde haren, een dochter met een blik die door water brak. Ze streelden elkaars spieren, bouwden denkbeeldige huizen aan het water. Ze stonden stijf. En rond het kadaver zwommen sterren.


In tijden van stilte is het enige dat uit mijn pen rolt blijkbaar veeleer van therapeutisch van aard. En ach, dat mag ik delen, want het valt te relativeren en de tijdschriften overtuig je hier niet mee. Moeilijke mannen uit het verleden lenen zich misschien goed als literaire obsessie, in het echte leven spoel je ze makkelijk door met goede wijn en nieuwe verhalen.

Tot zover dus, tussendoor bereid ik me voor op m'n nieuwe job, jaag ik er stapels verbeterwerk door en speel ik zinledige computerspelletjes. Daarnaast betreur ik de dood van de zomer en ben ik blij geen aandelen te bezitten. Arrivederci !

1 opmerking:

K. zei

Hé, je hebt naar me geluisterd!

Als je aandelen wil, ik verwacht daar binnenkort in uitbetaald te worden. Wanneer mijn werkgever ook het geld van de overheid heeft opgesoupeerd. Om van dat van je huisgenoot nog te zwijgen.

Populaire berichten