donderdag 8 januari 2009

Brief aan de Winter

Beste Winter

Schrijvers zijn voorspelbare wezens. Wanneer ze een brief schrijven aan uw wankele broeder, de zomer van het voorbije jaar, kan men er gif op innemen dat ook u een brief van hen krijgt. Bovendien is het uw natuur: u bent het seizoen van brieven. De lente is te pril om aan te schrijven, tenzij ze van een zeer verliefde aard is. Deze maanden van frisse wind en broze knoppen maakt men doorgaans stuk met te veel begrip. Ook de zomer behoeft geen brieven als hij goed is, dan zijn slechts lichtvoetige kattebelletjes het gepaste medium. ‘Schat, ik bewaarde vroege pruimen in de frigo’. In de herfst rijpen gedachten, tot ze in uw seizoen zeer traag van onder de bladeren kruipen. De taal wordt aangewakkerd in haar winterslaap.

U verkiest zware klanken. Hardvochtig, ongenaakbaar heeft u voor de mensen vooral strenge, korte namen klaar. Uw finesse ligt weliswaar in langgerekte adjectieven, maar zij worden slechts in brieven als deze gebruikt. Uw strengheid echter toont zich in woorden als ijs, rijm, vorst.

En het moet gezegd, u bent veel daadkrachtiger dan de twaalf voorbije jaren. Ik vraag me af of ik sinds uw laatste komst veel wijzer ben geworden. Als we vasthouden aan het idee dat mensen in de loop der tijd kariger met woorden en vrijer van angsten worden, dan zou dat laatste makkelijk te staven zijn. Maar ik beken. Ik heb het koud en gebruik de foute zinnen. En als ik ’s avonds langs het kanaal naar huis fiets, moet ik mezelf dwingen om naar de grond te kijken. Dat is nodig. In tijden waarin het water enkel in kleine sterren en vastgevroren blikjes haar oorsprong toont, moeten we oog hebben voor verraad. Flinterdun wordt alles wat we kennen. Behalve de blik van vrienden bij het vuur.

U had geen betere tijd kunnen kiezen om mij uw ware gelaat te tonen. Ik woon in het koudste huisje van de stad. Nadat de loodgieter gisteren met een haardroger de wc te lijf ging, hebt u ons snel weer schaakmat gezet. En dat meisjes niet veel verder komen dan een handvol zout in de pot te strooien, weet u vast ook wel. Toen ik volledig ingeduffeld in mijn bed lag te ontdooien, hoorde ik de ramen kraken. Ik vroeg me af of naast hout ook glas kon krommen. Dat lijkt zeer onwaarschijnlijk, maar ik beken dat ik niet dichterbij durfde te komen. Naast ijs, rijm, vorst is er glas. En als dat breekt, is niets meer zeker.

Hier houdt het op. Ik hoop dat u deze brief met evenveel eerbied leest als ik hem geschreven heb. En misschien is dit te veel gevraagd; maar kan u toch wat zachter zijn voor de mensen? Verderop bloeden kinderen dood. Daar is dit radeloze schrijven niets tegen, hooguit een schaduw van de zwakke minnaar die de zomer was.

Liefs
Marie

7 opmerkingen:

janien zei

Mmmm. Warm van jouw epistolaire kunst!

Maarten zei

Mooie brief inderdaad.

Jürgen Smit zei

mooie brief, die me 's nachts voor het slapen gaan enkel kan laten hopen op nog meer vorst

Soet zei

oh Marie, wat mooi

Jan zei

Je schrijft erg goede brieven, Marie. Mooi weer wat van je te lezen. Misschien tot morgen.

Marie zei

Wat zijn mijn bloglezers lief en warm in het prille 2009. Bedankt voor de reacties.

En Jan, inderdaad, hopelijk tot morgen! Fijn interview in Meander, het stemt tot nadenken.

x

ps toilet nog steeds bevroren

Uvi zei

Dag Marie,

Misschien meen jij soms wel
dat ik een kille minnaar ben

maar waarom bleef je blind
voor mijn ijsrozen
die ik op je venster schreef

je warme adem
had m'n vingerafdrukken
tot een zomer geschreven ...

de winter


Marie,
vergeef me dit fantasietje.

Knappe brief.
Brieven blijven m'n literaire liefde.

.

Populaire berichten