dinsdag 5 februari 2019

Een brief aan mijn zoontje op zijn eerste verjaardag








Lieve, liefste Ade,

Hoe kan de eerste alinea van een brief ter ere van je eerste verjaardag klinken? Het ritme kan toch niet kloppen zonder de beginzinnen te besteden aan de prachtige weerborstel op je kruin? Wat ik ook aan je wil vertellen (en dat is véél!), mijn gedachten glijden steeds af naar de stromende draaikolk die een groot deel van je hoofdhaar een paar cijfers verder de klok opdraait voor de zwaartekracht er vat op krijgt. Met de klok mee, een kruintje van de toekomst, met zwierig en licht krullend haar dat we goud noemen.

Die aanblik van je kruin is al een jaar mijn epicentrum, de eerste maanden stonden er nog donshaartjes op. Toen zat er op je achterhoofd een kale plek, maf genoeg, want je lag nooit graag op je rug en toen je op je drie maanden kon rollen, lieten we je al op je buik slapen. Dat die kruin het absolute centrum van mijn wereld is, mag stilaan veranderen, maar tegelijkertijd hoef ik dat niet te forceren en help jij ook om dit levenslange proces van loslaten op een natuurlijk tempo te laten gebeuren. Het levert nu je sinds kort twee dagen per week naar de kinderopvang gaat tranen op, vooral bij jou en soms bij mij, maar voorlopig geen trauma’s of gekke krampachtige spagaten.

Als ik de draaiende beweging van je haren volg, dan dwalen mijn gedachten de laatste weken steeds vaker af naar wat er verder in de wereld gebeurt, naast dat jij er al een jaar bent en dat ik je dolverliefde moeder mag zijn. Dat gebeurt vanzelf. Ik heb nu vooral een goed geheugen voor de klimaatslogans die de Belgische spijbelende jeugd al een paar donderdagen op rij in de Brusselse straten scandeert en daar grinnik ik stil om, terwijl jij in slaap valt. Ik lees weer vaker de kranten, volg het journaal niet langer enkel vanuit mijn ooghoeken terwijl ik je voed, maar de woede om politieke gebeurtenissen lijkt al een jaar lang beduidend flink getemd door hormonen en moederliefde en dat is een vreemde gewaarwording voor iemand met zo’n grote honger naar nieuws. De laatste tijd voel ik de ergernis en strijdlust samen met jouw exploratiedrang groeien. Jij stapt bijna en ik ga weer aan het werk.

Jouw gevoel voor humor groeit ook: je schaterlacht als je vader je kousenbroek op zijn hoofd zet tijdens het verschonen van je luier, als ik je smakeloze speltwafel aan de kat aanbied die er snuivend haar snuit voor ophaalt of als ik een mandarijnschil op haar rug leg waarmee ze enkele meters rondwandelt voor die van haar vacht tuimelt. Ook schaterlachte je laatst toen we samen televisie keken en Hakim van Sesamstraat nieuwe deuren toverde omdat de sleutel in zijn hand niet op die ene deur paste, hoeveel hij ook morrelde en trok. Dat is overigens een gouden levensles: als een sleutel niet past op een deur, ga dan niet vruchteloos op zoek naar de juiste sleutel en probeer de deur al evenmin open te beuken. Maar verzin nieuwe deuren, andere wegen. Als het niet klopt, dan klopt het niet. Als je je ergens niet welkom voelt, dan is het hoogstwaarschijnlijk ook niet jouw thuis.

Deze brief voelt nog een beetje onwennig. Ik ben bedreven in brieven aan de doden, en dan vooral die aan je opa, mijn papa, één van de drie grootouders die je helaas enkel via verhalen zal leren kennen. Brieven aan overledenen mogen immers ongegeneerd over jezelf gaan, want doden zijn bovenal denkbeeldige spiegels, verguld met lijsten van talloze herinneringen. Maar woorden aan zo’n springlevend leven, zulke nieuwsgierige oogjes die me ongedwongen aankijken en bevragen, die zijn nieuw voor mij. Toch heb ik je al eerder een brief geschreven, toen ik vorige winter nog hoopte dat je thuis in het warme water van een bad geboren zou worden. Maar de hypnobirthing-afspeellijst die ik samenstelde nadat we laat in de zwangerschap nog verhuisden naar dit oude, sfeervolle huis dichtbij de duinen, die lijst die dertig lange uren duurt, bleek een goede voorspeller van de uitputtingsslag die jouw geboorte werd. Je bleef zwemmen, zag het absoluut niet zitten om met dat prachtige kruintje van jou klem te zitten in mijn bekken en doordat je niet indaalde en je hartje ook niet van kunstmatige weeënopwekkers hield, kwam je uiteindelijk na honderden vergeefse weeën en twee lange nachten met een keizerlijke intrede ter wereld, op 29 januari 2018, om half vijf in de ochtend.

Je beweeglijkheid was al voelbaar toen je in mijn buik zat en dat je een krachtig kindje bent, wist ik ook al toen je nog in het vele vruchtwater zwom en mij zeer regelmatig een flinke stamp gaf. Die explosieve energie en je grote drang naar bewegingsvrijheid zijn tekenend voor je eerste levensjaar. Je bent enorm nieuwsgierig en slapen vind je, zeker overdag, een zinloos tijdverdrijf waartegen je je met elke vezel in je lijfje verzet. Naar een slaapritme zijn we onophoudelijk op zoek en als we denken er één gevonden te hebben, laat je mijn tepel los vlak voor de slaap je vangt en begin je een opgewonden monoloog met alweer nieuwe klanken. De laatste weken roep ik weer vaker je vader om hulp en je voelt je al van in het begin zo geborgen bij hem, dat je ook na een jaar steeds weer lijkt te vergeten dat er uit zijn tepels geen melk komt.

Gelukkig deel je niet alleen het geboorteuur met je moeder, maar lijk je ook nu al een nachtraaf, je vindt het ook fijner om ’s avonds wat langer op te blijven. De dagen dat je ervoor kiest om voor half acht weer aan de dag te beginnen, zijn gelukkig zeldzaam, maar dit opschrijven werkt misschien als een vloek. In de week van je eerste verjaardag was je vaak opvallend vroeg wakker. Last van de doorkomende vijfde tand of gewoon goesting in het leven? Ik weet het niet, maar als je iets meer en makkelijker zou slapen, liefje, dan zou het leven nog zoveel leuker zijn. Want als Ade slaapt, dan wordt hij beter, als lieve Ade slaapt, voelt hij zich goed. Ja, als Ade slaapt, dan groeien bloemen, dan zingen sterren, dan ontstaan er vreugdevuren over de hele planeet. Dit en duizenden variaties zing ik je al maanden in een verzonnen melodietje toe. Soms helpt het en geef je je over aan de slaap, maar meestal strek je nog een keert je nekje, alsof je wil kijken of er op het bed inderdaad bloemen groeien terwijl je slaapt.

Ik was een eerste versie van deze brief begonnen tijdens het late slaapje in je vaders armen op je verjaardag. We schonden die dag met plezier de regel dat je een baby beter niet na half vijf laat slapen, omdat hij dan ’s avonds de slaap niet vat. Op je verjaardag was het juist heel leuk dat je langer opbleef, want je halfzussen en hun mama kwamen langs om je eerste verjaardag te vieren. We zongen voor je en jij luisterde ademloos, met dezelfde intensiteit als waarmee je kijkt naar je zusje die de sterren uit de hemel danst en onlangs tijdens een eerste wedstrijd met haar groep meteen de eerste prijs wegkaapte. Dansen, zingen, muziek luisteren: je vindt het prachtig en je voelt het absoluut als er iets te vieren valt, zeker als jij die reden bent. Pas om half tien viel je in slaap, met een buikje vol frietjes, appeltaart en een extra toetje, een dessertje van moedermelk. Voor je eerste ‘echte’ verjaardagsfeest op zondag deed je ’s middags een hazenslaapje, werd om twee uur wakker voor de eerste van wel dertig gasten kwamen en vervolgens heb je urenlang genoten van al die aandacht en cadeaus. Moedermelk interesseerde je niet, de olijven en aardbeien en taart waren zoveel interessanter. Achter de bank staan nog steeds cadeautjes te wachten op jouw gretige nieuwsgierigheid.

Op de nieuwe crèche kreeg je uiteraard een kroon op je verjaardag. Tijden veranderen, maar simpele kinderkronen zien er al zoveel generaties hetzelfde uit: een nietje in de band die om het hoofd spant en daarop worden twee banen die elkaar kruisen vastgemaakt, in tweekleurig karton. Als je wat ouder bent, zal je je kroon ook zelf mogen versieren. Ik hoop dat je daar plezier aan zult beleven, want vingerverf vind je vooralsnog griezeliger dan heel veel mensen bij elkaar - of Trump, Theo Francken of andere monsters op televisie. De rechthoekige kleurtjes van was gooi je keihard op de grond. De sporen die je achterlaat interesseren je vooralsnog beduidend minder dan de doelen die je uitkiest en waar je met swingende heupjes en aan een indrukwekkend tempo op afgaat. Gelukkig maar. Je toekomstgerichtheid en levenslust tonen zich gelukkig ook in een huid die zich razendsnel herstelt. Op vier januari kreeg jij na een slapeloze nacht waarin je al geteisterd werd door de buikgriep, hete thee over je heen. Tweedegraadsbrandwonden lieten ons verschillende bezoekjes aan het ziekenhuis en het brandwondencentrum brengen. Je interesse in lopen verdween even snel als de smeltende sneeuw op straat en ook in eten had je geen trek. Nooit eerder dit jaar ben ik zo dankbaar geweest dat ik nog borstvoeding geef als de afgelopen maand, toen uitdroging een reëel risico was.

Jouw eerste levensjaar speelde zich af in een cocon, maar het was evengoed een heftig jaar, met veel veranderingen en als er al een roze wolk was, dan gingen we op die wolk aan een rotvaart ook een paar keer overkop. Zes weken nadat je geboren was, stierf je oma, de mama van je papa, twee weken nadat ze jou voor de eerste en enige keer ontmoet had. Het universum van een demente tachtiger en een nieuwsgierige baby van vier weken leek tijdens die ontmoeting hetzelfde. Jullie keken elkaar met open ogen aan en lachten onophoudelijk. Zij keek naar je en vroeg me elke vijf minuten of het geen tijd was om ‘haar’ nog eens aan de borst te leggen, terwijl ik je nog maar net gevoed had. Het had geen zin te benadrukken dat je een piemeltje hebt, je was die dag haar meisje, haar kleinste en vijftiende kleinkind.

Ik heb ongelofelijk veel bewondering voor de zachtheid waarmee je vader afscheid van haar heeft genomen, voor de waardigheid waarmee hij zijn verdriet draagt en met golven toelaat. Het overmeestert hem zelden en als dat gebeurt, maakt het verdriet gracieuze tekeningen op zijn gezicht. De elegantie maakt zijn pijn niet kleiner, wel zachter. Hij had al voor ze stierf in liefde gevoeld dat het mooi was geweest, en dat hij als jongste van zeven kinderen klaar was om wees te worden en zijn lieve moeder te laten gaan. We hoorden van haar overlijden toen we net twee dagen op Malta waren, het eerste reisje buiten je vaderland dat we met je maakten, zelfs voor het eerste bezoekje aan je moederland met Pasen. We keerden meteen naar Nederland terug en je vader verzorgde je oma, maakte haar samen met je tante voor de laatste keer mooi. Hij trok op de uitvaart niet het trouwpak van zijn vorige huwelijk aan dat de moeder van z’n dochters in alle haast per ongeluk had meegenomen, maar een fleurig, kleurrijk hemd en helderblauwe broek. Hij zong ‘Geneet van ‘t laeve’ met Limburgse tongval terwijl de aanwezigen huilden en lachten en jij aan de borst dronk.

Wat is er dit jaar nog gebeurd? We hebben in augustus de hitte in Overveen verruild voor Japanse hitte en taifoens. Dat werd een heel bijzondere en ook ambitieuze reis die zich niet in een alinea laat samenvatten. Wat waren we blij dat je zo’n sociaal baby’tje bent en dat jij ervoor zorgde dat we dagelijks kleine gesprekjes hadden met de ondoorgrondelijke Japanners. Toen je zes maanden was, was je zo benieuwd naar al dat vreemde eten. Je proefde naast rijst en peperdure, alvast geschilde appelkwartjes ook zeewier en gember en dingen waarvan ik nu de naam niet meer kan herhalen. Ik was twee maanden eerder, toen je vier maanden oud was, overigens enorm opgelucht dat je nieuwsgierigheid het won van je gehechtheid aan de moederborst en je razend geïnteresseerd was in worteltjes en avocado en ik eindelijk niet meer elke negentig minuten je honger met mijn vermagerende lijf moest stillen. Maar ik ben ook ijdel en klaag ook niet te luid, want op je eerste verjaardag droeg ik voor het eerst in twintig jaar weer een broek in maatje 34.

Ik wilde deze brief aanvankelijk laten gaan over wat je mij al geleerd hebt, want dat is zo ongelofelijk veel. Maar ik wil nog zoveel andere dingen doen, lezen, schrijven, even tegen je vader aan te kruipen. Mag het kort, mijn lieve Ade, dit slot van een brief die sowieso eindeloos is? Je nodigt me uit om dicht bij mijn natuur te leven, ik ben het laatste jaar bovenal een zoogdier geweest, dat overloopt van melk en liefde voor jou. Sinds jij er bent, heb ik nog minder geduld met al het menselijk gekronkel dat ons verder van deze natuur af probeert te brengen. Jouw recht op moedermelk stond steeds voorop en ik voelde daarin veel steun van je lieve vader. Het heeft tot een paar memorabele conflicten geleid, op de opleiding die ik dit jaar afrondde en op de eerste crèche, waar de gekolfde melk in de koelkast bleef staan en ik gevraagd werd om je uit het zicht van anderen te voeden, toen ik je na een lange dag uitgehongerd aantrof. Je leert me voor onze band op te komen, je leert me grenzen trekken en prioriteiten stellen. In een huis met twee puberende meiden, met akelige nepnagels in de boekenkast en bierkroontjes op de vloer na nachtelijke feestjes, is opvoeden een moeilijke evenwichtsoefening, zeker als jij samen met je uitgaande zussen aan onze nachtrust knabbelt. Maar wat groei je op in een warm huis, waar zoveel wordt gelachen, gedanst, gepraat, geluisterd en gekoesterd.

Je leert me wat belangrijk is. En wat is dat anders dan liefde? Niemand liet me ooit zo stilstaan bij de vraag wat ik wil doen in dit leven, behalve dan houden van en koesteren. Nee, niet ‘behalve dan’. Jij stelt mij door je komst telkens weer die vraag, hoe ik mijn leven zo kan leiden dat ik bovenal kan houden van en koesteren. Mijn lieve Ade, gefeliciteerd. Je bent een liefdesbaby, een zonnetje, een als waterman vermomde leeuw. Je bent krachtig, grappig, schalks, nieuwsgierig, lief. Je kriebelt en aait me, je daagt me uit en troost me, stelt me gerust. Je bent mijn lieve, lieve zoontje.


Drie dikke kussen en een vlinderkusje op je wang,

je mama Marie


zaterdag 24 november 2018

Nog een brief aan papa (op wat zijn drieënzeventigste verjaardag zou zijn)


Lieve papa,

Je zou vandaag drieënzeventig geworden zijn. Maar je werd slechts zevenenzestig en het kleinkind waar je zo vurig op hoopte, werd een kleine vijf jaar na jouw overlijden geboren. Over een paar dagen is hij tien maanden oud, hij trekt zich op, loopt langs de meubels en kruipt nu stilaan ook op handen en knieën in plaats van enkel op zijn buik te ‘tijgeren’. Ik denk dat je ook weerstand zou voelen bij dit woord dat de arts laatst voor zijn laag bij de grond voortbewegen gebruikte, ik mocht het van haar nog geen kruipen noemen. Maar waarom heet het dan niet ‘slangen’, of ‘hagedissen’, of een ander woord dat verwijst naar een dier dat zich onmiskenbaar op de buik voortbeweegt? Als tijgers sluipen, slepen ze hun zachte buik in de momenten voor de sprong naar hun arme doelwit misschien even over de grond, maar meestal staan ze stevig op vier dikke poten. Gekke Hollanders.

In de kast van fruitkistjes die mijn lieve man in elkaar timmerde en die een prominente plaats in de woonkamer kreeg, staan jouw combats in de linkerhoek beneden, vlak naast de boekjes van Dikkie Dik en Gonnie en Vriendjes en Rupsje-nooit-genoeg. Ade trekt ze graag uit de kast en ik laat het dan oogluikend toe dat hij even op de veters sabbelt en met zijn vingertjes aan de zolen krabt. Wat voor anderen voornamelijk vies lijkt, brengt mij grinnikend troost. Je bent zo aanwezig hier, kijk maar, je hebt je stoere laarzen uitgetrokken na een boswandeling waarbij we samen cantharellen zochten. Ik kan ze toch moeilijk ‘kisten’ noemen, want ‘opa’s kisten staan in het linkerkistje’, ook dat klinkt toch niet?

Ik heb altijd van je combats gehouden, volgens mij waren ze ook al te groot voor jouw kleine maat 39 en ze waren zeker te groot toen ik als puber naar grunge luisterde, met houthakkershemden mijn prille borsten bedekte en twee paar skisokken aantrok om met jouw legerlaarzen naar een feestje te gaan. Ze waren zo authentiek doorleefd, die combats. In je diensttijd trok je er gelukkig niet letterlijk mee ten strijde, het meest heroïsche verhaal dat ik me herinner was dat je een keer gepist hebt in het eten dat aan een gehate officier voorgeschoteld werd. Maar het kan zijn dat ik het verkeerd onthouden heb en dat uitgerekend jij de soldaat was die niet mee piste, al was je zeker ook niet het type dat de rest dan zou verklikken. Het is zwaar om te merken dat zelfs de verhalen die je best vaak verteld hebt, vervagen. Ik kan je karakter steeds minder goed reconstrueren op basis van wat je in je leven meemaakte en daardoor ontbreekt het me soms aan verhalen over jou waarin ik zelf ontbreek. Maar er blijft zoveel gevoel over, zoveel herinnering, zoveel liefde, zoveel samen.

Je kleinzoon huilt boven. Zijn vader gaat nu naar hem toe om hem in zijn armen in slaap te wiegen. Het lukte mij daarnet niet met moedermelk of ‘La chanson des vieux amants’ van Brel. Misschien zingt Frank nog een keer ‘Sweet Baby James’ van James Taylor voor hem. Ik vind het heerlijk dat ik een kind kreeg met een man die graag zingt. Mijn armhaartjes gaan rechtop staan als ik me herinner hoe je met je warme stem opera en chansons zong, in huis of in de skilift. Daarnaast vraag ik me nu pas voor het eerst af of dit een wiegenliedje is dat de grote James voor het kleine kind in hem schreef. 

Ik zou het Ade zo graag op tijd willen leren, dat de grootste kracht in jezelf je vermogen om voor jezelf te zorgen is. Daarbij begint alles, dat is het oog van de uitwaartse draaikolk die het andere kracht brengt. Mijn leven veranderde toen ik dat begreep. Nadat ik je elke week verzorgde in de laatste maanden van je leven, zwaar over mijn grenzen ging door daar bovenop zoveel te werken dat er nog weinig momenten waren om mijn diepste wanhoop en eenzaamheid te voelen, ging je dood. Na je dood volgde de bodem. Ik bleef schrijven en zag steeds meer licht. Toen het licht echt liefde was, vond ik mijn man. Ik moest eerst mezelf vinden. Je hebt me de aanzet van deze levensles zeker tijdens je leven geleerd, maar je verdwijnen heeft me de diepe kern ervan laten ervaren.

Ondertussen ben ik fulltime moeder. En ik help mensen. Ik gids ze naar de wijsheid van hun lichaam, nodig ze uit om te voelen, om te luisteren naar de meerstemmige gezangen van hun ziel, om te schrijven en herschrijven en daardoor te helen. Het is een voorzichtige praktijk, in babyslofjes nog, zacht tijgerend. Ik hoef nog niet te springen, jouw kleinzoon dicht tegen me aan drukken als hij in de nachtelijke novemberkou aan mijn borsten drinkt, is nog even het allerbelangrijkste. 

Soms vervloek ik de resterende enkele ramen in dit sfeervolle huis. Het huis dat we vorig jaar betrokken, toen ik hoogzwanger was en we samen halsoverkop verliefd werden op het huis en nog maar eens ons hart mochten volgen. Maar het is niet zo erg, die kou 's nachts: dunne ramen brengen me in de slaap dichter bij de sterren. En van de sterren wist jij altijd al zoveel meer dan ik. Ik voel me omgeven door jouw wijsheid en als ik zoals de afgelopen nachten door de volle maan de slaap niet kan vatten, dan probeer ik deze slapeloosheid om te buigen en rust te vinden in het mysterie van leven en dood.

Ik kan nog zoveel meer schrijven. Maar is dat nodig? Ik denk dat je het goed vindt als ik nu even naar boven ga en poolshoogte neem. Als je kleinzoon slaapt, droomt hij misschien van de grootvader die hij nooit gekend heeft. Ook dat brengt troost, als ik me dat voorstel.

Ik hou van je lieve papa, bompa, opa van Ade,

Liefs,
Marie

P.S. Ik hoef niet naar boven, Lilith mag op mijn schoot blijven liggen. Het is stil geworden boven. Hij heeft hem in slaap gewiegd, ik heb hem vanavond in slaap geschreven.




zondag 13 mei 2018

Dagelijks Gedicht 441: Moederdag


Op Moederdag krijg jij je eerste tandje, of bijna, dat vermoeden we toch,
het vlijmscherpe bewijs ontbreekt nog in je mond, maar je schenkt
in afwachting flink wat kwijl en huilbuien van ontroostbaarheid en nu ook:
een klein moment om dit te schrijven, terwijl je vader je slapend op je zij
in de Maxi Cosi legde, sta ik stil bij het eerste jaar dat ik moeder ben,
moeder van een wezen buiten mijn buik, moeder van vlees en bloed,
van meer dan een lang gekoesterde droom.

Je ligt tastbaar zacht te ademen en ik kon het daarnet weer niet laten:
even mijn hand op je ruggetje leggen voor ik iets anders kon doen.

Ik kreeg geen ontbijt op bed, wel een sapje van je vader, het is echt waar
wat ze beweren: dat elke dag moederdag is en papadag je reinste onzin,
hij is dat elke dag opnieuw, niet alleen van jou, maar van drie kinderen,
de jongste krijgt op zondagochtend tandpijn, de oudste een nieuwe telefoon
van een ander merk, wat zorgt voor flinke migratieproblemen.
Ik prijs me koninklijk gelukkig: ik mag jouw mama zijn met deze vader,
hij die elke dag opnieuw overstroomt van zorgzaamheid.

Je kreunt stil, ik verroer geen vin en luister naar het geluid
van nog even verder slapen, geen noodkreet of prille, trotse p-p-p of b-b-b.

Ik kreeg vandaag van een bevriende mama een speldje met een moederpoes
dat ik nu links heb opgeprikt, want aan die kant van het hart klopt de borst
die jij zometeen mag grijpen. En als jij drinkt, zal mijn hart weer opengaan
voor jou, maar ook voor alle moeders die minder gezegend zijn:
zij die geen melk kunnen geven, zij die kinderen verloren of moeten missen,
zij die enkel in gedachten moeder zijn, al zij die zorgen voor anderen
en telkens weer liefde geven.

Het enige doel van vandaag is je voetje in gips vereeuwigen, die brede voet
waarop je leeft, op deze grond van bodemloze liefde.





donderdag 12 april 2018

Dagelijks Gedicht 404: Liliths poot op Ades voet

Op 29 januari verwelkomde ik na een bevalling van 26 uur uiteindelijk met een keizersnede onze prachtige zoon, Ade. Het Dagelijkse Gedicht dat ik er ere van zijn komst een paar weken later schreef, heb ik eerder vandaag geruisloos op dit blog gezet en kan je lezen in de vorige post.

Sinds eind januari kreeg ik niet alleen een zoontje. Ook overleed mijn schoonmoeder en keerden we met Ade na twee dagen alweer terug van onze eerste vakantiebestemming, het eiland van de oudste vrouwentempels, Malta. Bij terugkeer kreeg ik de buikgriep, alle andere gezinsleden volgden. Gisteren begroeven we na een aanrijding Jimmy, het speelse zwerfkatje dat mijn huidige man en toen nog kersverse liefde meenam uit Lesbos toen hij daar vrijwilligerswerk deed in een vluchtelingenkamp. Vannacht veranderde een aanslepende verkoudheid in een oorontsteking.

Het zijn turbulente tijden. En mijn eigen sores stellen niets voor als je kijkt welke mondiale conflicten steeds meer uit de hand lopen. Toch kan ik de laatste maanden niet meer dan elke dag proberen om tien minuten schrijftijd te vinden, voor een Dagelijks Gedicht. Ik kan niet anders dan daarin zoveel mogelijk te focussen op de kleine, mooie momenten die elke dag wel biedt. Gisteren schreef ik uiteraard een gedicht voor Jimmy. En vorige week werd ik betoverd door Lilith die tijdens de borstvoeding haar poot op Ades voetjes legde. Daar gaat gedicht 404 over.






404

ze merkt de kleine lijntjes die de onderkant van je grootste teentjes doorkruisen niet op,
ze heeft je teentjes nooit met het puntje van haar tong geteld, ze kan niet gissen of je voeten
even breed zullen worden als die van je vader, of dat ze met het opgroeien de slankheid
van je moeders voeten zullen erven, die zo smal zijn dat ze uit elk muiltje schuiven

- en toch vond ze haar prins

behoedzaam komt ze naast je liggen als je drinkt, vandaag begroet ze je niet met kopjes,
ze strekt haar zachte voorpoot met ingetrokken nagels uit en legt die over jouw voetje neer,
het voetje dat het blauw-wit gestreepte sokje verloor, het gelukkige rechtervoetje
dat nooit eerder op zo’n poezelige manier warm werd gehouden



Dagelijkse Gedicht 337: 29 januari, de geboorte van Ade


Ade, liefje, wat heb ik gedroomd van hoe je in water en een draaikolk van liefde,
uit mijn vagina glijdt, hoe ik betoverd in je ogen kijk, jij in de mijne en hoe jij
vervolgens op mijn buik gelegd wordt, mijn geur herkent en nadat je even huilt
kruipend op zoek gaat naar mijn tepel – ik droomde wat de natuur bedoeld heeft.

Ik heb ons ook verbeeld als twee spinnende poezen, jij een welp die op de savanne
uit mijn dierlijk moederlijf glipt en tussen mijn warme poten zacht schoongelikt wordt.
Het meest tastbare dat uit dit visioen geboren werd, is je mooie geboortekaart
en vooral je naam, lieve koninklijke Ade, kroon op onze liefde.

Je koos echter voor de keizerlijke intrede, nadat je hartslag samen met je hoofd
alle kanten op ging en je de synthetische weeënopwekkers maar niks vond.
Ik doorstond voor jou het gesnauw van de anesthesist, overwon mijn angst
voor verdoving en liet mijn buik dwars opensnijden om jou te kunnen ontmoeten.

Je weegt bij geboorte drieduizendzeshonderd gram, je meet wel twee centimeter meer
dan ze in het ziekenhuis denken: geen vijftig maar tweeënvijftig centimeter,
je scoort één negen en twee tienen op je eerste testen, je wordt bij me weggehaald
terwijl ze me dichtnaaien, ik zie nog net hoe je niet huilt als je rustig in je vaders armen ligt.

Het rillen van mijn verdoofde, vermoeide lijf houdt op als jij aan mijn tepels wordt gelegd
en ik eindelijk het lied van de oude geliefden uit mijn geboorteland voor je zing.
Ik heb een filmpje nodig om dit moment weer terug te halen, maar nu weet ik het weer,
vanuit het wolkige bewustzijn weet ik dat het klopt en dat jij, mijn zoon, beresterk bent.

Ook weet ik dat ik van je hou, dat je wonderlijk mooi bent en dat het vanaf nu
mijn voornaamste taak is: je te zogen en van je te houden, steeds meer,
met een onvoorwaardelijkheid die zich mag wortelen in jouw hart en het mijne,
want die kloppen, lieve zoon, dat klopt.

Al snel komen je zussen langs die soms half en vaker heel zullen voelen,
je trotse extra tante Liesbeth, je volle tante, bomma en extra oma.
Ik voel mijn benen niet en blijf maar rillen, enkel jij, mijn liefje, kan mij
huid op huid tot bedaren brengen, als je dichtbij me ligt, worden we rustig.


-->

Populaire berichten