Lieve Luuk,
Marie
Lieve papa,
Het is vandaag de laatste dag van maart in het jaar 2023. Deze brief komt ruimschoots een maand te laat in het dodenrijk aan. Werd hij bezorgd door een mankende panter of was het Kerberos’ maandje niet, blafte hij elke vreemde bezoeker ver bij de poort vandaan? Of heeft ook de onderwereld last van harde besparingen, die naast postbodes en bewakers de mieren vertrappelen die ongezien tussen gaten en kieren naar andere werelden weten te sluipen? Hoe het ook zij, ik schrijf je te laat en weet gelukkig ook steeds vaker te grinniken om de harde gedachten die me om deze reden al meer dan een maand geselen. Je was dit jaar verdomme tien jaar dood, een mijlpaal! Toch voor mij, jij kent al meer dan tien jaar geen tijd meer. Ik heb dus last van mezelf. Jij bent het niet die mij zo streng aankijkt.
Tijdens je leven hield jij ervan te spelen met tijd, getallen en symbolen. Thuis bedacht je op zondagmiddag ellenlange wiskundige formules in de woonkamer, terwijl er luide opera of jazz door de woonkamer klonk. De aanblik van die cijfers alleen al liet me nietig tollen op mijn aardse benen. Je spelletjes met tijd en getallen namen op het einde steeds wanhopigere vormen aan. Van intens genieten van ‘A brief history of time’ tot het registreren van Belgische nummerplaten, toen je getroffen werd door dezelfde terminale ziekte die de visionaire fysicus en astronoom velde, merkwaardig genoeg pas vijf jaar na jouw overlijden. In de memoires die je met veel moeite met verlamde vingers tikte in de maanden voor je stierf, schreef je dat je je vastklampte aan uitkijken naar de nieuwe batch nummerplaten. A brief fight with time.
Op 30 december 2012, twee maanden voor je dood, schreef je op de laatste pagina dat je op de terugkeer van de FNAC een nieuwe letter had gespot: ‘Ik had vlug prijs: 1-EJL-xxx. Ze zijn dus ondertussen aan de E-batch begonnen. De ‘mnemonic’ was vlug gevonden. Jack London, één van de favoriete auteurs van mijn vader.’ Op de laatste pagina van jouw zelfgeschreven afscheid gaf je een respectvolle knipoog aan je vader. Ik vond als kind 'White Fang' onverdraaglijk saai en slecht, gooide het boek zelfs geïrriteerd in de hoek van de kamer. Toen later Londons racistische ideeën onder het voetlicht van de literatuurkritiek kwamen, verklaarde ik daarmee terugblikkend mijn kinderlijke afkeer. Ik snap nu beter waarom mijn afwijzing jou toen pijn deed. Het is echt heel moeilijk om je af te zetten tegen je vader, zeker als je zoveel geluk met hem had.
Dit tellen van nummerplaten, een opstootje van atypisch bijgeloof, liet jou tot op de laatste bladzijde hopen op een medisch wonder, waarmee jouw doodsvonnis net zoals in de laatste minuut van een Amerikaanse film van de Tafel des Oordeels zou worden geveegd. ‘Sorry, foutje, u kan nog even blijven leven, u mag uw schoonzonen nog ontmoeten en uw drie kleinzonen in uw pezige, gebruinde armen wiegen.’
In de loop van deze lente wordt de derde kleinzoon geboren. Is dat niet wonderlijk? Jij verwekte geen zoon. Op haar beurt stopt de vrouwenlijn vooralsnog bij de twee zussen die jouw dochters zijn. Verklaart dit mede waarom ik bij de bloedende maan steeds wilder naar mijn onderbuik grijp? Misschien is er net iets te veel pijn van generaties joodse vrouwen in mijn baarmoeder beland. Erg handig was het bovendien niet, dat die zwaarbeladen baarmoeder vijf jaar terug op tien minuten opengesneden en weer haastig dichtgenaaid werd. Maar het prachtige jongetje dat er in die tien minuten uitgetrokken werd, is wel nogal een exemplaar. Amai.
Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Je oudste kleinzoon kent je niet, maar ik mis jou ook in zijn plaats. Hij had bij jou zijn diepvoelende hart kunnen openzetten en zijn breeddenkende brein kunnen laten uitdagen. Mijn fascinaties gaan vooral uit naar de grenzen van taal, hoe die opgerekt kunnen worden, hoeveel werelden zo verzonnen en verbonden kunnen worden. Ik word blij van nieuwe woorden verzinnen en schaduwen in stralend licht zetten. Hij houdt net als jij van getallenreeksen, van punten verbinden tot ze een kloppend geheel vormen, binnenkort gaat zijn liefde ongetwijfeld ook naar algoritmes en formules uit. Gelukkig leert hij steeds beter lezen en raak ik hem tijdens de talige omzwervingen minder snel kwijt. Het is een heerlijke metgezel tijdens het breinreizen, dat kleinkind van jou. Niet zo verwonderlijk.
Papa, heb je iets van de komst van Wim de Bie in het dodenrijk meegekregen? Nee? Tja, dat is het grote probleem met intelligente atheïsten, ze missen door hun onwil om in het ontastbare te geloven (tenzij het om fractalen en irrationele getallen gaat), ook een stukje verbinding en die ene sprankel magie die meer ruimte aan de longen schenkt. En nu mis jij dus ook de allerlaatste aflevering van Keek op de Week, de Keek op het Leven. Papa, toen we samen op zondagavond naar VPRO keken, was ik amper een tiener. Ik vond Dirk toen de leukste, de zwalkende clochard die op zijn helderste momenten zijn stijve spiegelbeeld uitkafferde. Maar nu geniet ik vooral van de portrettering van VVD’er Rutte, voor deze amorele gladjanus zelfs maar verscheen op het glasharde, neoliberale politieke toneel van Nederland. Of de ongelofelijk geraffineerde mimiek waarmee de Bie de frustratie toont van een perfectionist die er niet in slaagt om het laatste minuscule onderdeel aan een modelvliegtuigje te plakken. Meesterlijk. Godverdomme. Alles kapot. Alles aan stukken, versnipperd en verscheurd.
Papa, weet je welke primeur vandaag bekend werd gemaakt? Donald Trump wordt als eerste voormalige president aangeklaagd, door een prostituee die lang voor hij president werd een affaire met hem had. Het zwijggeld dat haar uitbetaald had voor hij verkozen werd, is op een nogal onhandige manier in de boekhouding terecht gekomen. Ik weet dat jij Trump hoogstens gekend hebt als malafide vastgoedontwikkelaar en dolgedraaide, racistische mediamagnaat. Pas drieënhalf jaar na jouw dood werd hij president van Amerika. Het is werkelijk waanzinnig, wat er mogelijk is, hoe ver angsten en onvermogen om mee te bewegen de mensen kunnen drijven. Bij de provinciale verkiezingen in Nederland kwam de BBB (nee, niet Borsten, Billen, Buik) als grootste partij in alle provincies uit de bus. Gesponsord door de agro-industrie. Nee, ik mocht niet stemmen en ik ben ook niet van plan om ooit een Hollandse te worden. Mijn tong weigert nog altijd zich in noordelijke bochten en harde klanken te wringen. Maar ik slis wel steeds meer. Dat heeft te maken met wijsheidstanden, die onderhuids invloed uitoefenen, ook al zijn ze nooit doorgebroken. Wijsheid die geen ruimte krijgt, wroet en wrikt maar verder. Dan gaat alles schots en scheef staan en kan je je minder goed vastbijten in wat er toe doet.
Laat ik daarom maar verder ploeteren met het boek. Ik vind het gruwelijk moeilijk, papa, het is heftig om te ontdekken hoe laconiek mijn spiegelbeeld naar me kijkt tijdens het schrijven. Ze haalt haar wenkbrauwen op, zie je dat? Wat een stomme trut is het toch. Zou je mijn spiegelbeeld willen vertellen dat ze haar mond moet houden en dat ze gewoon mee moet schrijven, als mijn duistere schaduw desnoods? Omdat schrijven toch is wat ook zij kan.
Trouwens, papa, vraag me alsjeblieft niet om mijn taal te laten rijmen. Ik ben weliswaar te verleiden tot enige vorm van symmetrie en evenwicht, maar schrijven is meer dan een streven naar een regelmatig ritme of een mooie slotzin. Taal biedt meer dan eindsommen. Het zou je echt helpen als je daarin zou geloven. Ook postuum. Dan kunnen we in die zeer abstracte toekomst nog vaker samen spelen en rekenen tot in de oneindigheid.
Jij kan me nog steeds veel leren. Want jij weet zoveel zaken waar ik niets van af weet. Zeker nu, al kunnen we niet met stellige zekerheid beweren dat er nog zoiets is als een door ons gedeelde werkelijkheid.
Papa, ik mis je en hou van je,
Marie
P.S. Waarom die afbeelding van een poedelnaakte kabouter met een paard bij een kerktoren? Geen idee, wil jij dat er even bij verzinnen?
Dag lieve papa,
‘Help de zee! Heb je al je eigen boodschappentas mee?’ Deze sticker plakt op één van de laatste verkeerslichten die ik onderweg naar de praktijkruimte tegenkom. Vandaag, negen jaar na je overlijden, trok de boodschap voor het eerst écht mijn aandacht. Ik glimlachte even, een moedeloze opwaartse beweging van de mondspieren. Dit is meer een dag van harde hagel dan van het waterzonnetje dat ijs laat smelten. Gisterenochtend is Rusland met grof geweld een oorlog in Oekraïne gestart. Omdat geen enkel woord wil rijmen op ‘oorlog’, zou de sticker die bij deze oorlog hoort misschien zo klinken: ‘Stop het oorlogsgeweld. Heb je al je centen voor inductiekookplaten geteld?’
Oorlog maakt machteloos. Het stelt meninkjes op scherp, we kissebissen over de juiste woorden en informatiebronnen, maar kunnen in de kern helemaal niks. We kunnen demonstreren voor vrede, profielfoto’s in de kleuren van de aangevallen vlag omlijsten, heftige documentaires kijken of juist onze ogen sluiten en kiezen voor een extra luchtige film voor het slapengaan. Misschien zijn er nog mensen die nadenken over de quasi ongebruikte slaapkamers in huis. Misschien zijn er anderen die zich schamen over een achtste Russisch bloed en die zich vervolgens schamen voor deze reductionistische gedachte. Misschien groeit de groep mensen die beseft dat wat de natuur nodig heeft, ook echt hetzelfde is wat de mensheid ten goede komt: een duurzame energietransitie. Ik hoop het.
We moeten zo snel mogelijk van het gas af, papa. Niet meer boren in Noorwegen of Groningen, geen giftige deals sluiten met een al even moordlustig Amerika en afhankelijk worden van hun ‘fracked gas’. Fucking gas. Fucking wereld. Fucking klotedood.
Je weet dat ik cijfers maar moeilijk vind, maar dat ze toch wat houvast bieden. Ik rouw al tellend, ondertussen negen jaar. De oorlog in Syrië begon in 2011, een paar maanden voor de neuroloog vertelde dat ALS je dood zou betekenen. En tja, de oorlog in Afghanistan: wanneer is die al begonnen? De Russen zaten er al toen jij nog broeken met olifantenpijpen droeg. En nee, die eindeloze oorlog is ook zeker niet voorbij.
Mijn zoontje was jouw eerste kleinzoon (er zijn er nu twee), zijn vader mijn grootste liefde sinds jouw dood (er is er, terugblikkend, maar één in mijn leven, maar dat is makkelijk praten achteraf en dus een vorm van geschiedvervalsing). Sinds je dood kwamen er drie nieuwe katten in ons huis – eentje ligt al onder de groene zoden in de achtertuin. Sinds jouw dood is dit de eerste oorlog die potentieel ongelofelijk veel groter kan worden en nog een stuk dichterbij kan komen. Sowieso wordt het de meest voelbare oorlog. En nee, Rutte, niet enkel in de portemonnee. Voelbaar in bestaanszekerheid maar ook in zingeving. Want in de eerste plaats en bovenal groeit de groeiende onvrede met deze wereld en haar vernietigende systemen. Het lijkt bijna oorlog in mijn hoofd. Zo hard knettert het, loodzwaar zinkt mijn hart.
Er is na negen jaar zoveel dat ik niet meer met je kan delen. Onze nieuwe meningsverschillen vechten we uit in mijn gedachten, hoogstens gemakzuchtig weergegeven op dit kille scherm. Maar gelukkig gebeuren er ook steeds vaker dingen waarvan ik denk: ‘wat fijn dat papa hiervan gespaard blijft’. De oprichting van Forum van Democratie, toen al actief tegenstander tijdens het Oekraïnereferendum (2015), de vluchtelingenstromen op de Middellandse Zee, de oranje bergen van slechte drenkelingsvestjes, de liefdesverklaring van John Cleese aan Bart De Wever (2019). Ja, er zijn gelukkig ook heel veel gebeurtenissen die je gemist hebt.
Vorige week trok je oudste kleinzoon aan de snorharen van Moon, onze jongste en meest speelse kat. Ik berispte hem en zei dat snorharen belangrijk zijn voor katten om hun evenwicht te bewaren. Twee dagen pulkte hij aan zijn prachtige, eindeloze wimpers. Toen ik hem wederom op de vingers tikte, antwoordde hij: ‘Ja, mama, ik weet het, ik heb mijn wimpers nodig om rechtop te blijven en niet om te vallen.’ Lange wimpers en snorharen, manieren om niet om te vallen, momenten om de ogen te sluiten en even weg te dromen. Ik wens ze de mensheid toe en vooral zij die nu in schuilkelders en metrostations nagelbijtend voor hun leven vrezen.
Ik geef je in gedachten een wimperkus. Je weet wel, een vederlichte streling van mijn wimpers tegen jouw magere, bebaarde en in de zomer olijfbruine wangen.
Ik mis je en hou van je.
Liefs, Marie