woensdag 30 januari 2013

Voodoo voor Gantman op de vooravond van Gedichtendag


Wat morgen komt, klinkt als messen
in de oren. Er steekt een snijdende wind op.
Hij legt zijn oor te luister en vreest.

(want de dichters die hij vacuüm wenste
houden hem roffelend uit zijn slaap)

Hij was bereid, dacht hij, om desnoods
door te bijten, met de tanden van een wolf.
Er kruipt een rilling langs zijn lijf.

(het zijn de dichters die hem in zijn nekvel bijten
en de afdruk verdomd trefzeker beschrijven)

Misschien zullen ze het aan hem ruiken.
Zelfs zonder haken is er een geurtje aan.
Als hij brood koopt, trillen zijn handen. 

(en de dichters zullen ’s nachts met handvaste pen
verder zijn keel toeknijpen)

Zelfs zijn poging in de maat te lopen
klinkt hol. Nochtans had hij braaf
trouw aan de moedertaal gezworen.

(Hoor – ze zingen… er ontsnappen
vogels uit hun buik) 

Populaire berichten