maandag 26 oktober 2009

BlackBerry's en schriftjes

Ik stamp met mijn hakken door het gangpad, vraag hijgend ‘The international train to Brussels, right?’, wissel de vier tassen tot ze symmetrisch mijn schouders belasten… Net gehaald. De passagiers, van het type dat de trein inklimt voor de rest is uitgestapt, vertonen egocentrisch gedrag om u tegen te zeggen. Zestig procent van de stoelen is bezet door mensen. De overige veertig procent van de zitjes wordt ingenomen door zakken en koffers van allerlei formaten. Een paar Spaanse dames rommelen in de roze beautycases die potsierlijk veel plek in nemen. Ik werp hun de vurigste blik toe die ik nog in me heb, maar ze klateren lekker verder. ‘Que ciudad!’

Jan roept ‘We hebben nog zeven minuten om de bus te halen.’ Ik protesteer, tevergeefs, want hoewel elke vezel van mijn lijf en brein tegenspartelt, weet ik ook wel dat er geen andere optie is. Om uit dit boerengat weg te geraken, moet je beschikken over een strakke timing. Niet enkel de busverbindingen zijn schaars, de treinen zijn dat ook. Dus ik prop mijn slaapzak in mijn rugzak, loop verwoed door drie kamers zonder ergens echt mijn blik op te richten, vind mijn lenzenspul en brul dat al het andere kwijt is. Maar ach wat, de inzichten van vannacht zijn zeldzaam. Wat maakt het uit als ik nu wat spullen vergeet? Ik sleep het matje uitgerold achter me aan en duw het de bus in.

Een twintigtal meter verderop zit een man. Vast nog een Italiaan of Spanjaard die geen enkel oog had voor het conservatisme dat stiekem oprukt in de Nederlandse hoofdstad. Ik tik hem op de schouder en vraag hem om zijn koffer bovenaan te leggen. Met rode ogen kijkt hij me verward aan. Die Nederlandse hash, dat is duidelijk toch wel wat anders dan de rubberplakjes die ze in zijn stad verkopen. Hij staat op en kan net vermijden dat de koffer op zijn hoofd valt als hij hem probeert weg te leggen. Ik glimlach en ga naast hem zitten. Tien seconden later klinkt er een rochelend gesnurk door de trein. Nee, zuiderse types zijn toch niet altijd waar men ze voor aanziet. Zijn gezwollen vingers vind ik echt een beetje vies. Ik draai me om en lees verder in het prachtige boek dat uitgelezen dreigt te raken.

Drie treinen na elkaar, het is niet niks na zo’n vreemde nacht. Verwoed probeer ik tijdens elke korte rit een paar impressies neer te schrijven. Mijn agenda haal ik meteen ook even boven. Eens kijken wat de volgende werkweek biedt en hoe dit in contrast staat met wat ik vannacht allemaal gezien heb. In mijn ooghoek verschijnt een herkenbaar blauw bordje. Jan trekt me bij m’n arm. ‘Marie, snel, hier moeten we overstappen!’ Het besef dringt vijf minuten later door, op de laatste trein die we op het nippertje haalden. Verdomme, mijn agenda vergeten. En mijn schriftje, het meest nachtelijke van de zeven schriftjes die ik bezit. Hoe moet het verder, nu ik mijn meest intieme ding liet liggen naast het ordelijkste boekje dat ik heb? Ik herinner me pijnlijk een poging tot erotische geschriften en probeer krampachtig de data van de volgende vier vergaderingen op te halen. Auw, dit alles ligt open en bloot in de trein van Mechelen naar Gent.

In Schiphol wordt de vadsige dertiger gewekt door zijn achterbuurman. ‘Vai, vai, Federico!’ Ze struikelen de trein uit en worden meteen vervangen door een rasechte Hollandse familie. Vader, moeder, een tienerzoon en een joch dat graag tiener wil zijn. Allen luidruchtig en gezellig, het plaatje past perfect. Plots slaakt het kind een kreet. ‘Paps, kijk, een mobieltje!’ Vader kijkt schichtig rond zich heen en mompelt quasi onverstaanbaar, ‘Het is goed jongen, steek dat ding maar snel in je tas.’ Ik spring op, richt mijn blik op de glanzende BlackBerry. Herinneringen van een maand geleden steken de kop op. Ik zeg dat de telefoon van mijn Italiaanse achterbuurman was. Dat hij met zijn kompaan duidelijk nogal van het Amsterdamse nachtleven had genoten. De Nederlanders glimmen, trots op hun grote stad. De moeder begint meteen plannen te maken, ze zegt dat het geen moeite is, dit in Roosendaal even bij de politie binnen te brengen. De telefoon gaat over. Ik neem op, haal m’n beste Italiaans boven, vraag om een sms’je te sturen met het juiste adres. Ik lach om de familie die collectief verkeerdelijk de tweede lettergreep van Bergamo beklemtoont. En ik ben gerustgesteld. Die telefoon komt wel thuis. Vaders slechte intenties zijn bedolven onder moeders vleugels en het enthousiasme van de beide jongens. Best spannend, een pakje naar Italië sturen.

Op maandag een bericht op Facebook. Zou het kunnen dat ik dé Marie Meeusen ben, die naast haar agenda ook een schriftje is vergeten op de trein van Gent naar Mechelen?’ Ik grinnik om de richting die blijkbaar omgewisseld is, voel me opgelucht maar toch ook een beetje gegeneerd. De agenda valt later die week door de deur. En dat schriftje, daar gaat hij heus niet in lezen. Daar geloof ik geen bal van, maar ik geloof het graag. Hij antwoordt dat nieuwsgierigheid zo vrouwelijk is, dat hij zich echt niet tot dat niveau wil verlagen. Hij moet binnenkort toch in Gent zijn, dan komt hij het wel even langsbrengen. Het weekend na mijn verjaardag wordt er onaangekondigd aangebeld. Ik doe open, laat hem binnen. Duw een Kluger Hans in zijn handen, bedank hem honderdmaal. Stuur hem wat later een berichtje: dit wordt een blogpost, veel beter dan de vreemde rommel in het boekje dat hij toch nooit las. ’s Avonds valt er een cd’tje en een briefje uit het boekje. Hij bedankt mij. Vreemde wereld toch. Dus ik deed wat ik beloofde en schrijf dit waargebeurde verhaaltje. Op de achtergrond zingt een blinde aboriginal. Thanks Wim.

En wat heb ik een spijt dat ik de kans niet had om naar pikante Italiaanse sms’jes op zoek te gaan. Dan is dat maar lekker vrouwelijk.

5 opmerkingen:

Wim zei

Voorwaar een bedanking om U tegen te zeggen. U dus.

Zoals reeds gemeld was het plezier echter geheel aan mijn kant.

En uiteraard - je laat me geen keuze - laat ik volledig in het midden of ik je schriftje nu werkelijk niet heb durven inkijken, of dat ik het toch vluchtig gelezen heb of juist nauwgezet geanalyseerd...

Punkerke zei

Wat ik dus wou zeggen:
Wat een leuk stukje proza!
(de aanvechting om het woordje 'lekker' te gebruiken negeer ik, dat begint als 'een knipoog naar die Hollanders met hun suffe taaltje' en dat eindigt als een irritante gewoonte)

Soet zei

leuk!
(en wat lang geleden dat ik hier nog eens kwam lezen)

martin pulaski zei

Heel spannend en echt een genot om te lezen. Ik ben nu wel nieuwsgierig naar wat er in dat schriftje staat.

Wenz zei

Ha, typische treinperikelen, heerlijk om me vanuit mijn bureaustoel in onder te dompelen. :) Wat mooi dat zowel mobieltje als agenda plus schrift hun eigenaars weer vonden. Er zijn lieve mensen.

Ik zou het toch (ook) niet kunnen laten even een blik in zo'n persoonlijk schriftje te werpen hoor, hihi, al zou ik niet alles lezen, ik zou wel eventjes de sfeer van de gedachten willen proeven. Meer een zoektocht naar herkenning dan een poging tot uitlachen. Ach, we zijn nu eenmaal mensen he. ;)

Populaire berichten