Posts tonen met het label oproep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oproep. Alle posts tonen

zondag 15 november 2015

Een warme oproep tegen de tikkende tijd

Deze tekening werd vandaag gemaakt door Veronica Vir Kaur


Het is zondag, twee dagen na de aanslagen in Parijs. Een oud klasgenootje jammert dat ze niet met haar kindjes naar de Sinterklaasintocht durfde, omdat daar ‘veel mensen samenkomen’. Flink wat Facebookprofielen hebben de kleuren van de Franse vlag gekregen. Een groeiende minderheid stelt vragen bij de selectieve symbolen van rouw. Waarom ontbreekt de Libanese vlag tussen de voorgeschotelde opties van Zuckerberg als op dezelfde noodlottige vrijdag ook tientallen doden vielen bij IS-aanvallen in Beiroet? Enkele virtuele vrienden zijn naarstig op zoek naar manieren om ook de Franse luchtaanvallen in Syrië, de koloniale geschiedenis van Frankrijk, de economische én ideologisch medeplichtigheid van het westen in wapenhandel en bloedbaden in het Midden-Oosten onder de collectieve aandacht te brengen.

Deze laatste artikels, die context bieden en duiding geven, mag ik ondertussen weer delen. Toen ik op vrijdagavond, toen het bloedbad nog in volle gang was, op Twitter iets postte over het Europese karma na eeuwenlang imperialisme, kreeg ik meteen de volle lading. ‘Niet fris’, ‘we weten nog niets’, ‘erg ongepast’: collectieve hysterie heeft een dwingend tempo en dat ritme volg je maar best gedwee als je niet als gevoelloze gek of conspiracy-denker wil worden weggezet. Eerst identificeren we slachtoffers, daarna delen we Noir Désir filmpjes en andere zaken die appelleren aan het Franse gevoel in onze ziel, dan brullen we met Madonna dat we zullen blijven liefhebben en dat het leven zal zegevieren. Pas daarna is er ruimte voor nuance en mag de hand in eigen boezem.

Maar ondertussen, terwijl wij elkaar voorzichtig steeds meer vraagtekens toestaan, antwoorden onze wereldleiders in gespierde oorlogstaal waarin elk vraagteken, elke aarzeling ontbreekt. Terwijl wij druk bezig zijn met de identificatie met de slachtoffers van terreur, wordt boven ons hoofd deze slachtofferrol in gebalde oneliners gebruikt om nog meer geweld te justifiëren. De G20-top is vandaag in Antalya van start gegaan en hoe de oorlog tegen terreur het best gefinancierd kan worden staat - wars van interne contradicties en tenenkrommende logica - hoog op de globale agenda. Collectieve hysterie volgt telkens hetzelfde stramien, maar de conclusie, dat we écht op zoek moeten naar andere vormen van democratie en samenleven, die durft niemand hardop te maken.

Kop uit het zand. Alert moeten we zijn. Als we nu één leger nodig hebben, is het een leger dat de oorlogsretoriek van onze leiders snoeihard ontleedt en de blinde vlekken daarin blootlegt. Als we op pleinen verzamelen de komende dagen, mag dat niet zijn om onze emoties te laten inlijven voor meer geweld. Verzamelen moeten we vooral om samen uit deze gewelddadige spiraal te stappen. Niet in onze naam, moet het klinken, niet met ons geld, niet met onze vervreemding! Genoeg zaken staan te gebeuren waar de hele planeet belang bij heeft. Denk aan de TTIP-onderhandelingen, denk aan de klimaatconferentie die over enkele weken in Parijs start en hoe triest het is dat deze conferentie nu nog meer in streng beveiligde achterkamers wordt gehouden. We moeten voorbij het gejammer de koppen bij elkaar steken, benoemen wat ons samenbrengt, zaadjes planten. Nú.

Natuurlijk mag je je meer verbonden voelen met Parijse slachtoffers dan met Syrische. Je hebt het recht om je bedreigd of droevig te voelen, dat is niet per se hypocriet. Maar draai het verhaal meteen om en stel vragen bij je medeplichtigheid. Kom dit deel van de geschiedenis onder ogen. Een al te eenzijdige identificatie met westerse slachtoffers, haalt de aandacht immers weg van onze verantwoordelijkheid. En die is er, onmiskenbaar. Willen we leven in reservaten van angst waar grenzen potdicht gegooid zijn en straten bewaakt worden door bewapende soldaten? Gaan we mee in absurde denkfouten als ‘er is een Syrisch paspoort gevonden, dus moeten de grenzen voor Syrische vluchtelingen dicht’? Nee? Dat moet dat onze focus zijn, als we samenkomen. Dat moet dan nu deel uitmaken van het verhaal dat we delen en verspreiden.

Daarna? Daarna volgt er waanzinnig veel werk. Ik denk aan het Senegalese jongetje dat me tien jaar geleden een schitterende glimlach schonk. Ik zou hem naar mijn klaslokaal willen halen en mijn studenten willen aanmoedigen om met hem te praten, hem te vragen waarom hij een t-shirt van Osama Bin Laden draagt. Ik wil hen door zijn ogen vragen laten stellen over wie ze zelf zijn en hoe ze zichzelf representeren. Ik zou hen naar Turkije willen sturen, hen laten onderzoeken waarom Erdogan zo populair is, waarom de behoefte aan een collectieve Ottomaanse geschiedenis groter dan ooit is en wat het verband is met het oprukkende nationalistische discours in het westen. Ik wil hen laten begrijpen dat niemand zomaar slachtoffer is, niemand zomaar dader, niemand zomaar eenzijdig man of vrouw. Dat radicaliseren in je geloof niet heel ver afstaat van onze vervreemding die steeds radicaler en verlammender dreigt te worden. Ik wil hen laten ontdekken dat we allemaal verhalen nodig hebben om onze complexe gevoelens te kanaliseren, dat deze verhalen voorbij gaan aan binaire tegenstellingen, dat we deze verhalen samen kunnen kiezen en vertellen.

Wie bidden wil, mag bidden. Wie denken wil, mag denken. Het ene is niet beter dan het andere. Besef dat je in de kern hetzelfde doet: dat je wil ontsnappen aan ontwrichtende machtsmechanismen, dat je zoekt naar nieuwe manieren om te leven en dood te gaan. Dat die behoefte ons verenigt. Maar blijf dus alert. Klamp je niet vast aan verhalen die niet langer gelden, verzamel niet op pleinen om
koppig op koloniale anachronismen te hameren. Leer je kinderen om voorbij uiterlijkheden met elkaar te praten, zoek zelf contact voorbij je angst. Verzamel op pleinen om culturele symbolen bespreekbaar te maken, samen, als dader, als slachtoffer. Roep je leiders luidkeels en fluisterend ter verantwoording. Ja, de innerlijke ook. Kijk elkaar in de ogen. Ja, ook offline, ook in de spiegel. Ook in het donker, ook in de zon.


Belangrijkste bronnen:









zaterdag 15 oktober 2011

Occupy Amsterdam: waarom?

Het holst van de nacht. Niet echt, dit zou het begin kunnen zijn van een wilde nacht, maar naar Amsterdamse normen is dit het holst. Negentig procent van de feestjes in de binnenstad wordt immers om één uur ‘s nachts afgesloten. Ik probeerde er twee dagen geleden over te discussiëren in een klaslokaal. Toen zei ik er snel bij dat ik een beetje aan het provoceren was. Over de avondklok heb ik met geen woord gerept. Het zou nogal zwaar zijn om dit nachtbeleid te vergelijken met een strenge avondklok uit vroegere tijden. Hopelijk denken ze daar zelf over na. Dat dit een stad is geworden waar ontzettend veel te doen valt, maar waar de discussie achteraf vaak kort en mager blijft. Omdat de kroegen sluiten. Omdat vergunningen onverbiddelijk gekoppeld zijn aan strikte burgerlijke gehoorzaamheid. Ook mijn dertigste verjaardag in een ‘creatieve vrijplaats’ werd bruusk afgesloten door een paar in het zwart geklede securitybinken. Ik was niet onder de indruk van hun machtsvertoon, maar de muziek stopte onverbiddelijk. Ruimte om het feest te rekken was er niet.

Als ze op die creatieve vrijplek een microfoon hadden geregeld, zoals beloofd was, dan had ik verteld wat al een tijdje van mijn hart moet. Hoe ik tien jaar geleden, op een betoging van ‘andersglobalisten’ in het centrum van Gent in discussie raakte met een man in maatpak die door het centrum flaneerde. “Over tien jaar praten we nog eens!” riep hij me zelfzeker toe. Dan zou ik kinderen hebben, veel geld verdienen en al helemaal niet de ambitie meer hebben om de wereld te verbeteren. Net als hij. Want that’s the way things go in this life.

“Nee!” riep ik luid en tien jaar later hoef ik hier niet op terug te komen. Ik wil weliswaar graag kinderen, maar vraag me elke dag weer af of ik ze wel op deze wereld wil zetten. Mijn studenten schrikken ervan, dat ik dat zo stellig in vraag durf te stellen. Maar ik meen het. Zoals ik het ook meen wanneer ik zeg dat iedereen die niets beters te doen heeft, morgen naar het centrum van de dichtstbijzijnde hoofdstad moet afzakken. Ik neem zelf wat teksten mee naar het Beursplein, waar Occupy Amsterdam van start zal gaan.

En nee, ik heb geen glasheldere alternatieven. Maar ik heb wel een idee over hoe beter zou kunnen gaan. En inderdaad, ik plaats me niet buiten het systeem waartegen ik reageer. En ja, de kans is groot dat dit initiatief gekaapt wordt door anachronistische marxisten en een bende nihilisten en dat zij samen met een paar politieagenten de kans schoon zullen zien om primitieve lusten bot te vieren. Maar toch, lieve mensen, blijft het een betere optie dan al die ‘ja, maar’-argumenten op te sommen en thuis te blijven.

Tot morgen? No pasaran. Laten we de geschiedenis niet vergeten. Ik wil in ieder geval vechten voor een toekomst waarmee mijn grootouders blij zouden zijn.

En nog een passend liedje gekozen door Huiverdj Nora.

zondag 26 december 2010

Oproep: Orfee zoekt werk

Ik heb een heel goede vriendin, Orfee. Die net als ik verliefd werd op een Amsterdam-based mannelijk jongmens en nu vanuit Parijs werk zoekt in (de omgeving van) Amsterdam. Om vanaf februari - maart dichterbij haar manmens (en haar goede vriendin) te kunnen zijn. Kernwoorden: talendiploma, cultuurmanagement, open hart en over de grens. En nog beter nieuws: ze plaatste haar curriculum vitae op haar blog.

Misschien hebt u haar - net als hij en ik - nodig?

Populaire berichten