vrijdag 11 juli 2014

Een nieuwe zomer, een nieuw onweer (De Club 3.0 - Stichting Nieuwe Helden)

Mijn vriendin stond hijgend op de blauwe mat. Ik voelde haar kuiten krampen. Zoveel om kwijt te spelen. De onbekende, oudere vrouw tegenover haar ving geduldig de klappen op en wierp voornamelijk haar ogen in de strijd. Ze zag eruit als een rots die veel te lijden had gehad. Rond de twee vrijwillige vechtersbazinnen stond een groep van vijftig onbekenden. Ze hielden als een teder koor hun adem in en duwden de vechters steeds weer op de zachte matten. Fightclub in Amsterdam-Noord. Maar vooral: in een wereld die vijftien jaar later zo hard tolt, dat nieuwe helden oude boeken verbranden en samen op zoek gaan naar een vocabularium dat als een huid past en als longen ademt.

In de volgende fase van Club 3.0 moesten we niet meer voelen, maar denken. ‘Natuur’ antwoordde ik, toen gevraagd werd wat op dit moment leidend was in ons leven. De natuur bevat veel meer dan het uitgemolken ‘authentieke’. Authentiek probeert het ‘ik’ te zijn, natuur zijn we allemaal vanzelf, on- en noodgedwongen. Natuur woelt in en rond ons, omringt ons en vloeit uit ons voort. Natuurlijk wil ik nog meer natuur zijn, maar vloekend en luisterend naar mijn buikademhaling lukt het meer dan behoorlijk. En onbehoorlijk, da’s ook natuur.

Na afloop werden we de loods ingestuurd. Op ons eentje. Iedereen kreeg dezelfde envelop mee, met daarin hetzelfde telefoonnummer. Ik belde en hoorde een stem van één van de acteurs. Ik sprak mijn naam in en zei iets over ‘welkom’ en Huiverinkt. Toen daalde ik de ijzeren trap af en liep naar buiten. De zomer was begonnen.

Om drie uur ’s nachts brak een heerlijk onweer los. Ik had me net op tijd losgemaakt van het kampvuur op veertig minuten fietsafstand. Na zes maanden vol duivels die dol en dwaas over de velden renden, veranderde de hele stad meteen in een donderend en flitsend spektakel van natuur. We hielden als een nietig koor onze adem in.


Ja, de zomer is nu écht begonnen.

woensdag 9 juli 2014

WK 2014: Offside tollen

Dit is voetballen op de spits van de snede.
Er zijn wel meer barsten in de ruggengraat
en buigen voor de bal was nog nooit zo pijnlijk.

De modder blijkt stront, onder het vertrappelde gras
liggen vijfduizend kinderlijken. Het is niet hun schaamte
waardoor ze zwijgen en als de maan vol wordt

klinkt hun stilte steeds oorverdovender.

We vergeten hen niet.
We kunnen niet slapen.
Waaraan we evenmin ontkomen:
de wereld die keert en tolt

en niets wil weten van regels als offside.
Een bol die buiten ons blikveld terecht zal komen.
Eén ding staat vast in onzekere tijden:

de finale is slechts het begin.

vrijdag 13 juni 2014

Kantlijn

“Wist jij dat, dat álle mensen kunnen schrijven?” Je fluisterde de vraag in mijn oor. Ik had geen zin om ook dat nog aan je uit te leggen. Hoe vanuit de kantlijn*, op het rafelrandje van het hart, breekbaarheid altijd de juiste woorden vindt. Voor thuislozen geldt niets anders. Zij hebben de sterrenhemel als dak boven hun hoofd. Wat wil je dan?

Wat wil je anders, soldaat? Hier zeven versies van ‘I can’t make you love me’. Voor alle rare jaren dat ik je ken. Ik denk dat er nu zeven vreemde zullen komen. Of zeven vreemden. Misschien houden we die vreemden ook urenlang tegen ons aangedrukt. Huid op huid. En zullen de woorden opnieuw stokken in onze keel, omdat ook deze vreemden het bloed niet laten stromen waar het kruipen wil. 

Ons bloed kroop in de honingmaan die dakloos steeds voller wordt. Het kroop in mijn ooghoeken en rolt over mijn wang. Zoals we vroeger bijna broer en zus waren als we samen sliepen, zo zijn we nu innig vervlochten zeker zeven vreemden voor elkaar.

* Kantlijn is een schrijfgroep van dak- en thuislozen in Amsterdam 

maandag 9 juni 2014

Een brief aan het beeld van de sax met twee tieten



Beste foto van het beeld van de sax met twee tieten,

Je zou geen brief krijgen, maar fictie worden en als verhaal plek krijgen in de Bibliotheek van Babel. Dat was het plan. Maar in alle spraakverwarring ontstond dat ene uitgebeende plot niet. Jij bent dus tegen wil en dank de wirwar aan verhalen die je niet kan zijn, maar die toch uit je klankkast wellen. Je bent lucht voorbij het zorgeloze gefluister. Laat één ding duidelijk zijn: hoeveel laagjes we ook wegkrabben, je valt niet te verwoorden. En om alles wat je bent en alles wat je niet kan zijn, maak je mij opstandig. Je bent afstandelijk. Je bent een platgeslagen verlangen. Je bent een vrouw die niet tot leven komt en klanken die niet verwarmen. Je bent een beeld van een beeld van een beeld. Je beweegt niet. Je beweegt mij niet en ik laat jou onbeholpen onbewogen.

Je bent geen man waar ik als jongen muziek op speelde. Ik ben geen junk die de laatste zinnen bont en blauw sloeg, ze op de schoorsteenmantel legde en in zijn aders vuil spoot tot ze barstten. Je bent dit allemaal niet en toch zorgde jouw aanblik voor die beelden. Voorbij de speelse jazz die tussen de spijlen van de ladders tuimelt, voorbij de deep house op het geile strand, volgt hier mijn weerwoord op jouw stilte. Nochtans schrijf ik niet om gelijk te krijgen. En zeker niet om te blijven. Ik schrijf om te zwijgen en beelden te bevrijden. Woorden botsen tegen wanden tot ze klanken worden. Klanken worden stilte die jouw lichaam is.

Het spijt me dat ik van jou niet eens een verhaal kan maken. Dat van deze brief ook niemand wijzer wordt. Wel heb ik het in alle toonaarden geprobeerd. Ik wilde je verwarmen, je desnoods koud koper tegen huid laten zijn en dan het warme vel huiverend laten zegevieren. Ik liet je borsten zijn en probeerde je te strelen, tot je flinterdunne huid nieuwe knoppen kreeg. Het lukte niet. Toen wilde ik in je tepels bijten tot je krijste. Ik wilde je blutsen maar klopte op hout. Ik wilde je mond op borst beademen maar beet in papier. Of nog minder: ik tikte tegen een scherm. Pas toen zag ik je helder. Een ogenblik met een rouwkader. Waarin een hand levenloos tot stilte maant.

Lieve brief, weet je waarom ik je wissen wilde? Waarom ik als een razende gek de foto wilde verscheuren? Borsten, snappen jullie waarom ik wilde bijten? Omdat bloed behoort te stromen maar niemand kan bepalen hoe het stroomt. Bloed hoeft niet te stollen. Niet op lichtgevoelig papier, niet in beelden. Ik huil. Zonder geluid.

Weet jij nog hoe het was toen je tijd nog niet in flitsen ving? Toen er nog geen spiegelbeeld was dat als zand tussen onze vingers gleed? Herinner jij je hoe we naakt waren en met de bomen spraken? Lees tussen de lijnen. Plaats een kus op de sprakeloze plekken. Alleen dat kan ons redden.

Liefs,
Marie
  

P. S. Maybe it’s all about vibration. In fact, I’m sure it is.

maandag 26 mei 2014

Zwart-Gele Zondag 2014: waarom het tegengeluid niet salonfähig mag zijn


Ik ben moe en moet opschrijven waarom ik vannacht de slaap niet kon vatten. Het waren niet de herinneringen aan een concert in 2011 die de paarse prins gisteren in de Amsterdamse Ziggo Dome bovenhaalde, funky herinneringen die onlosmakelijk verbonden zijn met het doodvonnis van mijn ‘inmiddels overleden’ vader. Deze sluipende onrust wordt door een andere flashback veroorzaakt. We hoeven niet eens terug te gaan naar de verkiezingsuitslag in 1933, al vragen de beelden van het Gentse NV-A feestje na de verkiezingsoverwinning gisterenavond daar wel om: ‘cyaankali voor Front des Francophones’, de uitgestoken rechterarm en monter opgeknipte kapseltjes met zijstreep.

Een zelfbeleefde herinnering voelt relevanter. Die van Zwarte Zondag in 1991. Niet alleen de verongelijkte angst die de N-VA met het Vlaams Blok en andere rechtse ideologieën deelt is hierin belangrijk, al leest wat in ‘Charta 91’ werd geschreven nog steeds erg actueel: “Intussen rukt rechts verder op. Het Vlaams Blok zit nu overal. Ook al in de media. Het bespeelt de angst voor, de vage klachten over en de agressieve verwerping van de/het Andere. Ook de VLD tapt uit een dergelijk vaatje. Zij gebruikt de mythe van de heroïsche strijd van de ´burger´ tegen de ´drukkingsgroepen´ met de bedoeling de welvaartsstaat verder te ondermijnen. Met de idee van individuele zelfbeschikking praat zij de meedogenloze concurrentie van de vrije markt goed. In deze strijd om de ´survival of the fattest´ worden steeds meer mensen uitgesloten.”

Vooral hoe progressief Vlaanderen zich toen voelde en hoe het reageerde in 1991, doet mij terugblikken. Misschien was ik te jong en het nest waarin ik opgroeide te links voor een realistisch beeld van de tegengeluiden die na de verkiezingsuitslag van het Vlaams Blok in Antwerpen in heel Vlaanderen te horen waren. Maar toch. Ik herinner me meer dan de Hand in Hand-betogingen. Ik herinner me échte verontwaardiging. Die eigenlijk nooit verdwenen is, maar wel op dagelijkse basis gesust, onderdrukt en geridiculiseerd wordt, terwijl de angst waar rechts op teert veel wijdverbreider gemediatiseerd en gecultiveerd wordt. De verontwaardiging groeit gelukkig ook. We moeten er stilaan écht wat mee. Online, maar vooral on life. Want online protest wakkert aan, maar als het liefde en daadkracht wil zijn en ‘empowerment’ wil worden, dan is fysiek contact nodig. Voor een warm tegen- of voorgeluid is stromend bloed nodig én oogcontact.

De destructieve en xenofobe politiek van de N-VA vraagt uiteraard niet om een cordon sanitaire. Niet alleen omdat deze op lange termijn weinig zin heeft gehad; de wolf vermomt zich in schaapskleren en steekt mekkerend nog steeds dezelfde rechterpoot op. Voor een cordon sanitaire is het N-VA veel te salonfähig, een stem op die partij veel te ‘bon ton’. Toch konden velen van mijn Vlaamse Facebookvrienden vannacht niet goed slapen, of werden ze wakker in een Vlaanderen dat nog minder als thuis voelde. Ik las verhuisplannen en zelfs één baldadig moordplan op Bart De Wever. Ik las ook terechte hoera-geluiden omdat Groen! zoveel stemmen gewonnen heeft en op federaal niveau ook flinker links terrein wint.

En ook dit: “Mijn hart klopt links dus kan ik niet tevreden zijn met de uitslag. Desalniettemin, proficiat. Ik heb gevloekt gisteren, maar dat ga ik vandaag niet doen op jullie. Polarisatie genoeg.” Of de hand reiken werkt? Ik twijfel. De N-VA-stemmers die willen discussiëren over de theorieën van Theodore Dalrymple, het grote ideologische idool van Bart De Wever, zijn misschien nog potentiële gesprekspartners. Maar heeft het plat-populistische campagnefilmpje ‘De Beestige Biezenmoord’ niet voor meer kiezers gezorgd? Als je werkelijk iets wil doen online, maak dan massaal duidelijk dat de N-VA niet zo salonfähig is. Dat kan zonder te polariseren. Als je vannacht niet kan slapen, deel dan de beelden van dat N-VA-feestje of de gelijkenissen met de ideologie van Theodore Dalrymple op je Facebookwall. En niet de flauwe cartoons waarin Bart De Wever met Hitlersnor wordt afgebeeld. Deel de realiteit, de gelijkenis, maar niet de overdrijving.

Wat verder in diezelfde hand-uitreikende status lees ik “Amor omnia vincit”. Ik geloof het graag. Maar die liefde moet daadkrachtig zijn en niet van wollige schapenvacht geweven. Die liefde moet echt zijn en op straat komen. Die liefde mag niet salonfähig zijn, maar moet zich misschien wel in twee lange rijen en hand in hand aan de taalgrens opstellen en in de ogen kijken.  Om maar ergens te beginnen.

Nog een citaat uit ‘Charta 91’ : “Wij menen dat het tij van de verrechtsing alleen kan gekeerd worden door een hergroepering van progressieve mensen rond een project van solidariteit, openheid en creativiteit. Alhoewel vele elementen van een dergelijk project al aanwezig zijn op verschillende plaatsen en in verschillende vormen, ontbreekt nog de samenhang. Zoiets kan niet overhaast tot stand komen. Toch is de toestand te onrustwekkend opdat we nog langer zouden aarzelen.”


Ik word op Facebook uitgenodigd voor een 'Critical Mass Bike Ride' in Antwerpen op 30 mei. Het vormt eigenlijk een nog betere reden om uit Amsterdam naar het thuisfront terug te keren dan het Prince-concert in het Sportpaleis.

Populaire berichten