Posts tonen met het label onweer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onweer. Alle posts tonen

zaterdag 16 augustus 2014

Nog meer onweer en waarover niet te schrijven valt


Ik wil schrijven over hoe mijn hart in mijn keel klopte. En hoe haar keel plots klopte en hoe ze zong en hoe dat eigenlijk niet meer ophield. Hoe ze plots ook schrijven wil en hoe gloeiend trots me dat maakt. Ik wil schrijven over hoe we naar de bergflank knielden, toen de bliksem vlakbij insloeg en alles tegelijk knetterde, donderde en veranderde. Over hoe ik haar voordien in een klamme tent tegen me aan gedrukt had en we samen naar het onweer hadden geluisterd en ik haar hulpeloos gesust had, door te zeggen dat ik het ook vaak niet weet, wat angst is en wat intuïtie. (De tekstverwerker accepteert intuïtie niet – net zoals omgekeerd in tekst niet alles te verwerken valt). Ik wil schrijven over hoe we na afloop elektrisch geladen waren en uiteraard niet slapen konden, maar wel bleven praten over alles wat kippenvel geeft. De huid van de ander, het huis dat niet bestaat, de afstand tot de huid die er niet is, het huis waarvan de muren ondanks alles op je afkomen. We waren veilig ver van die ene bergtop, maar op de top van onze vriendschap en op het keerpunt van vergezichten die we nog niet kunnen overzien.

Daarover wil ik schrijven. Maar in deze zomer, waarin ik amper alleen ben geweest met de stilte, kan ik nog niet meer dan op kousenvoeten het lege blad weer verkennen. Mijn keel doet zeer van de pen die in haar stokt. En is er nog zoveel meer om te beschrijven. Ik weet hoe sterk de beelden zijn. Enkeldiep in hagel staan. Een bergpad dat een rivier wordt. Een groep die een beetje als de mijne voelde, maar ’s nachts in mijn dromen schaamde ik me voor elke plek die ik innam, voor elk hart dat ik beroerde. De vader die als gids opdook in de operamuziek achteraf. Een druipende Spanjaard die trillend toegaf dat hij dit nog nooit had meegemaakt. Hij die in de buik van de bergen opgroeide, hij die al anderhalve maand lang naar hun lessen zocht.

Dit is een zomer van voeten en handen. Van kleverige dansvloeren, cowboyhoeden, roze mutsen en afritsbroeken. Van veel verhalen en daar toch de woorden niet voor vinden. Dit is een zomer van vrienden, veel vrouwen en een handvol – vaak verwarde - mannen. Een zomer van intieme tegenspraak en buitengewone harmonie. Een zomer van schelpen en watervallen. Van vuur en golven. Van veel. Van weinig. Van een keel die stokt en om zachte handen vraagt. Van dat wat mijn hart in mijn keel doet branden.

Dit is een zomer van onweer. Een zomer die me dankbaar maakt.


vrijdag 11 juli 2014

Een nieuwe zomer, een nieuw onweer (De Club 3.0 - Stichting Nieuwe Helden)

Mijn vriendin stond hijgend op de blauwe mat. Ik voelde haar kuiten krampen. Zoveel om kwijt te spelen. De onbekende, oudere vrouw tegenover haar ving geduldig de klappen op en wierp voornamelijk haar ogen in de strijd. Ze zag eruit als een rots die veel te lijden had gehad. Rond de twee vrijwillige vechtersbazinnen stond een groep van vijftig onbekenden. Ze hielden als een teder koor hun adem in en duwden de vechters steeds weer op de zachte matten. Fightclub in Amsterdam-Noord. Maar vooral: in een wereld die vijftien jaar later zo hard tolt, dat nieuwe helden oude boeken verbranden en samen op zoek gaan naar een vocabularium dat als een huid past en als longen ademt.

In de volgende fase van Club 3.0 moesten we niet meer voelen, maar denken. ‘Natuur’ antwoordde ik, toen gevraagd werd wat op dit moment leidend was in ons leven. De natuur bevat veel meer dan het uitgemolken ‘authentieke’. Authentiek probeert het ‘ik’ te zijn, natuur zijn we allemaal vanzelf, on- en noodgedwongen. Natuur woelt in en rond ons, omringt ons en vloeit uit ons voort. Natuurlijk wil ik nog meer natuur zijn, maar vloekend en luisterend naar mijn buikademhaling lukt het meer dan behoorlijk. En onbehoorlijk, da’s ook natuur.

Na afloop werden we de loods ingestuurd. Op ons eentje. Iedereen kreeg dezelfde envelop mee, met daarin hetzelfde telefoonnummer. Ik belde en hoorde een stem van één van de acteurs. Ik sprak mijn naam in en zei iets over ‘welkom’ en Huiverinkt. Toen daalde ik de ijzeren trap af en liep naar buiten. De zomer was begonnen.

Om drie uur ’s nachts brak een heerlijk onweer los. Ik had me net op tijd losgemaakt van het kampvuur op veertig minuten fietsafstand. Na zes maanden vol duivels die dol en dwaas over de velden renden, veranderde de hele stad meteen in een donderend en flitsend spektakel van natuur. We hielden als een nietig koor onze adem in.


Ja, de zomer is nu écht begonnen.

zaterdag 25 februari 2012

Achterstallige uitslag (poll 12, 13, 14 & 15)

Vraag me niet hoe het komt. Het past bij de periode, denk ik, dat ik veel vragen stel maar te ongeduldig bent om de antwoorden in kaart te brengen. Maar stiekem hou ik mijn vreemde pogingen om jullie aan de tand te voelen en jullie koorts te meten wel goed bij. Vandaar vandaag: de uitslag van vier achtereenvolgende polls.

In mei 2011 vroeg ik jullie in de twaalfde poll ‘Ik kan goed’ naar jullie grootste talent. Negenentwintig mensen antwoordden. De meerderheid (10 stemmen) beweerde vooral goed te zijn in ‘schrijven en schrappen’. Negen mensen beweerden dat ‘liefhebben en lachen’ hun grootste talent was. ‘Dansen en springen’ en ‘tekenen en kliederen’ kregen beide vier stemmen. En blijkbaar blijven muzikanten ver van deze blog (of ze moeten nog beter zijn in het bespelen van harten): slechts 2 mensen gaven aan goed te zijn in ‘componeren en bespelen’.

In het begin van de zomer begon het flink te stormen achter de schermen van Huiverinkt. Daarom vroeg ik jullie in de dertiende poll hoe kalm jullie onder onweer blijven. Slechts veertien stemmen werden hoorbaar. Tien mensen vonden onweer heerlijk en wilden geen donderslag missen. Vier mensen gaven toe stiekem een beetje bang te zijn. Niemand rende naar een kind of dier om het te troosten. Nooit bleef een onweer onopgemerkt.

In het midden van al die stormen, besloot ik een deel van mijn geladen energie in de Occupy-beweging te steken. Daarbij schreef ik een brief aan Peter Verhaar, GeenStijl-columnist en een lafaard die een drogreden gebruikte om niet te hoeven antwoorden op mijn zorgvuldig geformuleerde vragen. Zijn afwezigheid werd echter ruimschoots gecompenseerd door de rakkers van GeenStijl die hier massaal binnenvielen en voor een bezoekersaantal in de duizenden zorgden. Een enkeling haalde diep adem en veegde zijn voeten voor hij aanbelde. Tweehonderd vijfenzestig bezoekers namen de moeite om hun mening over de Occupy-beweging te delen. De helft daarvan (128 stemmen) trok zijn neus op en zei ‘Dat stelletje idealisten? Waait wel weer over.’ Vijfenzeventig mensen riepen ‘Natuurlijk toon ik mijn verontwaardiging!’ De resterend twintig procent reageerde erg verdeeld: de ene helft beloofde zich nog bij de indignados te zullen scharen en de andere helft (toch nog zeventwintig dwazen!) had zelfs nog nooit van ‘Occupy’ gehoord en dus waarschijnlijk ook nooit de brief gelezen. Tja.

Aangezien de storm ondertussen nogal apocalyptische vormen begon aan te nemen, vroeg ik jullie naar wat jullie verwachten van 2012, het jaar dat volgens de Maya’s het einde zal betekenen van de wereld zoals we hem nu kennen. Negentien mensen gaven een antwoord. Acht onder hen voelt dat er iets aan het gebeuren is, maar weten absoluut niet wat. Evenveel mensen noemen dit ‘same old shit’ en blijven er behoorlijk passief onder. Drie mensen staan te popelen en roepen: ‘Bring it on! The Maya’s were right’ en helemaal niemand wenst terug te gaan naar het vreemde 2011…

Vragen zijn vaak veel leuker dan antwoorden? Vind ik ook.

vrijdag 26 augustus 2011

Onweer in de ochtend

Het dondert in Amsterdam. De kat staat tegen de muur gedrukt. Ik spits mijn oren en luister naar het water dat buiten over de daken en binnen over het lijf dat me lief is klatert. Stel je de wereld voor die een koprol doet. Wij zijn het zwaartepunt, klaar voor de kanteling. Alles op zijn kop. Het is augustus, dan hoort ontlading bij de avond. Misschien hebben er zich vannacht klamme dromen in de hoofden genesteld. Moeten die weggespoeld worden, zodat we zonder hoop aan de dag kunnen beginnen. Zonder hoop en domweg vrolijk.

“Waar blijft het onweer?” hoor ik mijn vrienden in het zuiden zeuren. Ze hadden spektakel verwacht. Ik hoor hen aan. De knallen waren nochtans hard. Wie goed luistert kan ze over de grenzen horen.

Populaire berichten