Posts tonen met het label arm Vlaanderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arm Vlaanderen. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2014

Brief aan de Belabberde Minister Schauvliege


Minister Schauvliege,

Ik weet het. Een aardige brief gebruikt ‘beste’ in de aanspreking. Maar deze brief wil niet aardig zijn. En naast een grammaticaal spelletje dat ik als schrijfster graag speel, is het vooral iets wat ik niet over mijn hart kan krijgen, u met ‘Beste minister' aanspreken. Want laat ons eerlijk zijn, Joke Schauvliege, u bent misschien wel de Belabberdste Minister van Omgeving, Landbouw en Natuur die Vlaanderen ooit heeft gehad.

Gisteren werd bekend dat elf Bekende Vlamingen de Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale regering in gebreke stellen. Door deze Klimaatzaak aan te spannen, hopen ze ervoor te zorgen dat de regeringen wel hun verantwoordelijkheid zullen opnemen in het drastisch verminderen van de CO2-uitstoot. Een dag later heeft de Facebookpagina van de Klimaatzaak al meer dan 5000 likes verzameld. Opnieuw een signaal van de Belgische bevolking dat u hopelijk in uw slapeloze uren als adembenemend aanvoelt. Terecht.

Uw publieke reactie in de media was zo plat, dat ik ze amper durf te herhalen. But, hey ho, let’s go: “De overheid heeft zeker een verantwoordelijkheid die niemand zal ontkennen, maar persoonlijk gedrag en vrije keuze spelen eveneens een rol.” Daarbij steekt u ootmoedig een hand in eigen boezem en biecht u op dagelijks 150 kilometer woon-werkverkeer met de wagen af te leggen. Slechts zelden neemt u de trein en u tokkelt bovendien urenlang op uw smartphone en andere energieverbruikende devices. Met een slap handje kaatst u vervolgens de bal terug naar de stoute BV’s. Wat doen zij? O jee, laten zij soms ook het licht aan terwijl er niemand in de woonkamer is? Nemen zij soms twee douches per dag? Dat verdient de roe, stoute, stoute burgers!!

Ja, inderdaad. Misschien pleiten zij, net als u en ik, schuldig op een aantal fronten. Het is zinvol daar met z’n allen op dagelijkse basis bij stil te staan en ons gedrag voortdurend bij te stellen tot het echt duurzaam is. Maar misschien ondertekenden die BV's ook de petitie om de verloning met bedrijfswagens en diesel te stoppen. Misschien stortten ze twintig euro om de leefbaarheidsstudie van Ringland, het alternatieve plan voor de overkapping van de werkelijk ‘adembemende’ Antwerpse ring, via crowdfunding mogelijk te maken. Eén ding is zeker: ze voelen zich genoopt om als rolmodel in Vlaanderen het voortouw te nemen in deze Klimaatzaak. Ze nemen hun verantwoordelijkheid.

Mijn persoonlijk gedrag, mijn vrije keuze en mijn verantwoordelijkheidsgevoel laten mij deze brief schrijven. Luc De Vos heeft zich naar alle waarschijnlijkheid dood gezopen. Dat is triestig, maar was het zijn verantwoordelijkheid om kerngezond stokoud te worden? Nee. Hij heeft zijn ding gedaan, hij heeft harten geraakt en zijn melancholische ziel blootgelegd. Dat voelde voor hem als een logische, authentieke keuze. Doet u uw ding, mevrouw Belabberde Minister? Wat is uw gedrag, uw keuze, uw verantwoordelijkheid? Toch meer dan 'geregeld de trein nemen', niet? Even checken. U bent meer dan burger. U bent Vlaams minister van Omgeving, Landbouw en Natuur.

Ministers vertegenwoordigen kiezers. Ze stippelen beleid uit, maken ideologische keuzes, hebben een groot aandeel in het vormgeven van de wereld van morgen. Wat doet u? U gaat voor het kortetermijndenken. Samen met uw makkers bespaart u op openbaar vervoer. U duwt het BAM-tracé ondanks het fijn stof en de uitslag van een referendum, door de Antwerpse strot. U zet bekende burgers die hun verantwoordelijkheid wél nemen weg als klagers die geen hand in eigen boezem durven steken.

Dat doen ze dus juist wel, mevrouw Schauvliege. Ze voelden goed en voelden een hart dat klopt. Ze luisterden naar hun longen en spanden een Klimaatzaak aan. Ik ben trots op hun hart, op hun longen. Maar u? U blijft vooralsnog de belabberdste minister van Omgeving, Landbouw en Natuur die Vlaanderen ooit heeft gehad.

Met boze groet,

Marie

p.s. Die 150 kilometer per dag met de auto, misschien kan u die ook bij verantwoordelijke burgers in andere landen afkopen? Zoveel zal het niet uitmaken, aangezien België toch al voor 194 euro aan schone lucht geshopt heeft.
p.p.s. (voor mijn lezers): Deze brief rolt uit de Huiverinkt-jukebox op Facebook. Bij de vierhonderdste like beloofde ik te kiezen uit de onderwerpen die me werden doorgestuurd. Ik hield me aan mijn belofte. Allez hop, nu allemaal 20 euro storten voor Ringland. Of op zijn minst deze petitie tekenen.

zondag 30 november 2014

Brief aan Cul De Sov oftewel Luc De Vos

Beste Cul De Sov,

Beetje onnozel misschien dat ik je naam zo verdraai. Het voelt als onbedoelde lijkenpikkerij om je een dag na je overlijden een open brief schrijven. Door je naam te verbasteren, hoop ik dat mijn Belgische broeders en zusters snappen dat ik het nooit zo bedoeld heb. Deze brief had evengoed over mijn slapende been kunnen gaan, over het badkamerlicht dat knapte, het donkere halletje waarin ik deze brief bedacht. Of over hoe ‘knapte’ een goed woord is om aan te tonen dat iets onherroepelijk ophoudt. Over ‘appelblauwzeegroen’ en hoe dat een van de schoonste Vlaamse woorden is: net als de teksten van Gorki grappig en een beetje bevreemdend, terwijl je snapt waar het vandaan komt. Die wisseling, dat is om de mensen even stil te laten staan.

Dat je een brief krijgt, heeft natuurlijk ook met mijn stukje onwezenlijk verdriet te maken. Ik stel me mijn vaderland voor en ik vraag me af hoe dat verdriet in al die harten valt. Hoe vaak het te maken heeft met scoutslokalen, hoe vaak met eerste liefdes, hoe vaak met een ontmoeting aan ‘den toog’, hoe vaak met dingen die niet te verwoorden zijn. Ik vernam je dood toen ik in een Amsterdamse club aan het dansen was. Ik kreeg zin om rare dingen te doen. Naar de dj gaan en vragen of hij een lieve kleine piranha tussen de stampende bassen wilde laten zwemmen. Of naar de bar lopen en om ‘nen oude jenever’ vragen zonder de barvrouw in de ogen te kijken. Om te kijken of ze daar ook lastig van werd, net als ik tijdens de Gentse Feesten tien jaar geleden, toen ik je dagen na elkaar bediende en jij steeds mijn blik ontweek. ‘Zjenever’ spreek je maar op één manier uit, wilde ik de barvrouw gisteren zeggen. Luister maar. 'Non-de-dzju'.

Vanmiddag liet ik ‘Mia’ horen aan een niet-Nederlandse Nederlander. ‘Het lied is ook politiek,’ zei ik.  Hij knikte en luisterde verder naar een lied dat hij niet kende. Maakt een regel als ‘de middenstand regeert het land’ een lied politiek? Waarschijnlijk niet. Maar je maakte muziek van en voor verloren zielen en dat maakt het politiek. De marge bepaalt het centrum. Hoewel. Ik wilde schrijven: wie zich niet thuis voelt, bepaalt wie zich wél thuis voelt. Maar het omgekeerde geldt ook en ondertussen vraag ik me af of er wel mensen zijn die zich echt ergens thuis voelen, voor langere tijd dan. Misschien voelen de mensen die de macht hebben om te bepalen wie uit de toon valt, zich wel het minst van al ergens thuis. Zeker niet in hun eigen hart. 

Er zijn mensen die dromen doordat ze hebben afgezien. Daarmee kan je naar de oorlog, als die morgen opnieuw zou uitbreken. Er zijn mensen die niet dromen en misschien zelfs nooit hebben afgezien. Dat zijn de mensen die zich niet afvragen waar verdriet valt. Of ze geraken niet verder dan een dansvloer. Een leren jas, een blik die ze ontweken. Een domme opmerking die ze niet begrepen en pijn die niet gevoeld werd.

Ik weet ook niet waar het heen moet met dit schrijven, Cul. Ik weet niet wat de verhalen van morgen zijn. Goede verhalen zijn als goede vrijpartijen: onvoorspelbaar en een tikkeltje gevaarlijk. Ze leiden een eigen leven en zijn nog eigenzinniger dan wie ze beleeft. Gelukkig maar. De dood zou anders maar een triest vierletterwoord zijn.

Merci, Luc, merci, Cul
En liefs

Eiram


maandag 24 november 2014

Nog een brief aan papa (anderhalf jaar later en op zijn 69ste verjaardag)

Dag lieve papa,

Je zou vandaag 69 jaar geworden zijn. We zouden samenzweerderig gegniffeld hebben om dat beladen getal en je zou me verzekerd hebben dat het niet betekende dat je… Maar het betekent anderhalf jaar na je dood vooral wat je niet meer bent: mijn springlevende papa, met kop en staart, met groot hart en een goed stel hersens.

Vandaag staakt jouw stad. Dat De Wever en zijn vuile kliek de gemoederen wil opjutten en al weken uitgaat van rellen, dat de media massaal deze angstcultuur stimuleren: het voelt extra obsceen. Dit is een dag waarop mensen voor hun rechten opkomen, dit is hun dag en de jouwe. Niet de zijne. Dit is geen dag waarop ik me wil laten provoceren, maar jou in stilte wil herinneren en daar de rust niet voor vind. Dit is een brief die eigenlijk verjaardagskaart wilde zijn. Dit lijkt verontwaardiging maar is een poging om te huilen. Dit is een liefdesbrief die noodgedwongen politiek is, net als de brief aan Herman Gorter die ik woensdag voor een volle zaal zal voorlezen.

Ik kreeg een cadeau van je bevriende collega op de universiteit, Ludo Cuyvers. Zijn boek “Marxistische economie herbekeken”. De opdracht die nu aan mij gericht is, is eigenlijk voor jou bedoeld. Lees je over mijn schouder mee, papa? Merk je hoe we veel meer dan Marx herbekijken? Haal je meewarig en vertederd je schouders op terwijl je oudste dochter driftig tikt? Volg je met argusogen hoe alles aan het veranderen is? Hoe verantwoordelijk ik me voel in het registreren van die verandering, hoe ik het probeer te vatten en vervolgens uit wil leggen. Op vijf manieren tegelijk en maar al te vaak met veel te veel woorden.

Je jongste dochter stond vannacht om half vier op om een bezoek te brengen aan de stakingspikketten. Vermoedelijk stond ze op toen ik in slaap viel, met een buik vol gemis en goesting om eindelijk de juiste figuren op de brandstapel te smijten. Het zijn anno 2014 geen heksen meer, die zijn nu zelfs meer dan ooit nodig.

Drie dikke kussen,

Marie

zondag 14 september 2014

Brief aan Antwerpen

Dag stad, dag tstad,

Dag stad die, als ge mijn woorden en bloed moogt geloven, de mijne is, maar die ik me nooit eigen maakte en die ik vanuit rafelranden ontdek. Hier sta ik dan op een Antwerps podium. Voor den eerste keer. Hier ligde dan, aan mijn voeten. Of eigenlijk niet, ’t voelt omgekeerd: ‘t is mijn tong die zich schoorvoetend aan uw kaaien legt, ’t zijn mijn nagels die aan uw schoon station krabben, mijn eerste kraaienpootjes die lachen om dieë lagere toren van de kathedraal waar de parochie niet genoeg geld voor had. Ik zal mijn klanken niet onnatuurlijk verbuigen om me hier thuis te voelen. ‘t Kan me ni bommen of da ge mij accepteert. Ik zal gewoon mijn taal spreken en misschien zulde mij horen. Ier is ze terug, da groot laweit uit Antwaarpe. “ ‘k Heb gewacht, veel gedacht en veel gezwegen.”

Weetewa, Antwerpen, wildiswawete? Ik maak mij daar in Amsterdam flink ongerust over u. Zoals een moeder die zich zorgen maakt om die ene verdwaalde zoon die haar binnensmonds verwenst. Misschien ben ik nog nooit in uw straten verdwaald. Maar uw maan is de mijne en die maan bescheen mijn vader, mijn moeder en mijn zuster. Dus hoe onnozel het ook is, ik maak mij ongerust. Niet alleen over u natuurlijk. Maar over u wel meer dan over Gent, de stad waaraan ik mijn maagdelijkheid verloor. Over u wel meer dan over Amsterdam, de stad waar ik leerde hoe steenhard het leven is.

Wazegde? Da ge mij nooit verwenst hebt? Tuurlijk wel, da doede elke dag opnieuw. Met die malloot die het hier voor tzeggen heeft. Met die boetes die ge hier krijgt als ge al kersenpitten spuwend verzetsliederen zingt of als ge uw broodnodig bloot gat laat zien. Maar ge verwenst mij ook, en niet alleen mij, omda ge doordraait en doordraaft en uw kinderen ondertussen naar adem happen. Tuurlijk zijn d’r ook nieuwe parken en kan ik hier lekker eten. Tuurlijk heb ik hier vrienden en wordt er op geefpleinen gezocht naar nieuwe manieren om ‘t overleven. Tuurlijk zijn er ook hier kleine hoekjes waar er kleur is en vuur om nieuwe plannen te smeden. Maar beste stad, ge luistert niet goe genoeg. Naar wat de mensen hier zeggen. Ge luistert niet naar uw hart. Ge luistert nie eens naar uw eigen longen. Nochtans zijn er goeie plannen. Om de snelweg ’t overkoepelen en van tstad een echte stad te maken, een droomstad die bestaat. Een ringland, slim land, een groene stad, een moedige stad. Een stad die meer als de mijne zou voelen.

Dus stad, staat op, godverdomme! Verzin uw eigen woorden, organiseer uw eigen verweer. Vind de liefde elke dag opnieuw uit en luistert niet naar verraders of verkopers, maar naar uw eigen lijf en leed.


Liefdevolle kus van een trotse nestverlater,

Marie x


Populaire berichten