zondag 17 mei 2015

Beyond Bullshit: een spiegel voor festival Beyond



Bepakt met een tas vol poëzie verliet ik gisteren de pendelbus die me naar het festivalterrein van het uitverkochte Beyond-festival in Spaarnwoude had gebracht. Enthousiast had ik HvA-studenten, waarmee ik in maart een weekend offline onlife was gegaan in de Duitse natuur, gevraagd of ze ook zouden komen. Het leek me leuk; een festival waar bezoekers gevraagd werd hun telefoon thuis te laten en zo ruimte te maken voor verwondering, nieuwe vriendschappen en eigen creativiteit. Ik had verlekkerd naar de liefelijke pastelfilmpjes gekeken, waarin Beyond-ambassadeurs al weken idealistische uitgangspunten verkondigden en had tevens braaf een boompje aangeschaft bij aankoop van het busticket. ‘Schuldgevoel over CO2-uitstoot wegkopen’, fluisterde de cynicus. Maar een mens moet ergens beginnen. En festivals waar duizenden jonge mensen rondlopen zijn daar helemaal geen slechte plek voor. Dat moet Beyond ook gedacht hebben. Marketing voor een andere wereld, voor een ander festival? Graag. Maar dit is oude wijn in nieuwe zakken. Of eigenlijk een stel grove leugens bij elkaar.

Bij de ingang kreeg elke bezoeker een paspoort, ‘making everyone a true beyonder’. Zelfs over mijn lijk mag er geen nieuwe stempel geplaatst worden. Maakt het me een echte Beyonder? Nee, het maakt me één van de vijfduizend mensen die goedgelovig in de nieuwste marketingtruc van UDC is getrapt. Deze investeerder van Beyond wil met het Amsterdamse bedrijf ‘Insight’ de grootste dance organisator van Nederland worden. Dit is niet het enige echte ‘inzicht’ dat ik na afloop van Beyond in de mailtjes van gedupeerden of op tijd afgeknapte idealisten aantrof.

Het eerste donkerbruine vermoeden dook al bij de ingang op. Iedereen werd gefouilleerd. Flesjes water moesten weg. Zelfs mandarijntjes belandden onherroepelijk in de vuilnisbak, terwijl op de website aangekondigd was dat je snoepgoed mocht meenemen om aan je nieuwe vriendjes uit te delen. Wie eerlijk toegaf een gram wiet te hebben meegenomen? Sorry, ook afgeven. Niet omdat we verder aangemoedigd werden nuchter te blijven: binnen waren genoeg kraampjes waar je je lazarus kon zuipen aan peperdure drankjes. Met het paspoort in de hand wandelde ik verder. Everybody is a VIP and gets to go backstage. Boven de ingang toch een VIP-ruimte met free wifi (huh?), reclame voor grote merken en een stel witte hemdjes. Een hockeymeisje liep op ons vriendengroepje toe en drukte een ticket in de hand. ‘Voor de VIP-room, omdat jullie bij de eerste honderdvijftig bezoekers zijn.’ We gooiden het ticket weg. Everybody is a VIP, right?

Voorbij de VIP kon je bandjes en muntjes van andere festivals wisselen. ‘De VIP is maar een act’, zuchtten omstaanders opgelucht. Het Parool noemt dit, geheel in lijn met de ambassadeurs, een 'mindfuck', festivalbezoekers halen opgelucht adem en prijzen hun eigen gevoel voor humor en relativeringsvermogen, dat Beyond hen kundig voorspiegelde. Eén van de mailtjes die ik gisterenavond kreeg, licht echter toe dat het VIP-deck gehost werd door Familiar Forest, een bedrijf dat feestjes organiseert voor een selectief groepje mensen. Via een exclusieve mailinglist waren honderdtwintig mensen uitgenodigd om een dag ‘gratis’ te komen drinken. De honderdvijftig Beyonders die ook dit deck mochten beklimmen, waren dus de échte act, niet de muntjes en bandjes die je aan de ingang kon ruilen. Een uur later probeerden twee vriendinnen alsnog op het VIP-deck te raken. Ik deed niet mee, omdat het hele tafereel mij toen al in het beste geval een misplaatst sociaal experiment leek. Verwonderd zag ik hoe een vriendin hardhandig van de trap werd gedragen. De poëzie in mijn tas zou ik niet bovenhalen, daar was het hele festival te luidruchtig voor. Maar in mijn hoofd groeide de nieuwsgierigheid.

Ik wil niet eens zeuren over peperdure prijzen of plastieken wegwerpbekers op het gras. Over lange rijen bij de ECO-toiletten of hoe ‘eco’ ze werkelijk zijn. Ook wil ik niet eens suggereren mensen tijdens het lange wachten ludiek te informeren over het fosfaatprobleem dat deze toiletten in het beste geval proberen aan te pakken. Ook wil ik amper aandacht vragen voor de bepiste bril die ik na een halfuur aanschuiven aantrof. Of voor de jongen bij de toiletten die met een zak vol wc-rollen stond te flierefluiten en die weigerde me een rol te geven, omdat de nieuwe rollen pas vijf minuten later zouden worden uitgedeeld.

Ik wil niet eens lang zeuren over de onbetaalde vrijwilligers of de kakofonie van de verschillende podia die tegen elkaar opbotsten. Over de gitaar die verzoop in het geweld van platte beats. Over de klassieke zangeres die bij één van de ambassadeurs noodgedwongen het ritme van stampende techno van het volgende podium aan moest houden. De poëzie in mijn tas bleef onaangeroerd. Nergens vond ik een rustige plek om voor te lezen of reiki te geven. Ook de instrumenten en i ching-munten die mijn vrienden meebrachten, moesten het onderspit delven voor de oordopjes die wél werden bovengehaald. Wat blijkt? Elke stage werd gehost door een andere partij, Familiar Forest en hun wansmakelijke ‘act’ incluis. (hier stonden nog een paar 'inzichten' die maar door echte journalisten ontdekt moeten worden). De ambitie van Beyond? Als nieuwste voorbeeld van repressieve tolerantie in een hoorcollege belanden? Misschien. Maar vooral heel, heel veel geld vangen. Niet alleen met Dance Valley, Dutch Valley, Latin Village. Nu ook met Beyond.


Gelukkig heeft karma een paar ghostwriters in dienst. Ik hoop op een paar gedupeerden die elkaar vinden. Of op een échte onderzoeksjournalist, niet een naïeveling die haar kersverse vrienden op Beyond poëzie wilde voorlezen.

vrijdag 27 maart 2015

Aantekeningen bij een stroomstoring


Trams staan kriskras als verwarde dieren in de stad. Mensen banen zich een weg naar diffuse oversteekplaatsen. Kleur zelf de lichten in, verbind van stip tot stip tot horizon. De revolutie wordt niet volmondig bezongen maar met zoenen op mondhoeken bezegeld. Morgen staat de lente hoog en zal de zon beginnen. Zondag wordt de eerste lange dag. Kruip alvast op handen en poten uit schuilplaatsen. Verzamel rond het vuur, geef elkaar signalen met wapperende handen. Boven je hoofd trekken vogels terug. Zoek ‘vlucht’ op in het woordenboek en glimlach. Dit is een tijd waarin elke minuut nieuwe betekenissen ontstaan.

woensdag 25 maart 2015

Rethink HvA en fonkelende ogen




Toen ik vanochtend de wifi op mijn telefoon aanzette, stroomde dezelfde foto meteen een paar keer binnen. Mijn naam was blijkbaar één van de drie namen die onder het kopje ‘Rethink HvA’ vermeld werden in Folia, het blad van de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam. Pieter – ook Belg - en Gerlof, beiden collega’s in de medezeggenschapsraden, omringden me. Welbespraakte vlegels met een hart voor onderwijs en een brede blik op de wereld, het gezelschap was dus niet het probleem van de gedeelde stempel. Al is het natuurlijk een gemiste kans dat Rethink HvA niet geïntroduceerd werd als een diverse club medewerkers én studenten, die zowel offline als online een open, inhoudelijke dialoog houden over het hbo-onderwijs (en -bestuur) van de toekomst. Dat het forum op één weekend door een student uit de grond gestampt werd, is veelzeggender dan drie namen van medewerkers bij elkaar. Maar de ‘revolutie’ moet blijkbaar namen krijgen, nog voor ze tijd krijgt haar draagvlak en taal te vinden, of zelfs haar bestaansrecht breed kan polsen. De 'branding' gebeurt voor de ‘temperaturecheck’.

Ik voelde weerstand bij de stempel omdat ik meteen mijn naam door de ogen van mijn eigen bazen zag. Daar was Marie weer, de opstandige rebel, outcast en verzetsmadam die haar gevechten niet goed weet te kiezen. Eén derde van de papieren outing van ‘Rethink Hva’. De visie? Ach…  de rol is duidelijk, het kamp: dat van de tegenstander. Zucht. Sta mij, voor ik verder ga, één tegenwerping toe. Meer dan rebel ben ik dwars(verband)denker en samenwerker. En daarna één generalisatie: Nederland houdt nog meer dan mijn vaderland van vorm, kaders, duidelijke rolverdelingen. Dit doorgeslagen Verlichtingsdenken merk je overal en zorgt voor apolitieke kroeggesprekken, voor een voorzichtig publiek debat waarin het gros van de meningsverschillen beleefd wordt gemedieerd. Ook de openbare ruimte, de fysieke uiting van het poldermodel, is tot in het hygiënische en uiterst voorzichtig geneutraliseerd. Je neemt in deze ruimte best niet te veel rollen aan, want dat maakt het stempelen zo complex. Herinvoering van intuïtie en ander onbenoembaars, het voelt soms als roepen in een kurkdroge woestijn, maar het is nodig. Is het gek dat ik mijn hartje al meermaals ophaalde aan het Maagdenhuis en daar aan de lippen hing van denkers als Joris Luyendijk? Is het gek dat ik nu pas de wervelende hoofdstad uit mijn jeugddromen herken? Dat ik de brandende noodzaak voel om onderwijs samen te zien als iets wat ver voorbij rationele kaders gebeurt?

Weg met strakke rolverdelingen. Ook bij onderwijs geldt: vernieuwing vind je voorbij het hokjesdenken. Bovendien eist deze kantelende wereld dat je veel rollen aan kán nemen. Sterker: ik geloof dat hoger onderwijs moet voorbereiden op multidisciplinaire samenwerking in een – in grote mate onvoorspelbaar – beroepenveld, dat je daarover moet nadenken als je onderwijs vormgeeft. Dat deze flexibele houding niet per se betekent dat je te veel petten draagt. Ik geloof dat (mede)zeggenschap in het onderwijs een nieuwe adem krijgt door initiatieven als De Nieuwe Universiteit en Rethink HvA, dat deze allianties elkaar niet ondermijnen, maar ondersteunen. Dat deze ‘blending world’ bovendien niet enkel uitnodigt tot ‘blended learning’, maar ook tot open vizier, kruisbestuivingen, hybride identiteiten en diverse communicatiekanalen.

Ik vervul met enthousiasme mijn taak als lid van de domeinraad. In die raad ben ik inderdaad vaak de brutale Belg. Maar natuurlijk prikken ook mijn ogen van ontroering als ik in de Duitse natuur aan het kampvuur gesprekken voer met studenten. Ik geloof in de mogelijkheden van MOOC’s, maar ook in socratische gesprekken, in de eeuwenoude kracht van verhalen. In visie, in het beste van twee of meerdere werelden. Ik geef nu elf jaar les en noem die lessen het meest geslaagd als ze niet enkel mijn studenten, maar ook mij uit de comfortzone halen. Af en toe val ik bijna in slaap van mijn eigen lessen: wanneer ik nog eens hetzelfde verhaal herkauw. Om deze langdradigheid te beperken, kruip ik morgen in de huid van interviewer en vraag ik collega Daniel van Middelkoop honderduit over zijn visie op rendementsdenken in het HBO. Vraag de aanwezigen nadien wat je met open gesprekken over onderwijs kan doen, terwijl in een ander deel van de stad dezelfde vraag op een andere manier wordt ingestoken. Misschien klinkt het antwoord wel even veelzijdig als wanneer je een kind vraagt wat het met paperclips kan doen. Veelzijdig en verfrissend dus.

Vorige week belandde ik in een brainstorm met jonge medewerkers van de UvA en HvA. Ook Huib de Jong, eindbaas bij de HvA, nam deel. Hij sprak in een kring over grensoverschrijdende samenwerking. De stoelen waarop we zaten waren even hoog. Een andere bestuurder boog zich over een flipovervel toen we bij een pizzapunt, los van formele rollen die we gewoontegetrouw aannemen (hij die van bestuurder, ik die van brutale Belg) nadachten over creativiteit in het onderwijs. Onze ogen fonkelden. Natuurlijk betekent deze alinea niet dat ik het altijd met bestuurders eens ben. Maar ik probeer de zachte blik te houden, een hoofd te hebben dat ook het onmogelijke voor mogelijk houdt. Ik weet: bevlogenheid vind je niet in logo’s, maar in visie. Niet in mantra’s, maar in de idealen waarmee deze mantra’s gezongen worden. Verbinding vind je in de mens, niet in de cijfers. De mens vind je voorbij de rol die het meest vertrouwd is.

Rethink HvA? Zeven stellingen tot nu toe. Vertrekpunten voor een brede discussie. Misschien vindt een of andere rebel wel dat het er acht moeten zijn. Of zes. Misschien is die rebel wel een bestuurder. Of een minister de rebel. Afspraak aan het kampvuur? Dit verhaal is niet af. Het is meer dan mijn verhaal. Of dat van Rethink HvA.



zondag 1 maart 2015

Tegenlicht Meet Up in Zwolle ('Hoe echt is echt'): interview met Andreas Yperman / Marie Meeusen

Een paar weken geleden sprak ik in Zwolle over mijn alterego-ervaringen op de Tegenlicht Meet Up 'Hoe echt is echt'. Het gesprek dat ik na afloop van de uitzending met het publiek voerde, werd een intense en verhelderende discussie over onder andere onze relatie met technologie, identiteit, de kracht van kunst en genderissues. Ayu Polak legde de inspirerende namiddag op film vast. Nadien werd ik nog geïnterviewd door tafelheer Jeroen Bloemsma. Dit filmpje is het resultaat.



O ja, het verhaal van Andreas kan je nog steeds lezen op zijn blog, De Doos van Andreas. En Ayu heeft ook een Facebookpagina.

dinsdag 24 februari 2015

Nog een brief aan papa (twee jaar later)


Dag lieve papa,

Een lawaaierig café met kinderen die tussen barkrukken zigzaggen. Runaway train en andere top 50-hits als soundtrack bij een voetbalwedstrijd op groot scherm. Luidruchtig discussiërende opa’s – de Eurogroep keurde net het Griekse hervormingsvoorstel goed - en rook. Overal rook, ook in ruimtes waar verbodsbordjes als knipogende niemendalletjes de tafels versieren. In Griekenland zijn regels er niet om blindelings na te leven. Terwijl Amsterdamse ordetroepen veertig bezetters van het Bungehuis (lees: studenten en docenten die broodnodige verandering in het hoger onderwijs eisen) arresteerden, ben ik een week lang in het land dat de Europese Unie een spiegel voorhoudt en een mogelijke toekomst zichtbaar maakt. Macht toont zich hier ook als solidaire kracht. Dat hebben de Grieken begrepen: een ware verademing. Behalve voor mijn longen dan, ’s morgens hoest ik net als de verstokt rokende gastvrouw slijmen op. Mijn lichaam maakt nogmaals duidelijk dat er geen terugkeer naar het oude ik mogelijk is. Marie rookt niet langer. En ze heeft op 25 februari 2015 al twee jaar geen levende vader meer.  

Deze week kreeg Eddie Redmayne, de acteur die Stephen Hawking speelde in de film over de door ALS verlamde heelalbestormer, een oscar. Naast de ijsemmers die de ziekte bij het brede publiek bekender maakten, is dit al de tweede bioscoopfilm op korte tijd. Hoewel ik vier jaar geleden voor het eerst met trillende vingers de lettercombinatie in de zoekbalk intikte, krijg ik pas het laatste halfjaar zo vaak vragen over hoe het was. Enfin, niet echt. Heel zelden wordt gevraagd hoe het was, hoe het nu voelt, wat veranderd is, welke barsten ontstonden in de familie, wat ons sterk, boos of moe maakt. Wel krijg ik steeds vaker vragen als: ‘Is ALS een spier- of zenuwziekte?’ En: ‘Is het echt zoals in de film?’ ‘Erger,’ antwoord ik steevast, zonder de films gezien te hebben. Sommige mensen sluiten hun ogen, de weinige keren dat ik wel begin te vertellen. Omdat hun angsten dan als wolven door de ruimte sluipen. Ik duw deze mensen uit mijn leven. Niet omdat ik geen mededogen voor ze voel, integendeel… omdat ik geleerd heb dat mededogen in de eerste plaats voor mezelf te bewaren. Pas daarna. Ja, het is waar. Pas daarna kan het.

Gisteren sprongen de tranen me in de ogen bij een gesprek over jou en kroop ik uitzonderlijk vroeg onder de lakens, naast de schildering van een bloedende gitaar op de muur. Ik las de laatste bladzijden uit ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ van Connie Palmen en bleef vervolgens tot half drie rillend wakker. De sterren zongen onbekende elegieën en maakten me nietig, ontroostbaar triest. Af en toe glipte mijn blik naar een virtuele ik op Facebook. Ik bekeek welke reacties ze kreeg: een Marie met een huid die door de voorjaarszon gekust is, een Marie die met ondeugende ogen de camera inkijkt, met twee glazen ouzo achter de kiezen en de omtrek van een Grieks eiland in de benen. Ik herken deze vrouw, ik herken haar pijn, wilskracht, haar onmacht en haar poses. Ik heb deels vrede genomen met de lijnen in haar gezicht. De scherpste lijnen ontstonden in de laatste vier jaar, na een slapeloze nacht in Athene. Intuïtief wist ik dat er iets op til was, dat dit ‘iets’ vreselijk mis was. Wist ik dat het vertrouwde mannenlichaam naast mij een halfjaar later uit mijn bed zou verdwijnen? Misschien. Maar dat een gruwelijke ziekte bezit zou nemen van jouw lijf en ons leven, dat durfde ik die nacht niet eens te bevroeden. Al voorvoelde ik het waarschijnlijk ook.

Twee jaar na jouw dood gaat het beter. Ik heb leren leven met leegte, leerde zelfs dansen met gemis of er op zijn minst over schrijven. De krop in mijn keel wordt vandaag vooral door rook veroorzaakt. De sporadische tranen in mijn ogen helpen steeds vaker anderen. In die mate, dat ik vastbesloten ben om van jouw afwezigheid mijn kracht te maken. Van zodra ik me nog iets sterker voel, nog beter in het dragen en oproepen van pijnlijke herinneringen, begin ik ermee. Namiddagen organiseren: vuurverhalen vertellen die verbinden. Luisteren, dat ook. Zorgen dat het niet enkel het verhaal van jou en mij is, maar van ons allemaal. Kwetsbare verhalen die verteld willen worden, maar die in deze vluchtige wereld zo weinig tijd en ruimte krijgen.

Papa, ik moet gaan. De moussaka die ter ere van de laatste eilandavond staat te pruttelen moet weggespoeld worden met heerlijke wijn. Ik laaf me straks voor de laatste maal aan verhalen over Pythagoras en Euripides, over zeemeerminnen, piramides en magnetische krachten in Griekse tempels. Ze komen uit de mond van de gastheer, een besnorde antiquair van achtenzestig, de leeftijd die jij niet meer mocht bereiken. Ik denk dat ik gisteren niet om zijn vragen huilde, maar om jou en hem. Hij noemt me glimlachend ‘crazy’ en houdt mijn wijnglas in de gaten, bewaakt zorgvuldig de grens tussen halfvol en halfleeg. Ik wilde hem even vervangen. Niet met hem, maar met jou praten over de gulden snede, Griekse politiek en mijn toekomstplannen. Ik heb nog zoveel te doen, papa. Op de uitnodiging uitgaan om te herdefiniëren bijvoorbeeld. Uitzoeken hoe ik vanaf nu nog slimmer tegen de nodige schenen kan schoppen. Maar eerst moet dat hoofd leeg, zodat ik straks kan slapen. Gelukkig zijn de contouren van de eilanden zacht in het laatste zonlicht. ’s Nachts droom ik helder en niet altijd bang.

Eén ding is mooi aan brieven aan doden. Ze nemen geen afscheid, omdat ze allemaal geschreven worden in een alomtegenwoordige afwezigheid. Ik vind je overal. In het lichtje, dat in vijf foto’s die mijn reisgenote van me maakte, brutaal bij mijn buik vandaan kroop en als een paars oog voor me uit ging zweven. Ik vind je in het tegenlicht waarin ik trots blijf kijken. Je bent de droom, de honger, het voorbeeld, het verzet. Je bent de rimpeling in het water en de lijnen in mijn gezicht. Ik beloof je dat ik alles met trots zal dragen en onder ogen zal komen.

Je bent twee jaar dood. Ik ga snel varen. Naar Athene, de stad waar het begon en waar ik het nodige achter me kan laten. Ik ga je eren, in licht en water staren.

Liefs,

Marie

Populaire berichten