zaterdag 23 augustus 2014

Aantekeningen uit het Museumplein


Wat als het mogelijk is om alles in één shot te filmen? Zonder oorzaak of gevolg: een schram op het voorhoofd, een hand voor de mond. Waar het ene begint en het andere ophoudt, maakt niet uit. Wat als breuklijnen onzichtbaar zijn? Van elke gelaatsuitdrukking een gipsen afdruk bestaat voor de eeuwigheid? We onze wimpers meenemen naar een volgend leven? Wat als post-its als gele, wilde herfstbladeren uit de bomen waaien en in die storm het museum echt op zijn kop staat? Wat als een plas niet meer is dan een verzameling indrukken en het hele plein op een honinggraat lijkt? Wat als we niet op statistieken vertrouwen en luisteren naar de regen in onze buik? Wat als we schaduw weg kunnen knippen, transparant maken en op zichzelf laten staan? Zelf vormeloos onze weg vinden in de ruimte? En tot slot, om mee te beginnen: alles in één shot in beeld brengen!

woensdag 20 augustus 2014

De ALSIcebucketchallenge in huiverijs

Lieve papa,

Geen emmer, maar een voetbad vol ijsblokjes. ALS is geen ziekte van korte pijn. Hoewel, je haalde de levensverwachting van twee tot vijf jaar na de diagnose niet en leefde nog negentien maanden. Negentien maanden steeds meer naar adem happen en op het einde stikken. Van tintelende voeten naar wandelstok, van stok naar rolstoel, van rolstoel naar onbewogen in bed liggen en niet kunnen vertellen welke vouw in het laken je huid schuurt. Van kort en zuinig douchen naar een voetbad om je blauwe, verkleumde voeten te verwarmen en van het voetbad naar een verpleegster die je kantelde tot ze op de meest efficiënte manier je intieme plekken kon wassen. Negentien maanden. Van lamsbout en rode wijn naar makkelijk door te slikken zalmpaté en kruidenbrouwsel in een Chinees ziekenhuis, van zalmpaté en Chinese kruiden naar de maagsonde. En met de sonde altijd de geur van ingewanden, altijd de geur van de dood in de kamer.

Ik doneer meer dan geld. Ik doneerde, samen met familie en de paar vrienden die hun rug niet draaiden, vooral tijd. Terwijl mijn vriendinnen de luiers van hun baby’s vervingen, probeerden wij je ervan te overtuigen ook een pamper te dragen. Zodat wij je niet oneindig veel keren per dag moesten optillen om je naar het toilet te brengen, waar we je soms niet konden houden en uit onze handen glipte. Je hield vol. Je wilde de luiers niet. Je wilde waardigheid. En waardig ben je gestorven. In stilte.

Wat is er na de stilte? Er is onwetendheid, er is loze kritiek op de ALS Icebucketchallenge. Maar veel groter dan die kritiek is de bewustwording die als een ijskoud vuur over de wereld raast. De geldbedragen die ingezameld worden zijn ongezien groot en bieden hoop. Wat blijft? Jouw kleren die ook mij te groot zijn. En nadat er niets anders was dan tot het uiterste gaan en naast mijn vader ook mezelf verliezen, kwam het besef dat er uiteindelijk alleen maar liefde overblijft. En die liefde laat je nooit meer los. 

Ik ben dankbaar voor elke ijsemmer, voor elk gezicht – bekend of niet bekend – dat deze ziekte mee op de kaart zet. Laten we ALS nu van de kaart vegen. Elke vezel van mijn lijf is dankbaar voor de bewegingen die ze nog kan maken, voor elke bijdrage, elke mogelijke oplossing voor deze mensonterende ziekte. Ik ben dankbaar voor elke geliefde die ik nog vast kan houden en die ik de kleinste en grootste dingen liefdevol kan vergeven.

Ik nomineer voor deze uitdaging Jan Karel Kleijn die me op het einde zo gesteund heeft, mijn zus Irina Meeusen… en cameraman Joeri van Beurden.

Doneer (ook zonder genomineerd te zijn!):
Stichting ALS Nederland: NL50 INGB 0000100000
ALS Liga België: BE28 3850 6807 0320


zaterdag 16 augustus 2014

Nog meer onweer en waarover niet te schrijven valt


Ik wil schrijven over hoe mijn hart in mijn keel klopte. En hoe haar keel plots klopte en hoe ze zong en hoe dat eigenlijk niet meer ophield. Hoe ze plots ook schrijven wil en hoe gloeiend trots me dat maakt. Ik wil schrijven over hoe we naar de bergflank knielden, toen de bliksem vlakbij insloeg en alles tegelijk knetterde, donderde en veranderde. Over hoe ik haar voordien in een klamme tent tegen me aan gedrukt had en we samen naar het onweer hadden geluisterd en ik haar hulpeloos gesust had, door te zeggen dat ik het ook vaak niet weet, wat angst is en wat intuïtie. (De tekstverwerker accepteert intuïtie niet – net zoals omgekeerd in tekst niet alles te verwerken valt). Ik wil schrijven over hoe we na afloop elektrisch geladen waren en uiteraard niet slapen konden, maar wel bleven praten over alles wat kippenvel geeft. De huid van de ander, het huis dat niet bestaat, de afstand tot de huid die er niet is, het huis waarvan de muren ondanks alles op je afkomen. We waren veilig ver van die ene bergtop, maar op de top van onze vriendschap en op het keerpunt van vergezichten die we nog niet kunnen overzien.

Daarover wil ik schrijven. Maar in deze zomer, waarin ik amper alleen ben geweest met de stilte, kan ik nog niet meer dan op kousenvoeten het lege blad weer verkennen. Mijn keel doet zeer van de pen die in haar stokt. En is er nog zoveel meer om te beschrijven. Ik weet hoe sterk de beelden zijn. Enkeldiep in hagel staan. Een bergpad dat een rivier wordt. Een groep die een beetje als de mijne voelde, maar ’s nachts in mijn dromen schaamde ik me voor elke plek die ik innam, voor elk hart dat ik beroerde. De vader die als gids opdook in de operamuziek achteraf. Een druipende Spanjaard die trillend toegaf dat hij dit nog nooit had meegemaakt. Hij die in de buik van de bergen opgroeide, hij die al anderhalve maand lang naar hun lessen zocht.

Dit is een zomer van voeten en handen. Van kleverige dansvloeren, cowboyhoeden, roze mutsen en afritsbroeken. Van veel verhalen en daar toch de woorden niet voor vinden. Dit is een zomer van vrienden, veel vrouwen en een handvol – vaak verwarde - mannen. Een zomer van intieme tegenspraak en buitengewone harmonie. Een zomer van schelpen en watervallen. Van vuur en golven. Van veel. Van weinig. Van een keel die stokt en om zachte handen vraagt. Van dat wat mijn hart in mijn keel doet branden.

Dit is een zomer van onweer. Een zomer die me dankbaar maakt.


vrijdag 11 juli 2014

Een nieuwe zomer, een nieuw onweer (De Club 3.0 - Stichting Nieuwe Helden)

Mijn vriendin stond hijgend op de blauwe mat. Ik voelde haar kuiten krampen. Zoveel om kwijt te spelen. De onbekende, oudere vrouw tegenover haar ving geduldig de klappen op en wierp voornamelijk haar ogen in de strijd. Ze zag eruit als een rots die veel te lijden had gehad. Rond de twee vrijwillige vechtersbazinnen stond een groep van vijftig onbekenden. Ze hielden als een teder koor hun adem in en duwden de vechters steeds weer op de zachte matten. Fightclub in Amsterdam-Noord. Maar vooral: in een wereld die vijftien jaar later zo hard tolt, dat nieuwe helden oude boeken verbranden en samen op zoek gaan naar een vocabularium dat als een huid past en als longen ademt.

In de volgende fase van Club 3.0 moesten we niet meer voelen, maar denken. ‘Natuur’ antwoordde ik, toen gevraagd werd wat op dit moment leidend was in ons leven. De natuur bevat veel meer dan het uitgemolken ‘authentieke’. Authentiek probeert het ‘ik’ te zijn, natuur zijn we allemaal vanzelf, on- en noodgedwongen. Natuur woelt in en rond ons, omringt ons en vloeit uit ons voort. Natuurlijk wil ik nog meer natuur zijn, maar vloekend en luisterend naar mijn buikademhaling lukt het meer dan behoorlijk. En onbehoorlijk, da’s ook natuur.

Na afloop werden we de loods ingestuurd. Op ons eentje. Iedereen kreeg dezelfde envelop mee, met daarin hetzelfde telefoonnummer. Ik belde en hoorde een stem van één van de acteurs. Ik sprak mijn naam in en zei iets over ‘welkom’ en Huiverinkt. Toen daalde ik de ijzeren trap af en liep naar buiten. De zomer was begonnen.

Om drie uur ’s nachts brak een heerlijk onweer los. Ik had me net op tijd losgemaakt van het kampvuur op veertig minuten fietsafstand. Na zes maanden vol duivels die dol en dwaas over de velden renden, veranderde de hele stad meteen in een donderend en flitsend spektakel van natuur. We hielden als een nietig koor onze adem in.


Ja, de zomer is nu écht begonnen.

woensdag 9 juli 2014

WK 2014: Offside tollen

Dit is voetballen op de spits van de snede.
Er zijn wel meer barsten in de ruggengraat
en buigen voor de bal was nog nooit zo pijnlijk.

De modder blijkt stront, onder het vertrappelde gras
liggen vijfduizend kinderlijken. Het is niet hun schaamte
waardoor ze zwijgen en als de maan vol wordt

klinkt hun stilte steeds oorverdovender.

We vergeten hen niet.
We kunnen niet slapen.
Waaraan we evenmin ontkomen:
de wereld die keert en tolt

en niets wil weten van regels als offside.
Een bol die buiten ons blikveld terecht zal komen.
Eén ding staat vast in onzekere tijden:

de finale is slechts het begin.

Populaire berichten