dinsdag 13 januari 2009
donderdag 8 januari 2009
Brief aan de Winter
Beste Winter
Schrijvers zijn voorspelbare wezens. Wanneer ze een brief schrijven aan uw wankele broeder, de zomer van het voorbije jaar, kan men er gif op innemen dat ook u een brief van hen krijgt. Bovendien is het uw natuur: u bent het seizoen van brieven. De lente is te pril om aan te schrijven, tenzij ze van een zeer verliefde aard is. Deze maanden van frisse wind en broze knoppen maakt men doorgaans stuk met te veel begrip. Ook de zomer behoeft geen brieven als hij goed is, dan zijn slechts lichtvoetige kattebelletjes het gepaste medium. ‘Schat, ik bewaarde vroege pruimen in de frigo’. In de herfst rijpen gedachten, tot ze in uw seizoen zeer traag van onder de bladeren kruipen. De taal wordt aangewakkerd in haar winterslaap.
U verkiest zware klanken. Hardvochtig, ongenaakbaar heeft u voor de mensen vooral strenge, korte namen klaar. Uw finesse ligt weliswaar in langgerekte adjectieven, maar zij worden slechts in brieven als deze gebruikt. Uw strengheid echter toont zich in woorden als ijs, rijm, vorst.
En het moet gezegd, u bent veel daadkrachtiger dan de twaalf voorbije jaren. Ik vraag me af of ik sinds uw laatste komst veel wijzer ben geworden. Als we vasthouden aan het idee dat mensen in de loop der tijd kariger met woorden en vrijer van angsten worden, dan zou dat laatste makkelijk te staven zijn. Maar ik beken. Ik heb het koud en gebruik de foute zinnen. En als ik ’s avonds langs het kanaal naar huis fiets, moet ik mezelf dwingen om naar de grond te kijken. Dat is nodig. In tijden waarin het water enkel in kleine sterren en vastgevroren blikjes haar oorsprong toont, moeten we oog hebben voor verraad. Flinterdun wordt alles wat we kennen. Behalve de blik van vrienden bij het vuur.
U had geen betere tijd kunnen kiezen om mij uw ware gelaat te tonen. Ik woon in het koudste huisje van de stad. Nadat de loodgieter gisteren met een haardroger de wc te lijf ging, hebt u ons snel weer schaakmat gezet. En dat meisjes niet veel verder komen dan een handvol zout in de pot te strooien, weet u vast ook wel. Toen ik volledig ingeduffeld in mijn bed lag te ontdooien, hoorde ik de ramen kraken. Ik vroeg me af of naast hout ook glas kon krommen. Dat lijkt zeer onwaarschijnlijk, maar ik beken dat ik niet dichterbij durfde te komen. Naast ijs, rijm, vorst is er glas. En als dat breekt, is niets meer zeker.
Hier houdt het op. Ik hoop dat u deze brief met evenveel eerbied leest als ik hem geschreven heb. En misschien is dit te veel gevraagd; maar kan u toch wat zachter zijn voor de mensen? Verderop bloeden kinderen dood. Daar is dit radeloze schrijven niets tegen, hooguit een schaduw van de zwakke minnaar die de zomer was.
Liefs
Marie
Schrijvers zijn voorspelbare wezens. Wanneer ze een brief schrijven aan uw wankele broeder, de zomer van het voorbije jaar, kan men er gif op innemen dat ook u een brief van hen krijgt. Bovendien is het uw natuur: u bent het seizoen van brieven. De lente is te pril om aan te schrijven, tenzij ze van een zeer verliefde aard is. Deze maanden van frisse wind en broze knoppen maakt men doorgaans stuk met te veel begrip. Ook de zomer behoeft geen brieven als hij goed is, dan zijn slechts lichtvoetige kattebelletjes het gepaste medium. ‘Schat, ik bewaarde vroege pruimen in de frigo’. In de herfst rijpen gedachten, tot ze in uw seizoen zeer traag van onder de bladeren kruipen. De taal wordt aangewakkerd in haar winterslaap.
U verkiest zware klanken. Hardvochtig, ongenaakbaar heeft u voor de mensen vooral strenge, korte namen klaar. Uw finesse ligt weliswaar in langgerekte adjectieven, maar zij worden slechts in brieven als deze gebruikt. Uw strengheid echter toont zich in woorden als ijs, rijm, vorst.
En het moet gezegd, u bent veel daadkrachtiger dan de twaalf voorbije jaren. Ik vraag me af of ik sinds uw laatste komst veel wijzer ben geworden. Als we vasthouden aan het idee dat mensen in de loop der tijd kariger met woorden en vrijer van angsten worden, dan zou dat laatste makkelijk te staven zijn. Maar ik beken. Ik heb het koud en gebruik de foute zinnen. En als ik ’s avonds langs het kanaal naar huis fiets, moet ik mezelf dwingen om naar de grond te kijken. Dat is nodig. In tijden waarin het water enkel in kleine sterren en vastgevroren blikjes haar oorsprong toont, moeten we oog hebben voor verraad. Flinterdun wordt alles wat we kennen. Behalve de blik van vrienden bij het vuur.
U had geen betere tijd kunnen kiezen om mij uw ware gelaat te tonen. Ik woon in het koudste huisje van de stad. Nadat de loodgieter gisteren met een haardroger de wc te lijf ging, hebt u ons snel weer schaakmat gezet. En dat meisjes niet veel verder komen dan een handvol zout in de pot te strooien, weet u vast ook wel. Toen ik volledig ingeduffeld in mijn bed lag te ontdooien, hoorde ik de ramen kraken. Ik vroeg me af of naast hout ook glas kon krommen. Dat lijkt zeer onwaarschijnlijk, maar ik beken dat ik niet dichterbij durfde te komen. Naast ijs, rijm, vorst is er glas. En als dat breekt, is niets meer zeker.
Hier houdt het op. Ik hoop dat u deze brief met evenveel eerbied leest als ik hem geschreven heb. En misschien is dit te veel gevraagd; maar kan u toch wat zachter zijn voor de mensen? Verderop bloeden kinderen dood. Daar is dit radeloze schrijven niets tegen, hooguit een schaduw van de zwakke minnaar die de zomer was.
Liefs
Marie
woensdag 10 december 2008
Wie vindt een goede titel voor dit gedicht?
als hij klapwiekend rond de tafel
liep de rest is hij vergeten
misschien een park: zij was er
en noemde hem maar wat
het ijzeren bed spiegelt
zijn stem spiegelt de stenen
een slogan in rood en zestig
streepjes op de muur
de schriften die hij spaart
wapperen want buiten
is de avond zacht bij wind
tussen de tralies
met klamme tong knijpt hij
zijn oren nauw wie weet
tromgeroffel als een duif
oorlog over daken loopt
dit is maar tot het klapt
en uit de struiken stemmen
klinken en hij kan zien
wie haar de keel toekneep
Het is lang geleden dat ik hier nog eens een gedicht plaatste waar ik zelf meer dan middelmatig tevreden over ben. Probleem: ik vind geen goede titel en zo titelloos is ook maar stom. Morgen stel ik op 'Balein te water' waarschijnlijk nog eens dezelfde vraag en een eventuele winnaar krijgt een bescheiden prijsje van mij. Op café is dat echter makkelijker dan hier, prijzen uitdelen. Maar toch, ik kan het maar eens proberen. En u moet morgen gewoon komen !
liep de rest is hij vergeten
misschien een park: zij was er
en noemde hem maar wat
het ijzeren bed spiegelt
zijn stem spiegelt de stenen
een slogan in rood en zestig
streepjes op de muur
de schriften die hij spaart
wapperen want buiten
is de avond zacht bij wind
tussen de tralies
met klamme tong knijpt hij
zijn oren nauw wie weet
tromgeroffel als een duif
oorlog over daken loopt
dit is maar tot het klapt
en uit de struiken stemmen
klinken en hij kan zien
wie haar de keel toekneep
Het is lang geleden dat ik hier nog eens een gedicht plaatste waar ik zelf meer dan middelmatig tevreden over ben. Probleem: ik vind geen goede titel en zo titelloos is ook maar stom. Morgen stel ik op 'Balein te water' waarschijnlijk nog eens dezelfde vraag en een eventuele winnaar krijgt een bescheiden prijsje van mij. Op café is dat echter makkelijker dan hier, prijzen uitdelen. Maar toch, ik kan het maar eens proberen. En u moet morgen gewoon komen !
maandag 8 december 2008
het verleden en de toekomst
Waar woont het verleden? Vierenvijftig wijze lezers gaven een antwoord op deze moeilijke vraag.
Vooral in onze buik, vindt u (26 stemmen). En ook wel nergens (15 stemmen). In de dichterspen (8 stemmen) woont er weinig wat men verleden kan noemen. Maar het minst van al valt het verleden in de geschiedenisboeken terug te vinden (slechts 5 stemmen).
En waar woont de toekomst? Dat kan ik op m’n eentje onmogelijk weten. Maar ik kan alvast vertellen dat Collectief Balein officieel te water gelaten wordt op donderdag 11 december. In café De Loge in Gent. Hoe de avond eruit zal zien, leest u best meteen op de Baleinblog. Wees welgekomen !
Vooral in onze buik, vindt u (26 stemmen). En ook wel nergens (15 stemmen). In de dichterspen (8 stemmen) woont er weinig wat men verleden kan noemen. Maar het minst van al valt het verleden in de geschiedenisboeken terug te vinden (slechts 5 stemmen).
En waar woont de toekomst? Dat kan ik op m’n eentje onmogelijk weten. Maar ik kan alvast vertellen dat Collectief Balein officieel te water gelaten wordt op donderdag 11 december. In café De Loge in Gent. Hoe de avond eruit zal zien, leest u best meteen op de Baleinblog. Wees welgekomen !
woensdag 3 december 2008
hap slik weg
zoals een kleuter die te krachtig
zijn eerste glas vastpakt
de melk kolkt vervaarlijk
nergens een loodzwaar middelpunt
waarop het terug kan vallen
de toekijkers vrezen drama
een overdaad aan glitters
en bloed dat niemand stelpen kan
met natte wangen op de korstjes wachten
(daar krijg je later borsten van)
maar zo gaat het niet altijd
(vergeef me dit, het is hier veel te stil...)
zijn eerste glas vastpakt
de melk kolkt vervaarlijk
nergens een loodzwaar middelpunt
waarop het terug kan vallen
de toekijkers vrezen drama
een overdaad aan glitters
en bloed dat niemand stelpen kan
met natte wangen op de korstjes wachten
(daar krijg je later borsten van)
maar zo gaat het niet altijd
(vergeef me dit, het is hier veel te stil...)
Abonneren op:
Posts (Atom)
Populaire berichten
-
Woord vooraf: Deze brief kreeg de meeste reacties ooit op Huiverinkt, maar nooit een antwoord van de geadresseerde. Uiteraard werd ik op Gee...
-
Bepakt met een tas vol poëzie verliet ik gisteren de pendelbus die me naar het festivalterrein van het uitverkochte Beyond-festival in...
-
Lieve papa, Je weet dat het voor mij niet moeilijk is om woorden te vinden. Wel om ze te schrappen. Wat vertel ik nu? Voor een...
-
Op mijn bureaublad staan twee gedichtenmappen: 'Klaar ofzo' en 'In progress'. Spijtig genoeg is de laatste map veel groter d...