woensdag 11 december 2013

Nog een brief aan papa (negenenhalve maand later) - en ook over hem


Dag liefste papa,

En na een maand is het weer erg stil. Geen rammelend kookgerei, geen binnensmonds gefluit, geen gegrinnik om South Park, geen muziek die tegen wil en dank in mijn protesterende oren gegoten wordt, geen ‘beijinho’ (mooie suggestie van de spe(l)ling: ‘begijnhof’ in plaats van een kusje) op het oor om het weer goed te maken. Mijn kat wordt weer in één taal lastig gevallen, gecorrigeerd en toegefluisterd. Verder is het stil. Zo stil, dat ik nog steeds geen uitspraken wil doen over morgen.

Jij kijkt minstens zo kritisch als ik naar vandaag en je spreekt me belerend en knipogend toe. Dat ik moet genieten, maar toch ook een beetje vooruit moet kijken. Maar wat bedoel je? En dat is zo moeilijk, papa, met zijn lijf en al mijn … pfffft. Hoor ik het goed? Schrap je dus morgen en zeg je: ‘bekijk het van dag tot dag’? Als jij het niet bent die dat fluistert, dan ben ik het zelf. Ook dat is goed. Ik weet het immers niet. Het heeft in ieder geval geen zin om het me vandaag nog af te vragen. En sowieso ben je er niet meer. Als je dus toch vooral over de toekomst doorzeurt in mijn hoofd, dan luister ik even lekker niet naar mijn dode vader.

Laten we het over vandaag hebben. Ik drink rode wijn en heb blozende wangen. Van vermoeidheid, en van de zuivere kou. De tranen sprongen uit mijn ogen toen ik op de fiets bedacht hoe de koude van vandaag die van een mooie dag op de skipiste was, na een nacht vol heldere sterren en een maan die bijna vol is. Skiën, dat zijn wij. En daardoor ook de kou, dat ben jij. Je bent zelfs bijna zo’n decemberdag, niet lang na de eerste verjaardag waarin je niet ouder werd. Ik blijf over met handen vol vergelijkingen. Waar mezelf te plaatsen, weet ik niet.

Ook mijn mannen vloeien in elkaar over. Hoe hij net als jij een atypische econoom is. En we kunnen lachen om kak, pis en stront. Hoe weinig kleren hij heeft, en hoe braaf hij er in die oude kleding soms uitziet. Maar hoe dat niet meer opvalt, als hij me in mijn nek knijpt. Bijna ook: hoe hij knijpt. Ik krijg er kippenvel van. En Huiverinkt.

Ik wilde vandaag nog veel meer schrijven. Maar ik luister naar de piano van Nils Frahm, die jouw vrouwtje me net aanraadde. Muziek die niet duwt, maar zich zacht in mijn oorschelp neerlegt. Muziek die bijna stilte is. En zoals ik net schreef, mijn wangen blozen niet enkel van de kou. Ik ben moe.

En toch schrijf ik nog heel even, over hoe alles in elkaar valt en ik me staande hou, hoe die scheur waar de wind door waait stilaan lijkt te veranderen in een barst in het glas. Pijnlijk, maar ik kan er doorheen kijken. En de pijn voel ik nu minder in mijn buikholte, maar meer in mijn oorschelpen. De buitenkant dus. Als kleine beetjes. Op de eerste winterdag in december zonder jullie.

Liefs,

Marie

zondag 8 december 2013

Huiverinkt op Facebook

Ik heb gisteren een Facebookpagina gemaakt voor Huiverinkt, een dikke maand voor deze blog zes jaar oud wordt. Waarom duurde het zo lang? Of is de vraag eerder waarom ik het alsnog deed?

Deze hele blog is immer flink verwaarloosd. Ik wacht al een jaar met het publiceren van de laatste enquêteresultaten, waar amper twintig mensen hun stem voor uitbrachten. De urgentie ontbreekt op verschillende fronten. Toen ik maanden geleden tevergeefs probeerde om de lay-out van rechterkolom goed te krijgen, haalde ik snel mijn schouders op en ging wat anders doen. ‘Het gaat tenslotte om de inhoud.’ Ook dat valt tegen. Een paar goede stukken, daar niet van. Een paar. Want een snelle blik op de cijfers toont dat dit pas de tweeëntwintigste post van 2013 is, terwijl ik in 2008 nog bijna honderd stukjes schreef. Het magerste jaar tot nu toe. Brrr.

Verwonderlijk is het niet. Ik begroef mijn vader en nam na zijn dood op vraag van Hard//Hoofd, en toegegeven, luisterend naar wat dissociërende neigingen, een mannelijk alterego aan. Dus als we Andreas’ vermaledijde pen erbij rekenen, was het misschien niets eens zo rustig. Daarnaast knutselde ik voor 16 november een eenmalige performance in elkaar, waarbij ik de input van bijna twintig mensen verwerkte tot een bizar gebed over hoop, bezinning, rust en de troost van de natuur. Vind ik de tekst te intiem om hem hier te plaatsen, te nietszeggend zonder de rituele gebaren? Te lang voor het internet? Misschien.

Maar van die zestiende november verschenen er wel flink wat foto’s op Facebook. Ik ben in crèmekleurige stoffen gehuld. Mijn hoofd, dat het publiek tussen twee witte kaarsen aankijkt, glinstert van de gouden glitters. Ik trek met doodserieuze blik een zakje aarde open. ‘Mooi, Marie’.  En veertig likes voor de nieuwe profielfoto. Maar strikt genomen zijn de beelden even inhoudsloos zonder het intieme, vreemdsoortige gebed als de kale tekst dat zonder de beelden is. De foto’s geven niet weer wat ik schrijf, ze geven hoogstens een glimp van wie ik die avond op een podium was. De reacties op Facebook gaan niet over wat ik schreef, maar over Marie Meeusen en hoe ze eruit ziet. Ze strelen het ego via uiterlijkheden. Ooit was dat anders en hield ik Huiverinkt flink gescheiden van uiterlijk vertoon. Met hulp van een kleine schare trouwe lezers. Toen schrokken de lezers die naar een optreden kwamen kijken. Omdat ze een vrouw hadden verwacht, geen meisje. Of omgekeerd. Of zich zwarte kleren hadden ingebeeld. Of een jas, die voor mij over een regenplas werd gelegd, zodat ik er statig en onverstoord overheen kon schrijden.

Waarom dan toch een Facebookpagina? Omdat ik wel eindeloos kan treuren om wat voorbij is. De hoogtijdagen van de blogosfeer, waarin een doorsnee post op Huiverinkt wel twintig reacties kreeg, zijn niet meer. Een discussie ontstaat er op deze pagina nooit meer. De weinige reacties die nog onder de berichten geplaatst worden, zijn daardoor wel nog persoonlijker en intiemer geworden, of stiekem en vuil. Ze zijn aan mij gericht, niet meer aan de lezer.

De persoon achter Huiverinkt, die nooit foto’s plaatste van zichzelf op haar blog en het liefst in haar woorden wilde verdwijnen, bestaat niet meer. Huiverinkt is een van de projecten van Marie Meeusen geworden. Een meerstemmig project zonder grenzen, zonder duidelijk doel. Een stuk onbepaalder dan Andreas Yperman, dan de samenwerking met pianist Gilian, of dan de tekst voor ‘Tempels, tuinen, talismannen’.

Waarom dan toch een Facebookpagina? Voor mij: omdat ik hoop dat ik daardoor druk voel en weer regelmatiger ga schrijven. Voor ons: omdat ik hoop dat het duidelijker wordt wat mijn pen losweekt en we de discussies dieper en breder kunnen voeren. Een voorbeeld. Het stuk ‘Een generatie in de schuldsanering’ uit augustus werd op talloze Facebookpagina’s gedeeld en werd zo een van de meest gelezen en becommentarieerde teksten uit zes jaar bloggeschiedenis. Maar niet hier. De twee reacties die wel op Huiverinkt geplaatst werden, kunnen zo in de categorieën ‘spam’ en ‘frustratie’ geplaatst worden. Niet de beste reacties om op verder te bouwen, lijkt me. En op Facebook kon ik enkel de reacties volgen op de pagina’s van mijn vrienden. Maar ze reisden verder dat. Al die andere discussies gingen aan ons voorbij, omdat ze zo versplinterd en onzichtbaar waren.

Ik schrijf niet voor Marie Meeusen, maar evenmin voor anonieme fragmentatie. Stel: wat ik schrijf, spreekt u aan. Het ontroert u, verontwaardigt u. Dan kan u daar vanaf nu op Facebook gezellig over kletsen of razen. Zonder dat u mijn kop tussen de kaarsen erbij moet nemen. In de plaats daarvan neemt u er wel wat anderen bij, lekker simpel gesymboliseerd door duimpjes in de lucht.

En ja, Koen De Bock, ik wou dat er betere manieren dan Facebook waren om lezers naar onze blogs te lokken. ‘Want als we het dan toch hebben over multinationals die ons hele leven proberen te controleren...’ Maar goed, daarom kreeg je dus ook hier een linkje in die compleet verneukte rechterkolom. En misschien weten mensen het nu, dat er in de blogosfeer een nieuwe stem klinkt die het waard is om te volgen. Gaan ze kijken en laten ze een reactie achter op je blog, kjcdb.

Dat zou fijn zijn, dat Koen even kan voelen hoe het voelde, toen we nog in onze woorden verdwenen, toen Facebook ons nog niet verleid en opgeslokt had….


zaterdag 7 december 2013

trans-Atlantische nachtmerrie en nooit-meer-als-voorheen-gebed


Een doorsnee zaterdagmiddag. Tegenover mij zit één van de leden van de beperkte groep waarmee ik de laatste maanden het best verbinding kan maken. Het ‘nooit-meer-als-voorheen-leger’. Leven omgegooid of een knagende ontevredenheid met alle oude patronen die nog aan ons kleven. Een veranderde relatie met eenzaamheid. Selectiever in vriendschappen, dankbaarder voor een arm rond de schouder. Wat alles veranderde, verschilt per persoon. Het kan de mensonterende dood van een naaste zijn, een kanker die terugkomt, of - in zijn geval – een zwaar ongeluk dat twee masterdiploma’s inruilde voor chronische pijn. Hij leeft met weinig, maar met smaak of op goede momenten met klaterende gulzigheid. Alles van waarde wordt opgemerkt, zelfs de vissenkop die in mijn diepvriezer ligt en die hij voor zijn vertrek nog in eten zal veranderen. Hij vraagt me wanneer ik mijn ticket boek. Als er morgen niet opnieuw iets gebeurt wat alles omgooit, zullen we de laatste dagen van 2013 in de natuur doorbrengen. In Portugal, waar zijn moestuin staat en hij in de oceaan vissen vangt die hij aan lokale restaurants verkoopt om de niet-reguliere behandelingen te bekostigen. Over morgen doen we liever niet te veel uitspraken. Vandaag is van ons.

Het verwondert hem dat ik me zelfs op een rustige zaterdagmiddag als deze druk maak om de trans-Atlantische handelsovereenkomst, die multinationals nog meer macht geeft om overheden op legale wijze monddood te maken. Dat deze overeenkomst met nieuwe handtekeningen verder bekrachtigd wordt, is toch zo klaar als een klontje? Een voldongen feit waar we al lang in leven. Wat wij kunnen doen, is zoeken naar die ene Amsterdamse plek waar ze geen ‘shicken’ maar ‘chicken’ verkopen. Eigen zaad planten. Begin klein. Verzorg de aarde, als de plant ziek is.

Toch maak ik me onafgebroken zorgen. Dat toonde zich vannacht in een droom over het heden, vermomd als toekomst. De sci-fi sfeer komt waarschijnlijk uit Cloud Atlas overgewaaid, het boek dat ik samen met studenten aan het lezen ben. Daarin worden machtsverhoudingen getoond, die in elk voortschrijdend tijdperk schever en grotesker worden. In mijn nachtmerrie hadden ministeries plaats gemaakt voor bedrijven. De koningen en presidenten waren vertrokken en managers van multinationals grijnsden ons vanop hun tronen toe. Niet alleen de sterren hadden een naam. Elke rivier was bezit geworden. Uit elk zaadje moest winst groeien, al was de klank van winst zo leeg dat onze buiken zwollen van de lucht en we in die vergiftigde lucht stikten. Logo’s werden geprint op de stukken vlees die op de restaurantborden lagen. Als ik zeep uit de dispenser duwde, klonk een gepersonaliseerd reclamedeuntje. Wat het zong, is te intiem om aan uw nieuwsgierige neus te hangen.

Ik probeer mijn nachtmerries op allerlei manieren te bezweren. Gisteren voelde ik energie door mijn benen en voeten de aarde in golven. ‘Gewicht op beide voeten gelijk. De wortel als een ader. De aarde als het vlees’. Deze zinnen rolden in het gebed, dat ik een aantal weken geleden opschreef en tussen twee witte kaarsen voor een veertigkoppig publiek uitsprak. In mijn mooiste dromen, voelde het publiek de golven. De woorden woelen in mij. De woorden moeten klank krijgen. De woorden moeten hoop in zich dragen. Als de lach van Mandela. Tegen de hele realiteit in. Een lach kan zelfs geketend door de ruimte klinken. Wat kan ik doen? Klein beschrijven, klein beginnen. De woorden als een ader, de aarde als het vlees.

zondag 10 november 2013

Week offline en tempels, tuinen, talismannen

Tussen de laptop en het kopje gemberthee zit mijn kat. Ze kijkt ook naar buiten en spint. Het wordt alweer donker. Voelt ze dat er een gezellige week aankomt? Net als in februari ga ik vanaf morgen weer een werkweek offline. Of zoveel mogelijk offline. Geen social media in ieder geval, geen online documentaires maar boeken, geen Google Maps maar het eigen richtingsgevoel, dat de laatste jaren nog slechter lijkt te functioneren. Lijdt het onder de straling? Op mijn netvlies verschijnt een bakje waterkers dat in een ruimte vol wifi in no time verschrompelt. Er valt vast veel tegen het scholierenonderzoek in te brengen. Maar sinds ik iets beter naar mijn lichaam leerde luisteren, weet ik dat internetverbindingen me rustelozer maken dan de volle maan. Ik slaap zonder, maar vul mijn dagen er wel mee. Verslaafd, uiteraard. Waarom? Ik probeer er, samen met deze keer vijftig (!) studenten, vanaf morgen nog meer van te begrijpen.

In februari maakte ik een uitzondering voor een half uur mailen per dag, vooral met mijn verplegende familie. Mijn vader zou drie dagen nadat ik weer online ging, sterven. De dag dat ik online ging, kreeg hij één van de zesentwintig brieven en kaartjes die ik op vijf dagen schreef. Bij mijn aankomst in Antwerpen werd mij verteld hoe hij mijn brief met de laatste kracht in zijn handen de hele vrijdagochtend had vastgehouden. Ik herinner me het vuur waarmee ik een hele week bleef schrijven en op woensdagavond in de bijtende kou een postbus zocht. Ik had me niet beter kunnen voorbereiden op de week die kwam.

Negen maanden later is het geen sterfbed dat me ervan weerhoudt echt offline te blijven. Dit jaar zijn het de zestig blogs die ik nog moet nakijken, het stagebezoek dat ik moet houden, het allerlaatste nummer van Kluger Hans dat door de huidige en oorspronkelijke redactie wordt samengesteld. Ook al verschoof ik de zangles en de EMDR-therapie, de wereld draait aan een genadeloos ritme door. Met tai chi en twee boekjes, één voor de nachtelijke en één voor de dagdromen die ik niet los kan laten, met gemberthee en rustige muziek, probeer ik mijn grenzen te bewaken. Dat is moeilijk bij zoveel onbegrip. Wel één keer per week krijg ik te horen, op allerlei soorten manieren, dat het na negen maanden rouwen toch wel stilaan voorbij zou mogen zijn. En of de dood van mijn vader, met de fysieke en mentale uitputtingsslag die voorafging, dan echt zoveel erger was dan de dood van een andere vader. De balkende ego's en bizarre vergelijkingen glijden van me af. Ik voel enkel de optelsom van alles, elke dag opnieuw. In mijn lichaam, in mijn ogen die me enkel laten zien wat me geen stress oplevert, in mijn hart, in mijn angsten en dromen. Er zijn dingen onherroepelijk veranderd. En soms is dat maar goed ook. Maar wat dat juist allemaal betekent, daar ben ik nog lang niet achter.

Behalve dit. Er zijn verschillende manieren om stil te zijn. De stilte op Huiverinkt is bedrieglijk. Want voorbij de radeloosheid schrijf ik. Met echte inkt, die me na een Facebookoproep geschonken werd. Ik zie mijn handschrift voor het eerst in jaren weer vloeiender worden. Dat verdient een stempel in mijn schrift. Op zaterdag zestien november voer ik in het mooie Huize Frankendael een ritueel uit, tijdens de salon met als thema ‘Tempels, tuinen, talismannen’. Ik wil het anders maken, maar niet anti. Bevreemdend en toch herkenbaar. Opgebouwd uit wat voor mij helpt en wat voor jullie schijnt te helpen. Wees welkom.  

There is shadow under this red rock
(come in under the shadow of this red rock)
and I will show you something different from either
your shadow, at morning, striding behind you
or you shadow at evening rising to meet you.

Uit: The Waste Land - T.S.Eliot



Populaire berichten