vrijdag 8 juli 2011

Stilte/pauze

Beste lezer,

Misschien is het de trouwe lezers opgevallen dat het hier al een tijdje stiller is dan normaal. De ongerustheid die tot de stilte leidde is tot mijn spijt bevestigd met heel heftig nieuws. Wat er aan de hand is, wil ik wel delen met mijn vrienden en familie (de meesten weten ondertussen wat er aan de hand is). Maar het internet is even geen geschikte plek. Facebook blijft toch vooral Feestboek en op Twitter fluiten de vogeltjes.

Schrijven helpt mij echter door moeilijke periodes, om maar één voordeel op te sommen. Daarom heb ik besloten om de komende maanden vooral in stilte te schrijven. Misschien sijpelt er af en toe wel iets door op deze blog. Dat kan. Maar hoezeer ik de persoonlijke toets ook één van de sterkste dingen vind van Huiverinkt, mijn wereld trilt te veel omdat zo maar online in zinnen te gieten.

De nieuwe lezers van deze blog nodig ik in tussentijd graag uit om in het archief te snuisteren. Op meer dan drie jaar tijd heb ik best wat bij elkaar geschreven. En aan mijn vrienden: ik zie jullie graag. Dank voor de steun.

Kus
Marie

woensdag 29 juni 2011

Literanita


Weer heel erg last-minute: Morgen is het voor de negende keer "Literanita" in de Nieuwe Anita in Amsterdam, een fijn café in West. Naast mijzelf "lezen Ronald Snijders, P.F. Thomése, Rob Waumans en Maartje Wortel humorvol voor. Verwacht geen stand-up comedy maar we zwerven ergens tussen besmuikte glimlach, absurdistische onthutsing en droge ironie. Er mag gelachen worden, maar verbijstering is ook goed." Spanned en ietwat stresserend. Desalniettemin alsnog welkom.

En zei ik al dat ik op 23 juli op de Gentse Feesten optreed met de heren Harold K en Leendert? En beloofde ik al eerder wat vaker te gaan schrijven? Wel, ik beloof het weer, licht monkelend en met neergeslagen blik uiteraard.

woensdag 8 juni 2011

De cactus

Onhandig til ik de lamp van tafel. Ze botst tegen de lange, veelarmige cactus. Lief trekt ogen open. Hij kijkt verschrikt naar het witte bloed dat theatraal droevig uit één oksel sijpelt en draait zich stekelig naar mij om. Ik weet niet wat gedaan. Kaarsvet op de groene huid druppelen? Kusjes geven? Aan de plant of de man?

Ook geen idee met wie ik me het meest verwant voel. De man tegenover me: een jongen met een voorliefde voor vetverzamelingen uit stripverhalen. Of met het tweedelige prikkoppel dat eerst in zijn kamer en nu in onze kribbe staat. De cactus die vandaag ongedeerd bleef, kreeg bij de verhuis een behoorlijke stomp in zijn middenrif. Sindsdien wordt hij met touwtjes gespalkt. Maar ook veel gevoel voor dramatiek, die planten. Want bovenop de scheve romp groeit een felgroen uitstulpsel dat er best funky uitziet voor zo’n trage plant.

Op het internet lees ik dat je de gewonde arm ook af kan breken. Krak. Eventjes laten drogen en klaar: gewoon weer opnieuw planten en de geamputeerde cactus krijgt een kind in ruil voor de verloren arm. Ik haal diep adem. Nog steeds geen idee hoe het met die verwantschap zit. Ik ben erg prikkelbaar. Maar verder? Niet doorvragen. Geef me liever een kusje op mijn groene huid.

vrijdag 3 juni 2011

Optreden in Gent: Zaradi Tebe



Ik stap zo meteen in een auto richting Gent en hang dit weekend rond op Zaradi Tebe. Om er zondagmiddag om half drie ook even op te treden. Welkom! En ik sta open voor verzoeknummers.

vrijdag 27 mei 2011

Het kansloos korstje - dertig jaar Brakke Grond


Aan de ontvangstbalie krijgen we allemaal een badge opgespeld. Een tweekleurig hartje. Zoek je lotgenoten in de massa, van elke soort zijn er vier exemplaren. D., de expat die, nadat ik hem zijn vreemd stemgedrag en hij mij mijn blogpost vergeven had zowat mijn beste vriend is geworden, drukt zijn sigaret uit. We betreden de eetzaal. Vrijwel meteen vindt D. de zielsverwanten die hem voor de gelegenheid opgedrongen worden. Twee mannen in maatpak, een Nederlander en een Brusselaar. Ze drukken hem enthousiast de hand. Ik kijk rond. Verderop staat een jongen beteuterd naar de grond te staren. Zijn gesprekspartner loopt naar buiten. Mijn oog valt op zijn hart. Blauw en geel! Enthousiast wijs ik hem op mijn badge. Nadat hij beaamd heeft dat we inderdaad dezelfde kleuren dragen, draait hij zich zonder iets te zeggen om en loopt weg. De mannen wenken amper zichtbaar. “Kom maar hier zitten,” grolt de ene. “We adopteren je wel.” Ik neem plaats.

Een halfuur later is de nieuwe voorzitster van de raad van bestuur aangeschoven. Ze blijft met een zakdoek haar neus vegen. De zakdoek wordt roder en roder. Ik gniffel. “Tja, ik heb een wondje op mijn neus,” zegt ze tussen oog en lippen door en ze blijft krampachtig over haar neus wrijven terwijl ze de politieke geschiedenis van het cultuurhuis uit de doeken doet. Ik luister een beetje, maar denk vooral aan hoe blij ik ben dat korstje niet te zijn. Zo’n kansloos bestaan. Maar tegelijkertijd besef ik dat ik weer de enige ben die zichtbaar gniffelt, met te veel wijn op. En hoe dat ervoor zorgt dat ik steeds struikel als ik ergens wil komen. Gelukkig heb ik niet uitgesproken hoe ik me heel goed in dat korstje kan verplaatsen.

Mijn Nederlandse tafelgenoot verklaart bij D66 te horen. “Links liberaal”, legt hij me geduldig uit. “Mossel noch vis” denk ik in stilte, maar ik zeg: “Alexander Pechtold komt best goed over in debatten.” Hij kijkt me enigszins verbluft aan. Tiens, een Belg die hier echt lijkt te wonen. De Brusselaar vult aan. Hij is CD&V’er. En verder is hij hier naar eigen zeggen om de ballon te doorprikken. Mocht dat nodig zijn, uiteraard. Maar bij die culturele instellingen moet je dat toch altijd goed checken, of ze wel even goed werk leveren als ze beweren. Zijn Nederlandse buurman knikt volmondig. Gelukkig is het aanbod hier heel groot in Amsterdam. En De Brakke Grond slaagt er al dertig jaar in om het beste uit Vlaanderen naar hier te brengen. Maar het brengen is één ding. Begeleiding in het verre Nederland is een andere kwestie. Ik kijk om me heen. Het is de eerste keer dat ik hier zoveel Vlamingen zie.

Later die avond kijken we naar een voorstelling over integratie en conflict. Het gaat vooral over Hongarije en Nederlands, maar voor de gelegenheid ook over België. Er wordt ons gevraagd om ons voor te stellen dat Nederland door water overspoeld wordt en dat alle Nederlanders naar Hongarije moeten verhuizen. Wat zouden de Nederlanders zeker mee moeten nemen? Wat red je uit een brandend huis? En wat zouden de Hongaren in die situatie kunnen leren van België, een land dat al zo lang twee, nee drie, of zelfs vier gemeenschappen huisvest? “Gewoon splitsen”, roept een grijze man. Misschien is hij wel één van de zestien parlementsleden die hier op hotel zijn. Zelfs het Vlaamse Belang is aanwezig - merk ik op Twitter. Om heel kritisch de gang van zaken in het Vlaamse cultuurhuis onder de loep nemen. Misschien is het tijd om nog een glas wijn te drinken met D. En met M., de Nederlandse fotografe die geen flauw benul heeft van wie ze eerder fotografeerde. Een oud-minister, een gefrustreerd Vlaams parlementslid, Geert Van Istendael, een laconieke Nederlander, een Arabierenbol of cuberdon, een droevige Belg.

Populaire berichten