Ik heb het u gezegd. Dat het net de onzegbare dingen zijn
die blijven haken. De vertakkingen die tot in de tenen tintelen, de armen die
de berg omarmen, de schreeuw in het bos die we herkennen en die van binnenuit
lijkt te komen. Het lichaam in het bed, dat niet het onze is, maar wel bevreemdend
vertrouwd, warm en koud aanvoelt. De krop in de strot, de hand op het hart. Het
is al van u en u van mij. Nooit eerder zo vrij. Er resten ons nog twee dagen
zonder tijd.
die twee dagen zijn ook weer voorbij. zonder apocalyptische wereldbrand.
BeantwoordenVerwijderenDan maar winterslaap...