Taal zoekt vruchteloos naar een stoel.
Twee letters schoven op. Doel: dat niets iets uithaalt.
Hol zonder echo. Geritsel in een jonge nacht.
De dichter zei: “Willekeur is mooi” en hij likte aan zijn pen.
De keur van de wil. Of een hond met vuile poten
tussen kegels. Misplaatster nog: genocide, de massa
die met wijdopen ogen op de brandstapel belandt.
Ook dat is willekeur. Een kiezel die terugkaatst.
Orpheus die zich domweg omdraait.
En dat nog honderd keer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Adem uit...